‘Turken laten Albayrak niet zomaar vallen’

De Armeniër Nicolai Romashuk wil graag in debat met de Turkse kandidaat-Kamerleden die van de verkiezingslijsten werden geschrapt. „Mijn voorouders zijn afgeslacht!”

Driftig slaat de Armeen Nicolai Romashuk (53) uit Assen bladzijden om uit diverse historische boekjes over de Turkse volkerenmoord op Armeniërs uit 1896 en 1915. In ‘Het bloedige juk van den Turk’ van Arnold J. Toynbee staan foto’s van twee onthoofde Armeense geestelijken, gekruisigde Armeniërs, een gemartelde dode vrouw met haar twee kinderen. Romashuk nam in 1999 het initiatief tot de oprichting van een monument in Assen, ter nagedachtenis aan de Armeense doden. Hij zou de foto’s graag eens laten zien aan Ayhan Tonca en Osman Elmaci, ex-kandidaat-Kamerleden van het CDA, die de Armeense genocide niet wilden erkennen en daarop van de CDA-kandidatenlijst verdwenen. „Vrijheid van meningsuiting? Leugens zijn het die Tonca verkondigt.”

Romashuk nodigde Tonca onlangs uit voor een debat. „Maar hij had het te druk. Na de ramadan, zei hij. Kort daarop werd hij van de kandidatenlijst geschrapt.” De Assenaar prijst het principiële standpunt van de christendemocraten. Minder tevreden is hij over de houding van het PvdA-Kamerlid Albayrak. „Ze is slim en intelligent, maar steekt haar kop in het zand. Ze zegt alleen dat Turken over de volkerenmoord moeten durven praten.” Haar verweer dat ze nog maar twee jaar was toen ze naar Nederland verhuisde, vindt hij niet sterk. „Dat interesseert me geen moer. Mijn voorouders zijn afgeslacht! Ze moet duidelijk maken: ja of nee genocide.”

Hij beseft: bij een ‘ja’ beschouwen Turken Albayrak als verraadster. „De PvdA denkt dat het de partij haar 66.000 voorkeursstemmen zal kosten. En die hebben ze hard nodig, zeker in een nek-aan-nek-race met het CDA.” Daarom roept Bos zijn „running mate” ook niet tot de orde, weet hij. „De PvdA is machtlustig.” Overigens moet hij het nog zien dat een groot deel van de schatting 400.000 Turken in ons land de verkiezingen zullen boycotten, waarmee onlangs werd gedreigd. „Ik denk dat ze Albayrak niet zomaar laten vallen.”

Op het Armeense monument dat in 2001 werd onthuld op de Asser begraafplaats De Boskamp mocht het woord „genocide” niet staan van het gemeentebestuur. Nederland had de volkerenmoord toen nog niet als zodanig erkend. De massamoord op Armeniërs als genocide erkennen is belangrijk voor de naar schatting 8.000 Armeniërs in ons land, onderstreept Romashuk. „Genocide wil zeggen dat een volk met voorbedachten rade stelselmatig is uitgeroeid. Ons land is afgepakt, wij zijn afgeslacht en onze vrouwen zijn verkracht. Wie zegt dat dit geen genocide is, is een vijand van de mensheid.”

In het boekje ‘Armenië en Europa’ gaat zijn wijsvinger langs de staatjes van doden en gewonden uit 1896. „Er zijn toen 88.243 Armeniërs gedood.” Voor hem veelbetekenend is de toevoeging over ‘mohammedanen’ „Kijk, ook twaalf „mohammedanen” werden vermoord, omdat ze hun christelijke Armeense vrienden wilden helpen.” In het boekje ‘Marteling der Armeniërs in Turkije naar berichten van ooggetuigen’ (1918) zitten nog bonnen, die welgestelde Nederlanders konden invullen. „Ondergetekende verklaart bij te dragen voor hulp aan het Armeense volk, honderd gulden.” Op te sturen aan Mej. E.J. van der Hoop, te ’s Gravenhage. Romashuk: „Veel Nederlanders hebben dat gedaan. En honderd gulden was veel in die tijd hoor.”

Rosmashuk, die dertig jaar in Nederland woont, is blij met de inzet van André Rouvoet van de ChristenUnie voor de Armeense zaak. Rouvoet diende in december 2004 een motie in om de Turkse gruweldaden als genocide te erkennen. Die werd gesteund door een meerderheid van de Tweede Kamer. Romashuk: „Rouvoet heeft veel voor ons gedaan. Ik stem denk ik op hem. Of op het CDA. Ik twijfel nog.”

Dossier Armeense kwestie op www.nrc.nl/binnenland

    • Karin de Mik