Voor de geluksvogels een alternatieve rechtenstudie

Voor toelating tot het Utrecht Law College moet je een motivatiebrief schrijven én een gesprek voeren. Pas dan begint het plezier. Er zijn bijna geen afvallers.

Je zal er maar van dromen een nieuwe Moszkowicz of Böhler te worden. Of de opvolger van crimefighters en officieren van justitie Teeven of Tonino in hun goede jaren. Je zal maar staan te trappelen en na zes lange vwo-jaren is het grote moment dan eindelijk daar: je eerste college rechtsgeleerdheid aan de universiteit. De eerste stap op juristenpad. Op weg naar je naam in de krant en in marmer gebeiteld op de gevel – samen met nog 749 andere studenten in een kille zaal waar de docent een klein figuurtje in de verte is en jij een nummer. En vier jaar en ontelbare studieboeken later krijg je een papiertje waarop staat dat je jurist bent, maar heb je geen flauw benul hoe de rechtspraktijk eruit ziet.

Toegegeven: het is een beetje kort door de bocht. Maar ongetwijfeld zal menig student rechten wel eens het gevoel bekruipen: is dit het nu? De massaliteit, de droge stof, de praktijk die zo ver weg lijkt. „Daarom hebben wij een studie rechten gemaakt zoals we hem zelf hadden willen doen”, zegt Peter Rijpkema. Hij is docent aan en medebedenker van het Utrecht Law College (ULC), een in 2005 opgerichte kleinschalige opleiding binnen de Utrechtse rechtenfaculteit. Niet iedereen kan er zo maar terecht. Belangstellenden moeten een motivatiebrief schrijven en een aantal krijgt de kans die toe te lichten tijdens een gesprek. Op deze manier worden uit alle aanmeldingen 150 geluksvogels gekozen die aan de topopleiding mogen beginnen. Tot nu toe waren dat er 75, maar dat aantal wordt bij de komende toelating verhoogd.

Die bestaat uit véél praktijk. Er is een oefenrechtbank en regelmatig geven rechters en advocaten gastcolleges. Bovendien gaan studenten meteen in het eerste jaar al op meerdaagse stages bij advocatenkantoren, rechtbanken, notariskantoren of het ministerie van Justitie. „Vergelijk het eens met een studie medicijnen”, zegt Rijpkema. „Die studenten leren een boel uit boeken, maar je geeft ze óók al vrij snel een kikker om te ontleden. Zo moet het met rechten ook zijn. Met alleen theoretische kennis komt zo’n vak niet tot leven.”

Veel rechtenstudenten in spe weten niet zo goed waar ze aan beginnen. Ze vonden Ally McBeal zo’n gave tv-serie en tja, dat was ‘iets’ met advocaten. Of ze raakten geïntrigeerd door het mediaspektakel dat de zaak tegen Michael Jackson was. Er zijn ook nog de idealisten, de studenten die willen opkomen voor mensenrechten of ten onrechte veroordeelden vrij hopen te krijgen. Een gortdroge studie ligt in alle gevallen vaak niet in de lijn der verwachtingen.

De uitval onder eerstejaars bij de reguliere studie rechtsgeleerdheid ligt in Utrecht zo rond 33 procent. Bij het ULC is dat maar 1,5 procent. Studenten die de moeite nemen een selectieprocedure aan te gaan, zijn natuurlijk extra gemotiveerd. Ook de begeleiding op het ULC draagt bij aan de lage uitvalcijfers. Op iedere 25 studenten is er een tutor, die tevens docent aan de opleiding is. De lijntjes zijn kort en het contact is persoonlijk. Studenten lopen hun begeleiders tegen het lijf in een van de oude panden van het ULC, spreken hen tijdens de kleinschalige werkcolleges of op de borrels of lezingen die studenten organiseren.

Dat laatste is een belangrijk aspect van studeren aan het ULC. Zoals docent Ronald Janse zegt: „Niet alleen wij vragen ons af wat wij voor het College en de studenten kunnen betekenen, maar de studenten zelf ook.” Dus nemen die zitting in het bestuur van de studievereniging, denken ze mee over de ontwikkeling van het ULC of begeleiden ze eerstejaars studenten. Allemaal activiteiten waarvoor geen studiepunten worden uitgedeeld, maar die studenten vrijwillig in hun vrije tijd doen.

Wie overweegt te ‘solliciteren’ bij het ULC klinkt dit alles misschien wel angstig Spartaans in de oren. Is er nog wel tijd om een keer laveloos aan een bar te hangen? Een gat in de dag te slapen of met vrienden een avond films te kijken? Kortom: al die dingen die studenten doen? Rijpkema en Janse knikken. ,,De studie is niet all consuming’’, verzekert de eerste. „En er moet hier bijna niks”, vult Janse aan. „Het is wel zo dat de studenten erg gemotiveerd zijn en het leuk vinden net dat beetje extra te doen. Op het ULC komt iedereen voorbereid naar de colleges bijvoorbeeld. Maar dat willen de studenten zélf ook graag.”

Goed, Spartaans is het ULC dus niet. Maar een beetje elitair? Rijpkema zucht diep. „Dat is een hardnekkig misverstand. Onze opleiding is voor iedereen toegankelijk die er geschikt voor is, gemotiveerd is en in de massaliteit van de reguliere opleiding niet tot zijn of haar recht komt. Die student is gebaat bij een omgeving met gelijkgestemden.”

‘Differentiatie’, heet dat met een moeilijk woord: studenten indelen naar hun niveau. „Daar is echt niets elitairs aan”, benadrukt Rijpkema. „Het is voor iedereen, óók juist voor die student die wat moeilijker meekomt, voordelig om onderwijs te krijgen dat precies op maat is. Het ULC is begonnen om de topstudenten bij elkaar te zetten, maar uiteindelijk wil je het hele onderwijs zo inrichten. Sterker nog, het is een bloody shame dat we studenten zo lang hebben laten zwemmen en het normaal hebben gevonden dat ze zich allemaal maar moesten aanpassen aan een gemiddeld niveau.”

Voorlopig is het ULC nog een van de weinige gedifferentieerde opleidingen. Moet de scholier die géén bolleboos is maar wél Moszkowicz of Böhler wil worden, dan maar de handdoek in de ring gooien? „Welnee”, verzekert Rijpkema. „Als je gemotiveerd bent, kun je ook een heleboel uit de reguliere studie rechten halen. Het ULC is niet zaligmakend. Er zijn zat studenten die eerst rustig willen kennismaken met het studentenleven, en niet meteen volop in een studie willen duiken. Dat kunnen prima juristen worden, hoor! Kies vooral een manier van studeren die bij jóu past.’’

www.law.uu.nl/ulc

    • Aranka Klomp