Geen stellingname bij vrije schilderkunst

Schilderijen van verstilde werelden waar weinig in gebeurt, overheersen de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst 2006, die gisteren door Koningin Beatrix werd uitgereikt.

Een ‘eigentijdse uitdaging’ noemt de koningin in haar toespraak de tentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum van het werk van de 28 genomineerden: „Het is altijd de moeite waard om inzicht te krijgen in de nieuwe bronnen van deze tijd.”

Pietje Tegenbosch, voorzitter van de jury van de jaarlijkse stimuleringsprijs voor schilders onder de vijfendertig jaar, klinkt opgewekt en positief. Waar de jury in voorgaande jaren wel eens de zorg uitsprak over de kwaliteit van de schilderkunst, ziet ze het nu helemaal zitten: de schilderkunst bloeit en is verre van een conventioneel medium. Ook constateert de jury een toename van politiek-maatschappelijke onderwerpen. Maar dat valt, de tentoonstelling bezien, wel tegen.

Het politieke zie je vluchtig terug op een doek van Michiel van de Zande, een vreemd schilderij van een oriëntaals gebouw dat je eerder in de negentiende eeuw zou plaatsen. Op een zijmuur doemt Saddam Hussein op als afgebladderde schildering. Dit is nog het meest politieke werk, met dat van Lucy Stein, waarin een jonge vrouw in badpak de tekst ‘Rescue Remedy’ als knokige letters in een tekstballon uitroept. Ze staat bovenop een soort ruïne, met puntige bergen op de achtergrond. Stein is een van de winnaars, samen met Wouter Kalis, Antoine Berghs en Anneke Wilbrink.

Kalis schildert als een van de weinigen abstract. Hij laat schilderen zien als rationele actie, terwijl Wilbrink en Stein de expressie zoeken en met snelle gebaren en dikke verf hun voorstellingen maken. Antoine Berghs steekt met kop en schouders boven de andere winnaars uit, door zijn spannende materiaalgebruik: hij werkt met kunstgras, snijdt in zijn doek en brengt beeldelementen aan die bijna herkenbaar zijn, als ruggengraat of boomstam. Berghs: „Ik ben nu volwassen in mijn werk. Ik verzet me tegen achteloos consumeren, met name in de kunst.”

Deze editie laat zien dat de schilderijen een gelatenheid delen. The Institute II van William Monk: een decoratieve wildgroei aan struikjes, met aan de verre einder een gestileerde partij flatgebouwen. De kleuren zijn fel, de flats gloeien. Het is er desolaat. De schilders schotelen ons sferische werelden voor. Ze zijn soms ongemakkelijk, ook al is de verf vrolijk zoals in het cynisch-blije doek van Kim van Norren met de expressieve kreet: Grow Up & Give In. En dat lijkt er inderdaad aan de hand: de schilders hebben het opgegeven om echt stelling te nemen. Overal zie je de verzachtende omstandigheden: rozen bij ruïnes, zoete doughnuts op een roze tafelkleed. De realiteit van alledag is zo zwaar, dat schilderkunst een vluchtroute biedt.

Koninklijke Prijs, t/m 3 dec, Gemeentemuseum Den Haag. Inl. 070-3381111