Mondiale literaire canon voor googelende pubers

Volgende week presenteert de commissie-Van Oostrom de canon van de Nederlandse geschiedenis en cultuur. Hanneke Eggels bepleit een mondiale literaire canon.

Wat wij op school aan wezenlijks leren, is eigenlijk als toegift verworven. Negentig procent van het lezen van de literatuur betreft het lezen van citaten, verwijzingen en toespelingen naar andere, oudere, eerdere literatuur met een klassieke en religieuze achtergrond.

Zo’n appèl op lezen tussen de regels door laat ons collectieve geheugen werken in een ingewikkelde dialoog van schrijver en lezer. Helaas trokken veel docenten talen zich de afgelopen decennia terug op hun eilandje en zochten geen aansluiting bij de wereldliteratuur en ontwikkelingen in andere disciplines als geschiedenis, filosofie, godsdienst.

Hun zelfgekozen isolement werd gerechtvaardigd door de problemen rond taalverwerving en de ‘moeilijkheidsgraad’ van de studieteksten.

De aandacht voor literair-historische teksten nam af voor de ogen van onze zachte heelmeesters die zich er in arren moede bij neerlegden dat hun pupillen leerden ‘How to bluff your way through literature’. Voor het vak Nederlands lees je een beetje Nederlandse literatuur, bij Engels wat Engels, en zo blijve het.

Toen een van mijn zonen in de vijfde klas van het vwo een poosje een gymnasiumleerling uit Boedapest te logeren kreeg, hoorde ik onze Hongaarse Janos natuurlijk uit over zijn opleiding. Hij bleek vanaf de tweede klas vwo tot aan zijn eindexamen zorgvuldig geselecteerde teksten in het Hongaars te lezen in opklimmende graad van moeilijkheid.

Zo las hij Homeros, Duizend-en-een-nacht, Erasmus, Tsjechov en Sartre. Niet altijd boeken van voor- tot achterflap, soms fragmenten uit de wereldliteratuur vertaald in de moedertaal. Ook had Janos voor zijn achttiende twintig opera’s bezocht, omdat dat tot zijn culturele bagage hoort. Daar zat hij in de loge van het wereldtoneel en werd intellectueel uitgedaagd om zijn horizon te verruimen in zijn nieuwsgierigheid naar andere wereldbeelden.

Zo werd het dagelijks leven in Oost-Europa systematisch tot in krantenkoppen doorspekt met een vertrouwde culturele canon tussen de regels door, waarop wij in het Nederlandse taalgebied geen beroep kunnen doen omdat wij onze eigen literaire canon niet meer kennen.

Daar moet verandering in komen. Hopelijk biedt de commissie-Van Oostrom, die binnenkort een canon van de Nederlandse geschiedenis en cultuur presenteert, daarvoor een aanzet.

Echte literatuur is geen onschuldige en waardenvrije vrijetijdsbesteding. Mij lijkt een opzet van twintig verplichte boeken uit de Nederlandstalige literatuurhistorie niet ter zake in een snelle, globaliserende wereld. Is het niet zo dat onze literatuur zich alleen met oude meesters als Erasmus en Multatuli, Ter Braak en Mulisch kan mengen in het internationale discours van een humanistische wereldliteratuur?

Vanuit een herijking van het perspectief verdient een ‘moderne’ mondiale literaire canon de voorkeur, graag eendrachtig samengesteld door docenten talen, geschiedenis en filosofie.

Laten we de googelende wereldwijze puber – net als Janos – jong bij de kladden grijpen en hem niet langer vervelen door onze cultus van softe jeugdliteratuur.

Hanneke Eggels is essayist en dichter.