Woedend in Beiroet

Abdelkader Benali: Berichten uit een belegerde stad. De Arbeiderspers, 125 blz. € 7,50.

Robert Fisk: Bericht uit Beiroet. Ambo/Anthos, 75 blz. € 5,–

De kortstondige oorlog in Libanon ligt alweer twee maanden achter ons. De verhalen over de burgerdoden en de verwoeste infrastructuur zijn genoegzaam bekend. Ook de politieke gevolgen zijn duidelijk: Hezbollah en zijn regionale broodheren Syrië en Iran zijn gesterkt uit de strijd gekomen, en Israël en Amerika zijn erdoor verzwakt. Maar die politieke oppervlakte zegt niets over de ervaringen ter plekke. Nu zijn er net twee oorlogsdagboeken verschenen van personen die beroepshalve in de Libanese hoofdstad Beiroet zaten toen het Israëlische geweld boven de stad losbarstte. Robert Fisk is een doorgewinterde Britse politieke jour- nalist die al dertig jaar in het Midden-Oosten leeft; Abdelkader Benali is een jonge Nederlandse schrijver die voor het eerst in dit deel van de wereld komt om nader kennis te maken met Beiroet, die 'hartstochtelijke dame', en zich in het Nederlands en Arabisch beter wil leren uitdrukken.

Fisk voegt aan de krantenberichten over de oorlog scherpzinnige analyses toe, van de tactieken van Hezbollah en de machinaties van Syrië en Iran. Benali beschrijft vooral de effecten op het alledaagse leven van de inwoners; bij hem blijven de gruwelen van de oorlog, die Fisk in weerzinwekkende details beschrijft, op de achtergrond. Beiden maken duidelijk dat de Israëlische bombardementen behalve moreel onaanvaardbaar ook strategisch zinloos waren: ze hebben niet geleid tot de bevrijding van de ontvoerde Israëlische soldaten, laat staan tot het uitroken van Hezbollah-guerrilla’s. Beiden ventileren ook hun afkeer over het cynisme waarmee Hezbollah het lot van de Libanese burgerbevolking ondergeschikt maakt aan zijn politieke doelen.

Fisks dagboek is doortrokken van woede: hij noemt de Israëlische reactie op de daden van Hezbollah niet buitenproportioneel maar schandalig. Die woede mag begrijpelijk en gerechtvaardigd zijn, ze is niet genoeg om een heel boek te dragen, ook al is dat middenin de chaos van een oorlog tot stand gekomen. Benali wordt eerder gedreven door nieuwsgierigheid. Hij beseft dat hij op de rand van het rampentoerisme balanceert en weet de balans te bewaren tussen zijn persoonlijke sensibiliteit en de ellende van de mensen in zijn omgeving. Juist de gretigheid waarmee hij naar andermans belevingswereld, naar beelden, geuren en geluiden zoekt, behoedt hem voor clichés, pathos en narcisme. Als het niet zo cynisch klonk, zou je haast zeggen dat dit straatrumoer een zegen voor de Nederlandse literatuur is.

    • Michiel Leezenberg