Een stripslang in drie dimensies

Moritz Ebinger: Hydra, Rotterdam Prins Alexander, Nesselande, Rietveld rubriek Buitenkunst

De metrolijn die de Rotterdamse nieuwbouwwijk Nesselande ontsluit, torent boven alles uit. Plompverloren houdt de lijn op in wat nog het meeste lijkt op een rommelig weiland met vijvertjes. Aan weerszijden staan spiksplinternieuwe huizenblokken. Een bordkartonnen ooievaar en wat slingers in de voortuin zijn een teken dat er in deze onaffe wijk al wel wordt geleefd. In de grijze wolkenhemel boven de huizen kraakt scherp een bliksemschicht. De straten lijken zo de weilanden in te lopen, als in Van Warmerdams film De Noorderlingen.

Dit is het decor waarin Moritz Ebingers nieuwste werk Hydra prijkt, in een vijvertje op nog geen drie minuten lopen vanaf het metrostation. Een ouderwetse, nog glanzend koperen duikershelm steekt boven het wateroppervlak uit. Ernaast priemt een brandkraan de lucht in, met nog zo’n helm erop, waaruit polyester luchtbellen bulken. Op de bollen staan kleine tekeningetjes, in helderrode, groene en blauwe lijnen, als kleine beestjes; een rode vlek lijkt wel wat op een kikker.

De duikhelmen heeft Ebinger (Bern, 1961) afgekeken van het Kuifje-album De schat van Scharlaken Rackham, waarin Kuifje en kapitein Haddock duiken naar een gezonken schip.

Maar Ebinger put ook uit de Griekse mythologie. De hydra is de negenkoppige waterslang die door halfgod Herakles werd verslagen. Het monster met zijn giftige adem en dito bloed kreeg uiteindelijk een plaats als het sterrenbeeld Waterslang.

Dat maakt de locatie – in Nesselande, na de laatste metrohalte – interessant. Aan het einde van de wereld bevinden zich van oudsher monsters. Cartografen tekenden ze waar het onbekende begon.

Toch oogt het beeld verre van vervaarlijk. Met die witte bubbels is het meer een driedimensionale striptekening. Helemaal toevallig is dat niet: Ebinger is eerder tekenaar dan beeldhouwer, hoewel hij de laatste jaren regelmatig sculpturen neerzet in de openbare ruimte. Zijn tekeningen verspreiden zich over alles, zoals ook de droedels op het beeld in Nesselande laten zien. De heldere lijnvoering verraadt een geoefende hand en een uitgewerkte beeldtaal. „Twintig jaar geleden begon ik als tekenaar”, verklaart Ebinger. „Maar het papier raakte mij te snel op. Toen ben ik gaan tekenen op objecten en muren.”

Ebinger maakte zijn Hydra in opdracht van de deelgemeente Prins Alexander en het Centrum Beeldende Kunst in Rotterdam. „Het was een vrij moeilijke opdracht, en ik wist eerlijk gezegd niet zo goed hoe ik verder moest, tot ik opeens midden in de nacht wakker werd, en dit beeld helder voor ogen had. Ik zag dit beeld in een droom.”

Het beeld concurreert met een enorme hoogspanningsmast verderop. Ebinger: „Ik kwam hier vier of vijf jaar geleden voor het eerst. Toen was er nog geen huis gebouwd, stonden er twee of drie boerderijen en die hoogspanningsmast. Mijn beeld is wel bedoeld als reactie op die hoogspanningsmast. Aan de ene kant van het beeld heb je een mooie rietkraag, aan de andere kant die mast. Dat levert interessante spanning op.”

Maar voor Annemieke Westhoeve had het beeld zelfs nog wel groter gemogen. Ze is ‘jongerenwerker’ op de nabijgelegen Brede School Nesselande, waar Ebinger zijn beeld kwam uitleggen aan de hoogste klassen. „Het valt nu zo weg tegen die hoogspanningsmast.”

Ze vreest ook vandalisme. Maar Ebinger is er niet bang voor; het beeld zit vast op een paal, en het vijvertje is dieper dan het lijkt. „Trouwens, vaak komt het de kunst niet ten goede, als je je werk totaal hufterproof wilt maken.”

Moritz Ebinger, Hydra, Rotterdam, Prins Alexander, Nesselande, Rietveldpark.
    • Machteld Leij