Kinderen van ‘foute’ouders schamen zich

Kinderen van NSB’ers worden verantwoordelijk gehouden voor de keuze van hun ouders.

Een tentoonstelling in Aalten toont de gevolgen.

De expositie in museum Markt 12 in Aalten legt een verband tussen uitsluiten van kinderen na de Tweede Wereldoorlog en nu. Kinderen worden nog steeds gepest vanwege de keuzes van hun ouders. 10-10-2005 Aalten Expositie " ouders fout in de oorlog " Museum markt 12 artikel steenbeeke ©foto eric brinkhorst NSB Jeugdstorm Brinkhorst, Eric

Hij heet ‘Joop’ en is geboren in 1933, in het Gelderse dorp Aalten, als kind van ouders die in de crisisjaren voor de Tweede Wereldoorlog ‘uit principe’ lid werden van de NSB. Ze geloofden in de voorgespiegelde ‘Nieuwe Tijd’ en meldden hun kinderen aan bij Jeugdstorm, de nationaal-socialistische jeugdbeweging. Reden voor andere kinderen om Joop uit te schelden en over de heg te gooien.

Direct na de bevrijding van Aalten, in maart 1945, werd Joop als elfjarige overgebracht naar een interneringskamp. „Ik had een revolver in mijn rug, om te voorkomen dat ik zou weglopen. Onderweg werden we met stenen bekogeld”, zegt hij op een filmopname, onderdeel van de tentoonstelling Getekend geboren. Kinderen van ‘foute’ ouders 1931-2010 in Aalten.

De tentoonstelling heeft als boodschap dat je kinderen de keuzes van hun ouders niet mag verwijten. „Het waren vaak gewone mensen die voor een keuze stonden, zoals je zo vaak in het leven moet kiezen. En als die keuze niet goed uitpakt, wat gebeurt er dan?”, zegt museumvoorzitter Hans de Graaf.

Aan de hand van foto’s, posters, citaten, film en voorwerpen, zoals een NSB-uniform, wordt het verhaal van Joop en enkele andere kinderen van ‘foute’ ouders voor, tijdens en na de oorlog verteld. „Niet alle NSB’ers waren even fout”, nuanceert De Graaf. „Er zaten ongetwijfeld schurken bij maar er waren ook brood-NSB’ers.”

Hij wijst op een foto die direct na de bevrijding in de straten van het naburige Bredevoort is genomen. NSB’ers worden, bewaakt door gewapende landgenoten, afgevoerd. Op de stoep kijken omstanders lachend toe. „Schrijnend”, zegt De Graaf (63). Enkelen op de foto kent hij persoonlijk, zoals de sportieve buurman die na de oorlog geweerd werd als lid van de christelijke gymnastiekvereniging. De man kon het niet opbrengen mee te werken aan de tentoonstelling. Oud-Aaltenaar Joop wilde wel, op voorwaarde dat zijn achternaam achterwege blijft. De Graaf: „Schaamte.”

De samenstellers van de tentoonstelling hebben dankbaar gebruik gemaakt van de ervaringen van Rinke Smedinga, die met zijn website Bunkerslaap.nl probeert het onderwerp bespreekbaar te maken.

Het totaal aantal kinderen van ouders die in de oorlog de kant van de bezetter kozen, wordt door de Werkgroep Herkenning, die zich bezighoudt met hulpverlening, geschat op 250.000. Velen zijn na de oorlog vernederd, ‘heropgevoed’ in kindertehuizen en aangesproken op de keuzes van hun ouders. Dat heeft geleid tot psychische en maatschappelijke problemen, zoals afwijzingen bij sollicitaties. Enkele duizenden mensen hebben zich de afgelopen 25 jaar gewend tot de werkgroep. „Zij hebben er flink onder te lijden gehad” zegt bestuurslid Paul Mantel.

Mantel gaat ervan uit dat ongeveer 25.000 lotgenoten grote problemen hebben of hebben gehad. De tentoonstelling in Aalten, de eerste over deze problematiek, kan zowel bij de lotgenoten als het publiek bijdragen aan een „normalisering” van het probleem, zegt Mantel.

Erik Grijsen (58), wiens vader als NSB’er te zien is op de tentoonstellingsfoto uit Bredevoort, is pas sinds een aantal jaren in staat schoorvoetend over zijn ervaring te praten. Op de lagere school werd hij vanwege zijn vader „uitgestoten” waardoor hij „krassen op de ziel” opliep. Nog altijd draagt hij in gezelschap onbewust het gevoel met zich mee er niet echt bij te horen. Zijn ervaring heeft hem geleerd niet te snel te (ver)oordelen. „Er wordt vaak gezegd wat goed is en wat fout. Maar wie weet het zeker? Ik durf niet zo snel met de vinger te wijzen.”

De tentoonstelling in Aalten probeert een relatie te leggen met het heden en stelt de vraag of er opnieuw groepen kinderen door de keuzes van hun ouders worden buitengesloten. „Kijk eens naar het pestgedrag op scholen en spanningen tussen christendom en islam”, zegt museumvoorzitter De Graaf.

Het onderwerp sluit aan bij het nieuwe herdenkingsbeleid van VWS, dat jongeren meer bewust wil maken van de waarde van de begrippen vrijheid, democratie en grondrechten. De Graaf: „We proberen mensen zich achter de oren te laten krabben. Wat is vrijheid? Betekent dat dat je mensen ook mag kwetsen?”

    • Martin Steenbeeke