Masker van Dow Jones

Zes jaar deed het Amerikaanse Dow Jones-gemiddelde er over, maar vorige week slaagde de beursthermometer er eindelijk in het record van september 2000 te breken. Aandelenbeleggers lijken op de terugweg uit de wildernis, en dat is goed voor iedereen. De waardering van aandelen ten opzichte van de bedrijfswinsten, en ten opzichte van de huidige rentevoeten is niet zo excessief als destijds. Het is de stijging van de bedrijfswinsten die ditmaal het werk heeft gedaan, niet het lukraak opbieden van de aandelenkoersen dat zes jaar geleden voor de beurshausse zorgde.

Is de schade van het dotcom-tijdperk dus achter de rug? Dat is te eenvoudig geconcludeerd. Bredere beursindices, zoals de Amerikaanse Standard & Poor’s 500, zijn bij lange na niet terug op hun record van destijds. De Nasdaq-index waarin veel technologiefondsen zijn ondergebracht, staat nog steeds niet op de helft van het hoogtepunt van destijds. Die constatering geldt eveneens voor de Amsterdamse AEX-beursindex, die weliswaar de 500 punten nadert, maar nog steeds ver verwijderd is van de ruim 700 punten in september 2000.

Dat wil niet zeggen dat er geen reden is tot optimisme. De koersen weerspiegelen de verwachtingen van beleggers, en daaruit valt wel het een en ander af te leiden. Algemeen wordt op de financiële markten verwacht dat de Amerikaanse economie gas terugneemt. De ontwikkeling op de beurzen suggereert dat de conjuncturele neergang eerder het karakter krijgt van een ‘zachte landing’ dan van een venijnige recessie. Dat is belangrijk voor Europa, en daarmee ook voor Nederland. Op ons continent is sprake geweest van een felle conjuncturele opgang, die in de loop van dit en volgend jaar wellicht aan kracht verliest. Of het gunstige economische tij voortduurt hangt mede af van de lotgevallen van de allesbepalende Amerikaanse economie.

Beurzen reageren ook sterk op risico’s. Hier is de diagnose minder duidelijk. De olieprijs is inmiddels teruggevallen tot rond de 60 dollar per vat, en de rentepolitiek van de centrale banken impliceert dat zij nog steeds uitgaan van een beperkt effect op de inflatie van de eerdere scherpe stijging van de brandstofprijzen. Dat is goed nieuws, maar de huidige hausse in Westerse aandelen wordt vooral veroorzaakt door risicomijdend gedrag van beleggers. Beurzen in opkomende landen doen het laatste tijd beduidend minder goed, en zelfs in Amerika en Europa zelf concentreren de koersstijgingen zich bij grote bedrijven. Kleinere, riskantere beursfondsen zijn minder in trek.

Zo maskeert de hausse op dit moment dat er nog steeds ongerustheid is op de financiële markten. Bij kwesties rond bijvoorbeeld Irak, Iran en Noord-Korea is een oplossing nog ver, en dat heeft repercussies die reiken van de veiligheid van de internationale energievoorziening tot de blijvende mogelijkheid van verstorende terroristische aanslagen. De wereldeconomie heeft zich tot dusver zeer robuust getoond tegenover deze dreigingen en onzekerheden. Dat weerspiegelt zich in de aandelenkoersen. Maar we zijn er, ook na zes jaar, nog lang niet.