Een westerse Sheherazade uit Turkije

De Turkse schrijver Orhan Pamuk heeft de 103de Nobelprijs voor Literatuur gewonnen. In eigen land is hij omstreden vanwege zijn opvattingen over de Armeense kwestie.

Orhan Pamuk in 2005 Foto Roger Cremers Nederland, Amsterdam, 31-10-2005 Orhan Pamuk (AUTEUR)(Istanbul, 1952) Pamuk studeerde architectuur en journalistiek in Istanbul. Het duurde acht jaar voordat een uitgever bereid was zijn eerste roman,'Cevdet Bey ve Ogullari' (Cevdet Bey en zonen, 1982) uit te geven. Inmiddels worden zijn romans in meerder talen uitgegeven en wordt Pamuk door critici beschouwd als een van de belangrijkste hedendaagse Turkse schrijvers. Zo stelt hij zich de vraag wat 'identiteit' betekent wanneer oost en west elkaar ontmoeten. Pamuk schreef ondermeer 'De witte vesting', 'Het huis van de stilte', 'Het zwarte boek' en 'Het nieuwe leven'. De laatste roman werd een van de best verkochte boeken aller tijden in Turkije. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Cremers, Roger

Met de toekenning van de Nobelprijs voor Literatuur aan Orhan Pamuk heeft het Nobelcomité een oosterse schrijver uitverkoren die in de westerse humanistische traditie thuishoort. Een schrijver bovendien die kritiek op het islamisme en het nationalisme in zijn geboorteland Turkije niet schuwt. Een schrijver die wegens die kritiek vorig jaar door de Turkse justitie werd aangeklaagd, omdat hij in een interview met een Zwitserse krant de Turkse massamoord op de Armeniërs in 1915 en de onderdrukking van de Koerden had gekritiseerd. Het gevolg was dat hij in staat van beschuldiging werd gesteld wegens ‘bezoedeling van de Turkse identiteit’.

Toen hij in zijn boek Istanbul, dat kort daarna verscheen, ook nog eens de plundering door Turken van de Griekse wijk in die stad in 1955 beschreef, kwam Pamuk nog meer onder vuur te liggen. Op 22 januari van dit jaar trok de Turkse justitie de aanklacht tegen hem in, omdat de betrokken wet ten tijde van het gewraakte interview nog niet van kracht was. Zijn jongere collega en landgenote Elif Shafak werd in september vrijgesproken van een vergelijkbare aanklacht.

Pamuks uitverkiezing is een pijnlijke zaak voor Turkije, dat als EU-lid in spe dolgraag bij het Westen wil horen, maar dat de humanistische tradities van dat Westen niet lijkt te willen onderschrijven.

Met zijn romans valt Pamuk geheel buiten de Turkse literaire traditie, wat een van de belangrijkste redenen is voor de negatieve reacties waarop zijn boeken door de critici in zijn land zijn onthaald. Niet alleen Pamuks onarchaïsche stijl verschilt van die van zijn generatiegenoten, maar ook zijn thematiek, zijn grootsteedse personages, de fantastische vorm van zijn verhalen, zijn stellingname tegen het hedendaagse Turkije en zijn waardering voor het in de officiële geschiedschrijving weggemoffelde Ottomaanse Rijk.

Orhan Pamuk is geen schrijver van psychologische romans, maar eerder een verteller, een moderne Sheherazade met Faulkneriaanse genen. Het verhaal wint het bij hem van de diepgang van zijn personages. Zijn boeken doen denken aan postmoderne schrijvers als Jorge Luis Borges, Gabriel García Márquez en Italo Calvino. Net als hij beschrijven zij het fantastische, en gaan er met de werkelijkheid vandoor. Borgesiaanse thema’s als de-roman-in-de-roman, de zo nu en dan opduikende dubbelganger en de subtiele vermenging van droom en werkelijkheid komen in zijn romans voortdurend voor.

Orhan Pamuk werd in 1952 geboren in een westers georiënteerde, schatrijke bourgeoisfamilie uit Istanbul. Zijn beide grootvaders waren ingenieurs die een fortuin vergaarden met de aanleg van spoorwegen. Aanvankelijk wilde hij schilder worden, maar hij verruilde die ambitie voor de journalistiek en vervolgens voor de literatuur.

In 1979 debuteerde Pamuk met de roman Cevdet Bey en zoon, een familiesaga over een Istanbulse koopmansfamilie. Tegenwoordig wil Pamuk het boek niet laten vertalen omdat het te veel afwijkt van de rest van zijn oeuvre. Zijn eigenlijke debuut is voor hem zijn tweede roman: Het huis van de stilte (1982). Ook dit boek is een familieroman, waarbij het verhaal afwisselend wordt verteld vanuit het ik-perspectief van een van de hoofdpersonen. Zo is er een grootmoeder die haar leven aan zich voorbij laat gaan. Ze denkt onder meer terug aan haar man die in de nadagen van het Ottomaanse Rijk als een Turkse Diderot een universele encyclopedie wilde schrijven waarmee de kloof tussen het moderne westen en het achterlijke oosten moest worden overbrugd. Het boek bevat alle thema’s die ook in Pamuks latere werk opduiken.

Met de publicatie van de historische roman De witte vesting (1985) werd Pamuks internationale reputatie gevestigd. De roman verhaalt over een zeventiende-eeuwse Venetiaanse student die als slaaf in Istanbul belandt. Daar komt hij in dienst van een adviseur van de sultan op wie hij sprekend lijkt. Pamuk gebruikt het dubbelgangermotief om de identiteit van slaaf en meester te laten samenvloeien. Dit gegeven komt tot een hoogtepunt als de slaaf en de machthebber van rol wisselen en je niet meer weet wie wie is.

Zijn volgende twee romans, Het zwarte boek (1990) en Het nieuwe leven (1994) zijn raamvertellingen over de invloed die het schrijven van een boek op iemands leven kan hebben. In zijn laatste twee romans, Ik heet Karmozijn (1998) en Sneeuw (2003), richt Pamuk zich op het conflict tussen het moderne Turkije en de radicale islam, tussen het accepteren van invloeden van buiten (het Westen) of het behouden van de dingen zoals die al honderden jaren zijn. Want volgens Orhan Pamuk mag Turkije geografisch dan bij Europa horen, politiek is het er nog altijd een beetje Azië. Zijn romans bewijzen het.

Zie voor meer achtergronden over Orhan Pamuk www.nrc.nl/kunst

    • Michel Krielaars