Toch geen Turkse verkiezingsboycot

Het schrappen van Turkse politici van kandidaatlijsten is geen incident meer, vinden Turkse organisaties.

Het is een langer proces van inperking van rechten.

De meeste deelnemers aan de bijeenkomst hadden de zaal al verlaten toen de slotverklaring nog moest worden voorgelezen. Ze wisten al dat de Turkse soep niet zo heet zou worden gegeten als deze werd opgediend. Want ook al hadden Turkse organisaties vooraf gedreigd met een oproep tot een verkiezingsboycot, uiteindelijk deden ze dat niet.

Ongeveer tweehonderd vertegenwoordigers van landelijke en lokale Turkse organisaties debatteerden gisteren urenlang over het „Turkse antwoord” op het verwijderen van de kandidaat-Kamerleden Ayhan Tonca en Osman Elmaci (beiden CDA) en Erdinc Saçan (PvdA) van de concept-verkiezingslijsten. De drie moesten weg omdat ze de genocide op honderdduizenden Armeniërs rond 1915 niet wilden erkennen. Ook Turkije weigert deze erkenning.

Het schrappen van de drie Turkse politici is geen incident meer te noemen, zei woordvoerder Emin Ates namens de organisaties in de slotverklaring. „We zien dit als onderdeel van het grotere proces van inperking van de rechten van minderheden gedurende de laatste vijf jaren.”

Tegelijk werd het boycotten van de verkiezingen in de slotverklaring sterk afgeraden: Turken moeten vooral gebruik maken van het voorrecht waar zo lang voor is gestreden. „We roepen de Turkse gemeenschap op massaal strategisch te gaan stemmen”, zei Ates die niet wilde uitwijden over wat dat dan precies inhield. Enkele deelnemers opperden D66 als alternatief. Een enkeling zag een Turkse partij komen. PvdA en CDA moeten worden afgestraft, meenden in elk geval de meesten.

Ates uitte verder de wens discussiebijeenkomsten met deskundigen te organiseren over de Armeense kwestie. Eerder had een aanwezige al voorgesteld „vooraanstaande historici die de Turkse visie onderschrijven te laten debatteren met Nederlandse experts”.

Vooruitlopend daarop werd in de slotverklaring niet gerept over de genocide. Dat riep boze reacties op. „Studenten weigeren de verklaring te ondertekenen”, riep Nazli Isildak, studente aan het conservatorium in Tilburg nog tijdens het voorlezen van de verklaring. „Omdat die niet ver genoeg gaat”, lichtte ze even later toe. „Oké, er vonden massamoorden plaats, over en weer. Maar we ontkennen dat er stelselmatig een volkerenmoord heeft plaatsgevonden op de Armeniërs.” „Ze praten de Nederlandse overheid na, want ze zijn afhankelijk van de subsidie”, riep Sevdiya Kücükpinar, een van de weinige deelnemers nog in de zaal.

De meeste sprekers pleitten voor eendracht, om „de Turkse stem” zo krachtig mogelijk te laten horen. „Straks moeten onze lokale politici en ambtenaren ook verantwoording afleggen”, vreesde een spreker. „Voor we het weten wordt genocide opgenomen in de schoolboeken van onze kinderen”, zei een ander.

Opvallend was dat de onderlinge verschillen tussen nationalistische, religieuze en linkse organisaties even onzichtbaar leken. „Waarom zetten we ons niet in voor de democratisering van Turkije”, zei iemand in de zaal. Nebahat Albayrak, Kamerlid voor de PvdA, was ook aanwezig, maar weigerde een toespraak te houden. Een lid van een nationalistische Turkse organisatie zei dat hij bij de vorige verkiezingen stemmen had geronseld voor Albayrak. „Maar dat zie ik mezelf nu niet doen.”

    • Ahmet Olgun