Atoomkracht nog onduidelijk

Het is nog onduidelijk hoe krachtig de explosie in Noord-Korea was. Daaruit zal moeten worden afgeleid hoe ver de Noord-Koreanen zijn met de ontwikkeling van een kernwapen.

Volgens de Amerikaanse geologische dienst USGS had de beweerde Noord-Koreaanse ondergrondse atoomproef een magnitude van 4,2 op de schaal van Richter. In Wenen komt de in oprichting zijnde organisatie voor toezicht op het totale kernstopverdrag (CTBTO) op een waarde van 4,0 Richter. Het Zuid-Koreaanse instituut voor geologie en minerale voorraden in Daejon komt nog lager uit: 3,6 à 3,7. De Japanse meteorologische dienst weer hoger: 4,9.

In Nederland is de explosie niet geregistreerd, zegt dr. H.W. Haak, als seismoloog verbonden aan het KNMI. Zij vond afgelopen nacht plaats om ongeveer half vier Nederlandse tijd. Volgens Haak wordt doorgaans het meeste gezag toegekend aan de opgaven van de USGS. „Maar inderdaad is er vaak een behoorlijke spreiding is dit soort getallen.” Een magnitude van 4 Richter komt heel globaal overeen met een explosie met een orde van grootte van 1 tot 10 kiloton TNT. Dat is, zegt Haak, wat je typisch zou kunnen noemen voor een eerste nucleair experiment. Het is niet uitzonderlijk veel, maar ook weer niet zo weinig dat je moet aannemen dat de Noord-Koreanen in staat zijn tot de productie van een geavanceerd minikernwapen. Aan de atoombom op Hiroshima wordt gewoonlijk een kracht van zo’n 12 tot 15 kiloton TNT toegeschreven.

Als coördinaten van de explosie geeft de USGS op: 41,29 graden noorderbreedte en 129,13 graden oosterlengte. Dit is de oostelijke flank van een uitgestrekt berggebied dat ter plekke een hoogte van zo'n 2300 meter bereikt. Afhankelijk van de inrichting van het experiment kan daar na verloop van tijd – dagen of weken – een inzakkingskrater ontstaan. Die zou door satellieten zijn waar te nemen en een eerste bevestiging van de proef kunnen zijn. Ook kunnen op den duur radioactieve gassen uit de explosieholte in de berghelling weglekken. Bij gunstige wind kunnen die door vliegtuigen in de omgeving worden gedetecteerd en geanalyseerd. Natuurlijk kan ook Noord-Korea zelf fotografisch bewijs van de atoomproef leveren.

Experts van het Zuid-Koreaanse instituut in Daejon weten niet zeker of echt een atoomproef is genomen. Een explosie van vergelijkbare intensiteit is ook met klassieke springstoffen op te wekken. Op 22 april 2004 ontplofte bij Ryongchon in Noord-Korea een trein geladen met de springstof ammoniumnitraat die een aardschok van 3,6 Richter opwekte. Ook deze schok werd zowel door de USGS als de CBTBO geregistreerd.

Als Noord-Korea inderdaad een kernproef heeft genomen is waarschijnlijk plutonium volgens het implosieprincipe tot explosie gebracht – net als de bom op Nagasaki in 1945. Het principe is lastiger dan dat van het gun-type dat voor Hiroshima werd gebruikt, maar dit laatste is alleen voor verrijkt uranium geschikt. Noord-Korea heeft waarschijnlijk onvoldoende hoogverrijkt uranium. Het heeft van het Pakistaanse nucleaire netwerk rond dr. A.Q. Khan informatie en apparatuur voor uraniumverrijking ontvangen, maar er zouden nog onvoldoende ultracentrifuges in gebruik zijn om het benodigde uranium te produceren. Wel is er al voldoende plutonium uit een kernreactor.

Als Noord-Korea het implosieprincipe beheerst is dat slecht nieuws voor de verspreiding van kernwapens want bij het implosieprincipe wordt zeer efficiënt gebruik gemaakt van splijtstof. Anderzijds staat nog niet vast dat de Noord-Koreaanse implosiebom al zo klein is dat hij met de beschikbare raketten kan worden afgeschoten.