Vanaf morgen niet meer: afrekenmachines

Grote winkelketens hebben er vaak vele. En meestal zijn ze hartstikke lief. Maar je hébt gewoon niets aan ze. Aan al die leuke, vriendelijke, maar hopeloos incapabele en onwetende verkopers.

Bij de ingang staan ze je al op te wachten. Drie, vier meisjes of jongens van 17 à 18 jaar, met een lieve glimlach en een vriendelijk ‘goedemiddag’. Klaar om... tja, om wat te doen eigenlijk? Helpen doen ze niet, alleen als je ze er nadrukkelijk om vraagt. En elke vraag die je op ze afvuurt, wordt met een glimlachje en een bedremmeld ‘dat weet ik eigenlijk niet’ beantwoord. Heel aardig, heel eerlijk, maar daar kom ik niet voor.

Ik wil antwoorden! Natuurlijk is het prettig als er iemand naar je lacht. Maar als klant verwacht ik meer. Ik wil de zaak uitlopen met het gevoel: dit is het beste paar schoenen op de wereld, wat stom dat ik die nooit eerder heb gekocht.

Natuurlijk weet ik ook wel dat alleen de crème de la crème onder de verkopers dát voor elkaar krijgt. Maar er moet toch op zijn minst één opvallende of minder opvallende poging gedaan worden me iets aan te smeren? Sterker nog, ik koester stille bewondering voor gehaaide professionals die je met een jutezak laten weglopen alsof het een galajurk is. Zij geven goed advies of liegen me voor, het maakt me niet uit. Het is een spel, een wedstrijd. Klant versus verkoper, man tegen man. Ik wil kwaliteit voor mijn geld, hij gewoon mijn geld. Kom maar op! Overtuig me maar!

En ja, er vallen spaanders. Dan heb je opeens een blauwe Honda Civic gekocht waarvan het linkerportier niet opengaat, met net genoeg benzine om de pomp tweehonderd meter verderop te halen, die vervolgens na een maand vol pech niet door de APK-keuring komt. Dat is best even slikken. Maar het komt ook voor dat je een paar ski's koopt en voor dezelfde prijs bindingen én ski-schoenen krijgt. Kijk, dát is weer mooi meegenomen.

Juist door dit spel schep ik enig genoegen in winkelen. En juist dit plezier wordt me door schoenenverkoopsters en jongens in elektronicazaken ontnomen. Deze tot afrekenmachines gedegradeerde tieners hebben nog nooit gehoord van het grote verkoopspel. Dus word ik bij elke ‘dat weet ik eigenlijk niet’ een stapje verder uit de winkel gedreven. Durf ik niet eens meer te vragen om korting, de prijs-kwaliteitsverhouding of de extraatjes.

Nee, ik sta al snel weer buiten. Vertwijfeld rondkijkend naar een klein familiezaakje waar ze spullen misschien veel te duur, maar in ieder geval nog verkopen. Maar meestal ga ik maar naar huis, bestel ik online. Daar verwacht ik ook geen verkoper.

Ton Wallast

    • Ton Wallast