Verse meisjes uit het mortuarium

De tentoonstelling in Eelde is een aardige introductie, hoewel niet compleet.

Uit de werken rijst het beeld op van een kunstenaar die geen boodschap had aan modes van zijn tijd.

Horst Janssen, ‘Selbst mit Geisha (Paranoia)’, 1982 Illustratie uit catalogus

Een bezoek aan de tentoonstelling van Horst Janssen in Museum De Buitenplaats in Eelde is een schizofrene ervaring: je wordt heen en weer geslingerd tussen bewondering voor ’s mans tekentalent en afkeer van zijn narcisme. Zeker, Janssens tekeningen zijn raak, opgebouwd uit grillige lijnen, neergezet met de achteloosheid die het ware talent kenmerkt, maar o, wat kon hij larmoyant en egocentrisch uit de hoek komen.

Een kunstenaar moet voor gek durven staan, wist Francis Bacon al. Maar wie Janssens’ eindeloze reeks zelfportretten bekijkt, de ogen glazig, het haar verward, met een huidtextuur die oogt alsof de kunstenaar aan steeds een andere zeldzame ziekte leed, moet toegeven dat ook voor gek staan zijn grenzen kent. En Janssen kende die grenzen niet.

Zijn biografie leest als een schelmenroman. Geboren tijdens de economische crisis van 1929 in Hamburg, opgevoed door zijn grootvader, wordt hij op zestienjarige leeftijd als jongste student op de Hamburgse kunstacademie aangenomen – om die snel weer te verlaten. Hij hield er een harem van (vaak broodmagere) meisjes op na, die een voor een weer weggingen. Hij was drankzuchtig en agressief. Ooit belandde hij in de gevangenis omdat hij de vrouw van zijn vriend met een mes in haar buik had gestoken. In zijn geboorteland was Janssen een cultfiguur. Politici nodigden hem uit voor dineetjes, schrijvers onderhielden een correspondentie met hem; er was een ereburgerraad in Hamburg, een prijs voor grafiek op de Biënnale van Venetië.

In Nederland heeft zijn werk nooit veel aandacht gekregen. Te conservatief waarschijnlijk, te pathetisch, te onmodieus ook. Conceptuele kunst en minimal art waren in de mode – geen museumdirecteur die geïnteresseerd was in tekeningen van dode vogeltjes in stemmige herfsttinten.

Het overzicht in Eelde is een aardige introductie, hoewel niet compleet. Stefan Blessin, de verzamelaar uit wiens collectie de tentoonstelling is opgebouwd, was geen koper van het eerste uur, en dat zie je. Janssens vroege werk, een kriebelig expressionisme vol waterhoofden en rattengebitjes, is afwezig, en ook de surrealistische werken zijn niet te zien.

Uit de kunstwerken die wél getoond worden, rijst het beeld op van een kunstenaar die geen boodschap had aan de modes van zijn tijd. Hij tekende wat hij wilde: bloemstukken, landschappen, naakten en portretten, herkenbaar weergegeven, soms oplossend in abstractie, vaak vergezeld van teksten in een negentiende-eeuws handschrift. Egon Schiele komt in gedachten, Rembrandt ook. Seks en dood vormen op deze tekeningen de belangrijkste thema’s. Tussen die twee bestond voor Janssen niet zoveel verschil: de meisjes op zijn tekeningen lijken vers uit het mortuarium afkomstig en de geraamtes copuleren er lustig op los. Het moge duidelijk zijn: de geslachtsdaad was voor Janssen geen bevrijding – het was een nederlaag die gepaard ging met schaamte en walging.

Tentoonstelling: Horst Janssen: De Duitse tekenaar van de twintigste eeuw. T/m 11 nov in Museum De Buitenplaats, Eelde. Di t/m zo 11-17u. Inl: www.museumdebuitenplaats.nl of 93253 naar 7585. Meer informatie over de kunstenaar op www.horst-janssen-museum.de of 89237 naar 7585.