Samen tegen de beleggers

De strijd om de macht bij industrieel conglomeraat Stork gaat morgen een nieuwe fase in. Het is de hamvraag voor de BV Nederland: wie is de baas?

Nu zijn het beleggers die de barricades bestijgen.

De strijd om de macht bij industrieel conglomeraat Stork, een bedrijf met ruim 12.000 werknemers, wordt morgenmiddag geen klassiek conflict tussen blauwe overalls en krijtstrepen, tussen arbeiders en aandeelhouders.

De bonden kiezen liever voor de witteboorden. Morgenmiddag geven beangstigde vakbonden een lijst met handtekeningen aan een onverwachte bondgenoot, Storks bestuursvoorzitter Sjoerd Vollebregt. Om half drie, als de aandeelhoudersvergadering begint, zit FNV Bondgenoten in de zaal. Met één aandeel. Daar zal een deel van de beleggers onder aanvoering van speculatieve geldbeheerders Paulson uit New York en Centaurus uit Londen opsplitsing eisen. Het bestuur weigert dat, de commissarissen van Stork ook en bonden zullen hen steunen. De uitslag van de stemming is niet bindend.

Arbeiders en managers, verenigd tegen het Finanzkapital.

Hamvraag: wie is de baas in Nederland?

Paulson en Centaurus zijn al jaren aandeelhouder van Stork. Hun investering in Stork is goed voor 400 miljoen euro. Verkoop de kippenslachtmachines en de technische dienstverlening, zeggen zij. Kies luchtvaart. Scherpte is de sleutel voor meerwaarde.

Bij Ahold hebben Paulson en Centaurus ook om splitsing gevraagd. Daar hebben zij 800 miljoen beleggingen op ’t spel staan. De beslissers van de BV Nederland en hun juridische en financiële adviseurs staan op scherp.

De strijd bij Stork (en Ahold) is een aanval op de manier van zakendoen bij grote Nederlandse bedrijven. Hier is de directeur de baas. Zoals een voetbaltrainer moet hij het publiek (klanten en aandeelhouders) tevreden houden met doelpunten en overwinningen (winst, dividend). Hij moet het vertrouwen hebben van het bestuur (de ‘parttime kenners’, die in bedrijven commissarissen heten en hem kunnen ontslaan).

De consensuseconomie die de belangenstrijd in goede banen moet leiden is een Nederlandse traditie. Zeg maar: sinds de gezamenlijke inspanningen om de dijken te onderhouden.

De consensuseconomie is twee jaar geleden politiek opnieuw bezegeld met wetgeving. Vakbonden mogen meer commissarissen voordragen bij grote bedrijven. Beleggers krijgen meer zeggenschap. Hun positie is extra versterkt met de code-Tabaksblat voor goed ondernemingsbestuur.

De financiële belangen worden groter. Het spel verruwt. Iedereen bestookt elkaar. De activistische aandeelhouders van Stork pennen krantenadvertenties en pamflettistische artikelen. De vakbond wordt kleine belegger en schermt met stakingsdreiging. Stork riep de rechter al om hulp.

De strijd om de macht bij Stork is niet typisch Nederlands. Kijk naar de Amerikaanse miljardair-op-leeftijd Kirk Kerkorian, die bijna 10 procent bezit van de aandelen van General Motors. Hij moest de autofabrikant onder grote druk zetten om als grootaandeelhouder één commissaris te krijgen en zijn grand design van samenwerking met Renault lukt niet. Nederland heeft een beleggersonvriendelijke reputatie, maar of de Amerikaanse praktijk zoveel anders is ...

Macht uitoefenen in de bestuurskamer is altijd een zware opgave voor beleggers. Met één uitzondering. Bij een overnamebod. Dan kan de belegger kiezen: pak ik een hogere prijs voor mijn aandelen, ook al is de directie van ‘mijn’ bedrijf tegen, of blijf ik achter mijn baas staan? In die gevallen krijgen beleggers wel hun zin.

Staalbedrijf Arcelor in Luxemburg en een grote werkgever in Frankrijk en België wilde niet opgekocht worden door Mittal Steel, opgericht door een Indiër. Mittal won na een verhoogd bod. Zo gebeurde het eerder in Duitsland (Mannesmann) en in Nederland (Ahrend, kantooormeubels).

Paulson en Centaurus hebben zeker één zwakte. Druktemakers van buiten de consensuseconomie moeten zich vroeger of later altijd verweren tegen nationalistische gevoelens, die Nederlandse werknemers, beleggers, managers en commissarissen juist met elkaar kunnen verbinden.

De ‘muiterij’ bij Stork illustreert de gewijzigde verhoudingen in de zakenwereld. Centaurus en Paulson vertegenwoordigen ‘nieuw' geld, nieuwe brutaliteit. Zij willen de volle winst. En zullen dat krijgen ook. In Canada en Duitsland stapte Paulson in vergelijkbare situaties naar de rechter.

De Nederlandse consensuseconomie is een politiek gegeven, maar wezensvreemd voor Angelsaksische beleggers. Zij zijn gewend aan een chief executive officer, geen collectief verantwoordelijk bestuur. Voor hen telt één baas, een held of de kop van jut, het is maar hoe de beurskoers is. Bij conflicten als hier waar de consensus faalt, beslist de rechter. Daarin verschilt Nederland niet van de VS.