De kwaliteit van de docent

LEO PRICK Foto Bram Budel Leo Prick onderwijsdeskundige heeft een boek geschreven over de onderwijs vernieuwing. Voor interview Guus Valk wetenschap. FOTO: BRAM BUDEL Budel, Bram

Studenten moeten meer arbeidsmarktgericht hun studie kiezen. Dat is goed voor u en voor mij en voor iedereen. Het betekent namelijk dat er niet langer opleidingsgelden over de balk worden gesmeten, en omdat op alle afgestudeerden een passende baan ligt te wachten wordt voorkomen dat ze een uitkering aanvragen. De wens uit hbo-kringen dat studenten hun studie meer arbeidsmarktgericht gaan kiezen, wordt door u en mij en alle andere belastingbetalers dus van harte onderschreven. Toch is het wonderlijk dat hbo-instellingen met die wens gericht aan studenten voorbijgaan aan hun eigen rol in het proces van verkeerde keuzes.

Het hbo kent talloze verschillende studies met als ingrediënten management, bedrijfskunde, economie en ict. Deze variëteit aan studies, aangeboden onder allerlei swingende benamingen, is bedoeld om zo veel mogelijk studenten binnen te halen. Als ze eenmaal binnen zijn, krijgen ze vervolgens allemaal zo ongeveer hetzelfde aangeboden. Om verantwoord, arbeidsmarktgericht te kunnen kiezen, is het in de eerste plaats van belang dat hogescholen bij studenten niet bewust verkeerde verwachtingen wekken.

Dat opleidingen steeds meer op elkaar zijn gaan lijken is het gevolg van ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, waar de eisen die aan hoger opgeleiden worden gesteld een steeds minder sectorspecifiek karakter hebben gekregen. Het op een bepaalde sector van de arbeidsmarkt gerichte specialisme, maakt steeds minder deel uit van de opleiding. Maar met het oogmerk van kostenbesparing zijn de hogescholen voor wat dat algemene karakter betreft, vaak te ver doorgeschoten. Zo krijgen studenten die leraar worden in bijvoorbeeld Frans of wiskunde grotendeels dezelfde opleiding. Samen met studenten in andere vakken volgen zij een opleiding gevuld met algemene zaken als ‘classroom management’, omgaan met verschillen, leren samenwerken, culturele minderheden, etc. Dat is bepaald niet arbeidsmarktgericht, want scholen vragen wel degelijk leraren die verstand hebben van het vak dat ze gaan doceren. Bovendien leidt die geringe aandacht voor het vak ertoe dat studenten teleurgesteld afhaken.

Het gros van de hbo-opleidingen krijgt dus steeds meer een algemeen karakter, maar omdat het voorlichtingsmateriaal tot doel heeft zo veel mogelijk studenten binnen te halen, suggereren hogescholen juist het tegendeel: dat ze iets specifieks aanbieden, iets wat hun concurrenten niet in huis hebben. In plaats daarvan zouden scholen zich op een andere wijze van de concurrentie moeten onderscheiden, namelijk door de nadruk te leggen op kenmerken die wel het verschil maken zoals de kwaliteit van de docenten of de wijze waarop studenten begeleid worden. Wat dat betreft geven de kunstopleidingen het goede voorbeeld. Die concurreren niet met elkaar door te suggereren dat de studie leuk, gezellig, swingend is, maar door te wijzen op de kwaliteit van hun docenten, hun reputatie op hun vakgebied. Studenten weten dat als ze daar en daar gaan studeren, les krijgen van die en die. Wah! Het is mij altijd een raadsel geweest waarom dit vooropstellen van de kwaliteit van de docent beperkt blijft tot opleidingen als muziek, kleinkunst, toneel of beeldende kunst. Voor die opleidingen geldt het besef dat de kwaliteit staat of valt met die van de docent. Voor het gros van alle andere hbo-opleidingen lijkt de gedachte dat de docenten er niet toe doen, als ze maar goed gemanaged worden.

Kortom, het probleem van de uitval van studenten of de teleurstelling van studenten in hun studie moet niet in de allereerste plaats worden gezocht bij de studenten, maar bij de wijze waarop de hbo’s hun onderwijsaanbod aan de man en vrouw brengen.

    • Leo Prick