Eindexamencijfers voorspellen succes studie geneeskunde

Studenten met hogere eindexamencijfers studeren sneller maar worden niet per se betere artsen. Foto Evelyne Jacq Nederland, Utrecht, 15-01-2003 UMC Utrecht Medisch Centrum. Afdeling long hart chirurgie. Een Physician assistent ondersteunt de team van de opererende Hartchirurg tijdens hart operatie. Foto: Evelyne Jacq Jacq, Evelyne

Eindexamencijfers kunnen het succes in studie en carrière van studenten geneeskunde enigszins voorspellen. Elk punt hoger op de gemiddelde eindexamenlijst betekent een half jaar sneller studeren en een grotere kans om toegelaten te worden tot de specialistenopleiding die de student het liefste wil volgen.

Dat blijkt uit een onderzoek onder leiding van dr. Janke Cohen-Schotanus, waarbij de eerstejaars van de Groningse geneeskundefaculteit uit 1982 en 1983 tot 2000 gevolgd werden met jaarlijkse interviews. Betere scholieren publiceren later ook vaker wetenschappelijke artikelen. Op het inkomen van de artsen, en op uitval tijdens de studie, hebben de eindexamencijfers geen invloed. De onderzoekers publiceren hun uitkomsten in het oktobernummer van het onderwijskundig tijdschrift Medical education. Ze concluderen dat het systeem van gewogen loting – waarbij een scholier meer kans maakt op toelating naarmate zijn gemiddelde eindexamencijfer hoger is – ‘zo slecht nog niet is’.

Volgens de Maastrichtse hoogleraar onderwijskunde Cees van der Vleuten, die ook aan de studie meewerkte, laten de resultaten echter vooral zien dat de voorspellende waarde van de cijfers ‘zwak’ is. Dat werd op basis van eerder onderzoek al verwacht. Dit is echter de eerste Nederlandse studie met een dergelijke lange looptijd. Een nog niet gepubliceerde studie van dezelfde onderzoekers, die slechts enkele jaren liep, liet geen effect van de eindexamencijfers zien.

Vooral in de geneeskunde-opleidingen is de afgelopen jaren discussie ontstaan of ‘selectie aan de poort’ wellicht een betere manier is om artsen te selecteren dan gewogen loting. Eind jaren negentig ontstond ophef over het feit dat scholieren zoals Meike Vernooy, die een gemiddelde had van 9,6 op haar eindlijst, toch konden worden uitgeloot voor de artsenstudie. Onderwijsminister Hermans gaf in 1999 het groene licht voor selectie aan alle opleidingen met een zogenaamde numerus fixus, dus waarbij het aantal plaatsen kleiner is dan het aantal aanmeldingen. Dit sloeg vooral aan bij de geneeskundeopleidingen: Utrecht, Rotterdam en de beide Amsterdamse universiteiten selecteren nu een deel van hun studenten.

De Groningse onderzoekers maakten geen vergelijking tussen geselecteerde en ingelote studenten. Ze merken op dat selectie “kandidaten een gevoel van controle geeft”, maar vinden dat dat moet worden afgewogen tegen “het politieke argument van gelijke toegang voor alle scholieren”.

Onderzoeker Van der Vleuten zegt dat selectie in Nederland “weinig zin” heeft, omdat geslaagde vwo-scholieren een homogene groep vormen met een redelijk niveau. “Maar door de bachelor-master-structuur wordt de instroom veel diverser, want studenten komen dan ook uit het buitenland. Dan wordt selectie noodzakelijker.”

De Rotterdamse geneeskundefaculteit concludeerde twee jaar geleden wel dat geselecteerde studenten beter presteerden tijdens hun studie. Andere opleidingen hadden na experimenten met selectie aan de poort juist bezwaren. De procedure bleek te duur, of geselecteerde studenten haalden geen betere studieresultaten. Volgens de Maastrichtse hoogleraar blijkt uit onderzoek dat voor het uiteindelijke carrièresuccces niet zozeer de vakmatige vaardigheden belangrijk zijn, maar de algemene: goed kunnen communiceren bijvoorbeeld. Die blijken zowel uit selectie als uit eindexamencijfers moeilijk af te lezen.

Hester van Santen

    • Hester van Santen