De oude meneer Frenkel

Weinig uitgevers kunnen zeggen dat zij een boek hebben uitgegeven van hun huisbaas. Begin jaren negentig was ik eigenaar van uitgeverij Kasimir die kantoor hield in de van Eeghenstraat 89 hs te Amsterdam. Ooit was daar een galerie gevestigd, maar die was verdwenen, er waren alleen wat kunstwerken blijven staan en een tafel met aan weerszijden stoelen die op tronen leken.

De ruimte had ik gevonden door een advertentie: ‘Schrijver zoekt werkruimte/ pied-à-terre.’ Twee mensen reageerden. Een van hen was Mr. Frits Frenkel.

Hij ontving mij in een ochtendjas en op pantoffels. Hij hield een betoog over de wereld, dat hij afsloot met de mededeling dat ik de benedenruimte kon huren, mits hij altijd maar naar binnen kon. En of ik eens een boodschapje voor hem wilde doen.

Nu was de huur zeer laag. Tweehonderdenvijfentwintig gulden per maand.

Dus ik kocht graag perssinaasappelen en larven voor de reptielen.

De eerste van de maand ging ik naar boven om de huur in contanten te overhandigen.

Om allerlei redenen besloot ik in 1992 het essay Schuld & Straf van Mr. Frenkel uit te geven. De presentatie ervan werd gevierd in de van Eeghenstraat 89 hs. Ook Hans van Mierlo kwam langs.

Laat op de avond, toen enkele gasten over de grond kropen, vertelde Frits Frenkel mij dat seks een korte periode in zijn leven was. „Zo tussen mijn vijftigste en vijfenvijftigste.”

Na mijn vertrek na New York had ik hem niet meer gezien, maar de presentatie van mijn nieuwe roman Tirza werd op 20 september in de van Eeghenstraat 89 hs gevierd.

Frits Frenkel zat in een stoel in de tuin en leek tevreden. Bij het weggaan schudde ik hem de hand.

Ik zei: „In november ben ik weer in Amsterdam, dan kom ik langs.”

„Als ik er dan nog ben”, zei Frits Frenkel. Niet bitter, eerder ondeugend. Alsof zijn afwezigheid een poets was die hij de wereld ging bakken.

Gisterochtend kreeg ik een mail van een recensent van de Volkskrant. „Gecondoleerd met de oude meneer Frenkel”, las ik. „Niet dat ik een verband vermoed, maar heeft hij je boek nog kunnen lezen?”