Topambtenaar in Unie heeft te veel macht

Topambtenaren bij de Europese Commissie hebben te veel invloed. Eurocommissarissen die het dagelijks bestuur van de EU vormen, ,,moeten ontzettend oppassen dat ambtenaren zonder democratische legitimatie belangrijke kwesties niet onderling regelen.”

Dat zegt EU-Commissaris Günter Verheugen (Industrie) vandaag in het Duitse dagblad Süddeutsche Zeitung.

Volgens hem bereiken belangrijke kwesties nu pas de Commissarissen als topambtenaren er onderling ruzie over hebben. „Menig ambtenaar denkt: ‘de Commissaris is na vijf jaar weer weg en is dus een passant. Maar ik blijf’.”

Als voorbeeld noemt Verheugen ingrijpende Europese maatregelen omtrent het gebruik van pesticiden in de landbouw. Hiermee zijn grote financiële en milieubelangen gemoeid. ,,Zoiets moet bij voorbaat een thema voor de Commissarissen zijn”, stelt Verheugen. Maar de verantwoordelijke bestuurders in de Europese Commissie hoorden er pas van toen de betrokken topambtenaren er ruzie over kregen.

Het Europees Parlement maakt zich al langer zorgen over de grote ambtelijke invloed op de Europese besluitvorming. In mei van dit jaar nam het parlement, mede op Nederlands aandringen, maatregelen om de parlementaire controle op de zogeheten comitologie te verscherpen. Dit is het geheel aan ambtelijke werkgroepen die Europese wetgeving voorbereidt en uitvoert. Deze werkgroepen worden bemand door ambtenaren van nationale departementen uit de 25 lidstaten. Verheugens klacht richt zich echter meer op hoge ambtenaren die bij de EU zelf in dienst zijn en bij de directoraten-generaal van de Europese Commissie in Brussel werken.

Onder de Brusselse topambtenaren bevindt zich momenteel één Nederlander. Koos Richelle is als directeur-generaal verantwoordelijk voor de uitvoering van de ontwikkelingssamenwerking, waarvoor de Europese Unie een budget van 7,5 miljard euro per jaar beschikbaar heeft. Bij de rest van het ambtelijk apparaat in Brussel werken 749 Nederlanders op een totaal van 22.389 medewerkers.

Om de macht van de topambtenaren in te dammen, wil Verheugen hen naar Duits voorbeeld meer laten rouleren over de directoraten-generaal – een systeem dat overigens ook in Nederland bestaat. Daarnaast zouden Commissarissen een grotere greep moeten krijgen op financiële beslissingen in het directoraat dat onder hen valt. Die valt nu teveel toe aan de topambtenaren, vindt Verheugen.