Gegen die Wand

Je hoeft de film Gegen die Wand van regisseur Fatih Akin niet te hebben gezien om je af te vragen of de seksuele bevrijding meisjes en vrouwen louter goeds heeft gebracht. Volgens een onderzoek dat SOA Aids Nederland en de Rutgers Nisso Groep vorig jaar uitvoerden in opdracht van het ministerie van Volkgezondheid is bijna één op de vijf meisjes onder de 25 wel eens gedwongen tot seks. Bij jongens is dat één op de twintig.

De Utrechtse hoogleraar en criminoloog Frank Bovenkerk zegt, naar aanleiding van zijn onderzoek naar het verschijnsel loverboys, geschrokken te zijn van de losse seksuele moraal onder tieners. In het boek Loverboys signaleert hij een nieuwe seksuele revolutie, één die allerminst bevrijdend is, waarbij seks wordt gebruikt als ruilmiddel, en meisjes op steeds jongere leeftijd allerlei seksuele handelingen verrichten om jongens te behagen.

Bovenkerks bevindingen sluiten naadloos aan bij die in het eerder dit jaar verschenen rapport van de Amsterdamse GGD over jonge meisjes die op kinky-party’s, libi-feesten en mega-seks events seks hebben in ruil voor een beloning variërend van een prepaid telefoonkaart of een breezer tot een Gucci-tas of een paar Prada-schoenen. Ploegen, dat is straattaal voor groepsseks met jonge tienermeisjes, vindt volgens het GGD-rapport plaats tijdens huisfeesten, of in speciaal daartoe gehuurde boxen met alleen een bed of matras op de vloer.

Hoewel de verruwing van de seksuele omgangsvormen breed is uitgemeten in de media, is er nauwelijks aandacht voor in de verkiezingsprogramma’s. Ook niet in het programma van het CDA, dat verder de mond zo vol heeft van waarden en normen. Van de grote politieke partijen pleit alleen de PvdA voor een harde aanpak van daders van groepsverkrachting, en betere seksuele voorlichting op scholen.

Een harde aanpak zou in dit geval niet alleen moeten bestaan uit een verhoging van de strafmaat. Uit de zaak die een paar maanden geleden diende bij de rechtbank in Den Bosch, blijkt dat de zedenwetgeving niet is toegesneden op de nieuwe seksuele omgangsvormen. Zes jongens in de leeftijd van 17 tot en met 19 jaar werden door de rechtbank vrijgesproken van groepsverkrachting van een 15-jarige scholiere.

Volgens de rechtbank was er geen sprake van dwang omdat het meisje vrijwillig was meegegaan, niet was vastgehouden en de slaapkamer noch het huis afgesloten was geweest. Dat het meisje onderweg van het station naar de woning in Geldrop ettelijke keren had gezegd dat ze geen seks met de jongens wilde vond de rechtbank om onbegrijpelijke redenen minder zwaar wegen dan het feit dat ze niet heeft geprobeerd om weg te komen. In een vergelijkbaar geval oordeelde de rechtbank in Rotterdam overigens dat er wél sprake was van verkrachting.

Het Amerikaanse wetboek van strafrecht kent de wetsfictie van statutory rape. Daarmee wordt bedoeld dat vormen van seksueel contact met jongeren beneden een bepaalde leeftijd worden aangemerkt als verkrachting, zelfs als de jongere ermee heeft ingestemd. De ratio van deze wetsfictie is dat kinderen voldoende gerijpt kunnen zijn om lichamelijke verlangens te hebben, maar onvoldoende rijp zijn om rationele besluiten te nemen over seksuele contacten of de vaardigheden missen daarover helder te communiceren.

Volgens jeugdpsycholoog en onderzoeker Jan Hendriks zijn er in Nederland jaarlijks naar schatting 300(!) incidenten van groepsverkrachting of groepsontucht waar minderjarigen bij betrokken zijn. Het lijkt alleszins de moeite waard om hiervoor in het Nederlandse strafrecht de wetsfictie van statutory rape te introduceren. Ook een bredere toepassing van de wetsfictie, naar het voorbeeld van de Verenigde Staten, zou moeten worden overwogen.

In de Verenigde Staten wordt tieners in onthoudingsklasjes geleerd om geen seks voor het huwelijk te hebben. Zoals oud-Amerika correspondent Marc Chavannes schrijft in zijn boek Op de as van goed en kwaad, zijn de klasjes vaak een verkapte vorm van seksuele voorlichting.

Zelfs liberals in de Verenigde Staten moeten toegeven dat de programma’s behoorlijk goed werken. Tieners die een onthoudingsbelofte hebben afgelegd, worden gemiddeld twee jaar later seksueel actief dan hun leeftijdsgenoten. Het aantal tienerzwangerschappen is gehalveerd.

Het percentage Amerikaanse jongeren dat seksueel actief is tijdens de middelbareschoolperiode is de afgelopen tien jaar flink afgenomen. Abstinence-only programma’s zijn onvoldoende effectief, omdat tieners gemiddeld wel langer wachten voor ze seksueel actief worden, maar de kans op soa’s onder degenen die actief zijn onveranderd hoog is. Het is daarom het beste kinderen in de brugklas te leren hoe een condoom gebruikt moet worden, en hen tegelijkertijd te onderwijzen in de waarde van seksuele onthouding.

Scholen in Nederland mogen zich niet langer verschansen achter artikel 23 van de Grondwet. De beleden vrijheid van onderwijs, die scholen vrijlaat in de invulling van seksuele voorlichting aan hun leerlingen, frustreert tot nu toe een gerichte aanpak van de problematiek. De overheid moet seksuele voorlichting juist als eis toevoegen aan het curriculum voor alle scholen die met overheidsgeld worden gefinancierd.

Last but not least kun je je afvragen of jonge tienermeisjes die seks als ruilmiddel gebruiken voldoende sterke, economisch onafhankelijke, vrouwelijke rolmodellen in hun omgeving hebben om zich aan te spiegelen. Het fenomeen ‘seks voor iets’ is hoe dan ook een extra reden om bij de opvoeding en scholing van meisjes van meet af aan te hameren op het verwerven én behouden van economische onafhankelijkheid.

    • Heleen Mees