Hoofd op hol

Paardenveilingen trekken jaarlijks duizenden bezoekers, uit binnen en buitenland. Na voetbal is de paardensport inmiddels de grootste sportindustrie van ons land.

‘Tien jaar geleden kocht ik voor 10.000 gulden een topveulen. Nu gaat er nauwelijks een veulen meer weg voor minder dan 10.000 euro.’ Foto’s NRC Handelsblad, Rien Zilvold ermelo prinsjesdag veulenveiling foto rien zilvold Zilvold, Rien

Jos Althuyzen en Sjef Cornelissen – beiden vijftigers en werkzaam in het bedrijfsleven – hebben haast. Hun gevoel zegt dat het vandaag hún dag gaat worden. „We willen hengsten”, zegt Althuyzen, een bourgondisch type met bril en grijs krulhaar. „Hengsten in de springruiterij.” Cornelissen knikt. „Met een aantrekkelijke uitstraling”, vult hij aan. „En edel natuurlijk.”

Op de nationale veulenveiling in Ermelo voldoet het merendeel van de 63 gepresenteerde exemplaren aan die laatste twee vereisten. Maar één veulen springt er volgens de twee vrienden uit: Brioni. „De vader van Brioni behaalde drie zilveren medailles bij internationale kampioenschappen”, zegt Cornelissen. „Hij heeft geen afwijkingen en zijn beenstanden zijn correct. Hoeveel ik voor hem over heb? Tienduizend euro. Je moet ergens een grens trekken hè?” Althuyzen grinnikt. „Dat zei je vorig jaar ook. En toen hebben we samen een veulen voor 49.000 euro gekocht.” Paarden- en veulenveilingen hebben volgens het tweetal één nadeel: ze brengen bezoekers het hoofd op hol.

Een paar uur later – als het Wilhelmus heeft geklonken en zo’n 1.250 bezoekers plaats hebben genomen op de tribune van de Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie (KNHS) – laten de twee vrienden zich bijna weer verleiden. Althuyzen blijft rustig naar de hoekman knikken als het veilingbedrag voor Brioni de 10.000 euro overschrijdt. Pas bij 16.000 euro schudt hij het hoofd en haalt zijn schouders op.

Paarden- en veulenveilingen zijn een booming business; ze trekken jaarlijks vele duizenden bezoekers, uit binnen en buitenland. Hun succes is mede te danken aan de toenemende populariteit van de paardensport. Nederland telt naar schatting 60.000 geregistreerde wedstrijdruiters en 400.000 actieve paardensporters. Na voetbal is de paardensport naar omzet (1,5 miljard euro) de grootste sportindustrie van ons land. En afgaand op de internationale successen van spring- en dressuurruiters als Anky van Grunsven, Gerco Schröder, Edward Gal en Albert Zoer is de rek er nog lang niet uit.

Op de nationale veulenveiling in Ermelo leveren de nakomelingen van gerenommeerde wedstrijdpaarden het meest op. „De vader van merrieveulen Sandro Girl Z schreef eerder dit jaar met overmacht de wereldbekerfinale in Kuala Lumpur op zijn naam”,”kondigt de veilingmeester schimmel merrie nummer 40 door de luidsprekers aan. „Net als zijn vader imponeert hij qua type en beweging.” Na een lange biedsessie komt Sandro Girl in handen van een reclameman uit Breukeleveen, die haar aanschaft als verjaardagscadeau voor zijn vrouw. Prijs: 64.000 euro.

De eerste paardenveiling werd in 1977 georganiseerd, in het Drentse Sleen. De eerste veulenveiling volgde twee jaar later, in het Gelderse Borculo. Oud-veilingmeester Ino Meijer: „Dat waren kleine veilingen, waar ik met een toeter op een boerenwagen een aantal exemplaren aanprees. Wie een dier kocht dat achteraf gebreken vertoonde, moest niet zeuren. Erg professioneel ging het er destijds niet aan toe.” Wie nu een paard of een veulen op een veiling koopt, kan hem vooraf ‘uitproberen’ en krijgt enkele dagen tot weken de tijd om op zijn aankoop terug te komen. En veilingen ogen een stuk gelikter dan voorheen: handelaren zitten strak in het pak en krijgen champagne als hun bod als hoogste eindigt.

De veulens worden door een speciale commissie van de hippische sportfederatie geselecteerd op afstamming, type, beweeglijkheid en uitstraling. De paarden hebben een grondig klinisch en röntgenologisch onderzoek doorstaan. Die strenge selectie aan de poort is dé reden om naar een veiling te gaan, vindt Egbert Schep, een van de grootste paardenhandelaren in Nederland. „Toegegeven, de prijzen rijzen soms de pan uit. Maar wie heeft er tegenwoordig nog tijd om 12.000 boeren [met paarden] langs te gaan op zoek naar een mooi exemplaar?”

Zelf koopt Schep ieder jaar zo’n tien veulens op veilingen, die hij ‘opfokt’ voor de internationale handel in sportpaarden. „Natuurlijk zit daar wel eens een veulen tussen dat na een jaar gebreken vertoont die bij aankoop nog niet zichtbaar waren. Maar ik heb ook veulens gekocht met een mooie stamboom, die nu excelleren in de internationale paardensport. Wie het beste uit een populatie wil, kan niet om een veiling heen.”

Waar Schep zich aan ergert, is het toenemende aantal hobbyisten dat de veilingmarkt „verpest”. Met name op veulenveilingen zouden veel welgestelde mensen rondlopen die diep in de buidel tasten voor een ‘lief gezicht’, dat vroeg of laat in de wei achter het vakantiehuis beland. „Mensen vergeten dat wij hier de kost mee verdienen”, mort Schep. „Tien jaar geleden kocht ik voor 10.000 gulden nog een topveulen. Nu gaat er nauwelijks een veulen meer weg voor minder dan 10.000 euro.”

Ook bij de Vereniging Sportpaardenhandel Nederland (VSN) kan men weinig waardering opbrengen voor wat wel ‘het casino van de paardenhandel’ wordt genoemd. Voorzitter Daan Nanning: „Alleen weet je bij een casino aan het eind van de avond dat je duízenden euro’s verloren hebt, en kom je daar bij een veulenveiling vaak pas jaren later achter.”

Wie een aankoop doet op een veulenveiling, betaalt volgens Nanning voor een verwachtingspatroon. „Het is net als bij mensen. Als je vader professor is, en je moeder doctorandus, verwacht iedereen dat jij ook een grote herseninhoud hebt. Maar er zijn helaas heel wat uitzonderingen op de regel.” Toch zul je bij veilingen niet snel een kat in de zak kopen, erkent Nanning. „Je kunt nooit zeggen: ik koop voor veel geld een wereldpaard. Maar qua afstamming is het doorgaans dik in orde.”

Mensen als Rudy van der Bruggen staan niet lang stil bij dit soort redeneringen. De dertiger uit het Belgische Poppel was tot voor kort de eigenaar van Sandro Girl Z, die in Ermelo voor 64.000 euro werd ‘afgeslagen’. Huilend staat Van der Bruggen na afloop van de veiling bij het veulen. „Ik was zó zenuwachtig”, geeft hij toe. „Veel mensen hebben vooraf voorspeld hoeveel mijn veulen zou opbrengen: 40.000, 80.000, 100.000…Dat maakt indruk, want ik werk in een varkenshouderij en verdien maar 1.300 euro netto per maand.”

Wat hij met de opbrengst van Sandro gaat doen? ,,Geen idee, daar moet ik nog eens héél goed over nadenken.”