Bijbelse figuur Simson als held in de joodse traditie

David Grossman: Leeuwen-honing. Het verhaal van Simson. Vertaling uit het Hebreeuws: Shulamith Bamberger. De Bezige Bij, 159 blz. € 16,50

De Israelische schrijver David Grossman ziet de bijbelse woesteling Simson als een symbool van zijn land. in Leeuwenhoning (De Bezige Bij, €16,50) herschrijft hij de mythe. ‘Een held die in al zijn vreemdheid en onbegrijpelijkheid toch een mens van vlees en bloed wordt,’ schrijft Hilde Pach. Zie pagina 30

In zijn nieuwste boek, Leeuwenhoning, verplaatst David Grossman zich in de Bijbelse figuur Simson. Omdat Grossman hier een belangrijke plaats inruimt voor de ouder-kindrelatie, en hij parallellen trekt tussen het gedrag van Simson en dat van het huidige Israël, gaan de gedachten van de lezer uit naar zijn zoon Uri, die vorige maand sneuvelde in Libanon. Het is verleidelijk om in de door Grossman beschreven tragedie van Simson én die van Israël te vergelijken met de recente tragische gebeurtenis in zijn eigen leven. Maar het boek was al af in 2003. Het gaat dus om wat Grossman over Simson te zeggen heeft.

Simsons moeder was onvruchtbaar, totdat een engel haar de komst van een zoon aankondigt. Hij zal een begin maken met de bevrijding van Israël uit de greep van de Filistijnen. De moeder voelt aan, veronderstelt Grossman, dat haar zoon nooit helemaal van haar zal zijn. Zo ontstaat er een afstand tussen moeder en zoon, en ook tussen hem en de rest van de wereld. De titel van het boek verwijst naar de leeuw die Simson later met zijn blote handen verscheurt. Van schrik verzwijgt hij de gebeurtenis voor zijn ouders. Maar als zich in het kadaver een zwerm bijen nestelt haalt Simson de honing eruit om zijn ouders ervan te laten proeven. Grossman ziet hierin een poging om dichter bij zijn ouders te komen.

De scène met de honing is voor Grossman cruciaal. Omdat Simson hier mogelijk „de kracht ontdekt van de betekenis en de symboliek die verborgen liggen in grote, sterke beelden”. Dit is het moment, zegt Grossman, dat Simson ontdekt hoe een kunstenaar naar de werkelijkheid kijkt. Het is een boude uitspraak, want dit is tevens het moment dat Simson dood en verderf begint te zaaien. Ook voor zichzelf.

Hij verlaat zijn vrouw, maar als hij later naar haar terugverlangt, heeft ze een ander. Simsons wraak is verschrikkelijk. Hij vangt driehonderd vossen, bindt ze twee aan twee met de staarten aan elkaar, telkens met een fakkel ertussen, en stuurt ze de korenvelden in. Ook hierin ziet Grossman de hand van de kunstenaar, zij het een wrede. Ondanks zijn agressie is Simson in de joodse traditie een held, zegt Grossman, „misschien wel omdat hij in zijn diepere kenmerken – zijn eenzaamheid en verstotenheid, zijn sterke behoefte om anders en geheimzinnig te blijven – ‘joodse’ trekken vertegenwoordigt en vertoont”. In Israël werd Simson een populaire naam voor legereenheden en sportscholen.

Dan komt Grossman met een interessante parallel tussen de militaire macht van Israël en de kracht van Simson. Het besef dat Israël een grote militaire macht bezit is niet werkelijk doorgedrongen. Net als Simson past men in Israël soms automatisch geweld toe zonder andere middelen te overwegen. En dat heeft weer te maken met het gevoel van er alleen voorstaan, dat ook met het ontstaan van Israël niet is verdwenen.

Tot slot wordt Simson verliefd op de Filistijnse Delila. Zij krijgt van de Filistijnse machthebbers de opdracht te achterhalen waarin zijn kracht schuilt. Hij vertelt het haar: zijn kracht schuilt in zijn haar. Als hij slaapt, scheert zij onmiddellijk zijn vlechten af en levert hem uit aan de Filistijnen, die met een groot feest zijn gevangenneming vieren. Simson wordt tussen de zuilen van de tempel vastgezet. God schenkt hem nog eenmaal kracht om het gebouw te laten instorten en daarmee niet alleen zichzelf te doden, maar ook alle Filistijnse feestvierders: de eerste zelfmoordaanslag, oordeelt Grossman. En hij sluit niet uit dat zijn daad „de weg heeft gewezen naar een manier van handelen die de laatste jaren verder uitgewerkt en geperfectioneerd is”. Zou de joodse held Simson Palestijnse jongeren tot inspiratie hebben gediend? Dat zou een staaltje van perverse ironie zijn, maar het lijkt iets te veel eer voor deze held. Een vreemde held die dankzij Grossman een mens van vlees en bloed wordt.

    • Hilde Pach