Voorbij de pinupclub

Jef Rademakers: Julius’ tong. Houtekiet, 160 blz. € 14,95.

Vroeger was Jef Rademakers televisieproducent en filmregisseur. Hij was de bedenker van Veronica’s PinUp Club, maar maakte ook een mooie documentaire over Reve. Later gooide hij het roer om en ging hij gedichten en verhalen schrijven. In zijn nieuwe roman, Julius’ tong, valt nog wel iets terug te vinden van zijn passies van weleer: er komen hoeren in voor, majorettemeisjes die aanleiding geven tot opgewonden gemijmer en een administratief medewerkster die zonder onderbroek naar haar werk gaat, om haar baas een plezier te doen. Er worden toespelingen gemaakt, verlangens geuit en seksuele handelingen beschreven, maar een pinupclubroman zou ik Julius’ tong toch niet willen noemen. Zijn benadering is eerder zakelijk dan pikant.

Hoofdpersoon Julius is een zonderlinge man, die buiten de maatschappij staat. Hij is 36, ongetrouwd, werkloos en doet niet veel meer dan wat rondtoeren in zijn Daimler. Hij heeft een zwak voor dieren. Het duurt even voordat duidelijk wordt wat er met hem mis is. Hij is niet gewoon een zwijgzaam type, maar zegt helemaal niks. Het blijft onopgehelderd waarom dat zo is. Zijn oren werken goed en hij blijkt ook coherent te kunnen denken. Zijn leven draait om zijn dementerende moeder, die is opgenomen in een verpleeghuis en zijn broer Henri, die auto’s verkoopt en de familiefinanciën regelt. Sinds Julius niet meer met ‘moeder’ samenwoont, is hij zoekende. Hij verlangt naar iets of iemand om voor de rest van zijn leven voor te kunnen zorgen. Een dier bijvoorbeeld. Een vrouw mag ook. Hij wil, zoals hij dat zelf formuleert, een daad van liefde stellen.

Dit steeds herhaalde verlangen zorgt voor een aangenaam thrillereffect in de roman. Want men voelt wel aan dat Julius’ wens niet op reguliere wijze vervuld zal worden. Tot de onrustbarende elementen behoort de smoezelige Rinus, een bejaarde stroper die liefhebbert in opgezette dieren. Hij verlangt terug naar de oorlog toen het leven nog knus en overzichtelijk was en zijn vader met een gericht schot uit de weg placht te ruimen wat hem niet beviel. Weinig geruststellend zijn ook de opvattingen die Julius, in gedachten, ontwikkelt over leven en dood. Hij houdt niet van aftakeling. ‘Een leven dat te lang duurt,’ meent hij, ‘verliest alle toverkracht.’ En ook: ‘Zoiets moet je voor zijn.’

Mismoedig hoef je niet te worden van Julius’ tong, hoe bloederig het slot ook is. Het verhaal is niet in alle opzichten even subtiel of geloofwaardig, maar het is de toon die hier de muziek maakt. De charme zit in de droge, licht absurdistische zinnetjes die soms aan Reve doen denken. ‘Ik word niet oud,’ denkt onze held bijvoorbeeld. ‘Ik zal blijven zoals ik nu ben.’ En: ‘Er rust een niet aflatende zegen op mij.’

    • Janet Luis