Nieuwe huizen bouwen met historisch besef

Monumentenzorg en landschapsbescherming staan meestal op gespannen voet met de veranderingsdrift van ontwerpers en ontwikkelaars. Zij zeggen wel dat ze inspiratie putten uit de geschiedenis van een landschap of locatie, maar vervolgens weten ze dat nauwelijks verder uit te leggen. Dat zegt landschapsarchitect Eric Luiten, één van de drie nieuwe ‘Belvederehoogleraren’ die vorig jaar in Delft, Wageningen en Amsterdam (VU) zijn benoemd. Dat gebeurde op initiatief van Projectbureau Belvedere, dat zich inzet voor een vitaal cultuurhistorisch erfgoed onder het motto ‘behoud door ontwikkeling’.

U heeft zelf een spraakmakend plan gemaakt voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie?

Klopt. De Waterlinie stamt uit omstreeks 1815 en strekt zich als een groen lint uit van Muiden aan het IJsselmeer tot aan de Biesbosch. Om het schootsveld van de forten vrij te houden, mochten daar alleen houten gebouwtjes staan, die bij oorlogsdreiging snel ontmanteld konden worden. Tegenwoordig kan die Waterlinie een prachtige nieuwe betekenis krijgen als oostelijke begrenzing van de Randstad. Ook kan hij bijdragen aan het waterbeheer door die oude inundatiegebieden voor extra waterberging in te zetten. Ten derde zou je de Waterlinie kunnen beschouwen als een langzame tegenhanger van snelwegen en spoorlijnen.”

Hoe ziet u die woningbouw voor zich?

Aan de westkant van de linie denken we aan verdichting, met stevige gebouwen die doen denken aan een defensief verleden. De forten worden zorgvuldig gerestaureerd. Je kunt het fort in de zomermaanden als attractie openstellen en daar dan eigentijdse gebouwtjes naast zetten, waarin mensen bijvoorbeeld kunnen overnachten. Dat zijn interessante ontwerpvragen, in zo’n historische context, op zo’n plek waar de geschiedenis over je heen dondert, en waar je dan toch een eigentijds, herkenbaar gebouw aan toevoegt.”

Moet het per se een eigentijdse uitstraling hebben?

Soms zie je nieuwbouw die ondubbelzinnig en weinig subtiel naar de geschiedenis verwijst, zoals de nieuwe woongebouwen als kastelen in plan Haverleij bij Den Bosch. De consument neemt die woningen kraaiend van plezier in bezit, maar veel architecten gruwen van deze historiserende manier van bouwen. De discussie daarover wordt op een rudimentair niveau gevoerd. Men vindt het mooi of lelijk, meer niet. Of neem die pseudo jaren-dertig woonwijken, die nu als warme broodjes worden verkocht. Heel sfeervol, maar dan zonder de hoge plafonds, het glas-in-lood en de mooie houten trappenhuizen, want arbeid is duur geworden. Om dan alleen het gevelbeeld te imiteren vind ik geen intelligente bewerking van de geschiedenis. We zouden in staat moeten zijn om niet die huizen zelf, maar alleen de kwaliteit van die huizen over te zetten naar de 21ste eeuw, anders wordt het kitsch.”

Marion de Boo

    • Marion de Boo