Strafheffing op Chinese schoenen gaat toch door

De Europese Unie voert strafheffingen in op schoenen uit China en Vietnam. Tijdens diplomatiek overleg in Brussel bleken landen die daartegen waren gisteren in de minderheid. Daarmee is een einde gekomen aan een maandenlange strijd tussen vooral Noord-Europese landen als Nederland, die tegen de heffingen waren en Zuid-Europese landen die ervoor pleitten.

Begin dit jaar bleek uit onderzoek van de Europese Commissie dat China en Vietnam schoenen ‘dumpen’ op de Europese markt. Beide landen verlenen volgens Europa staatssteun die in strijd is met de regels van de wereldhandelsorganisatie WTO. Bovendien worden schoenen uit China en Vietnam soms onder de kostprijs aangeboden. Eerder dit jaar werd daarom al besloten tijdelijke strafheffingen in te voeren. Die maatregel loopt morgen af.

Landen als Spanje en Italië, waar nog volop schoenen worden gemaakt, pleitten voor voortzetting van de heffingen. Andere landen, waaronder Nederland, wezen er op dat de Europese consument daar helemaal geen belang bij heeft. Wat ook een rol speelde in de discussie is dat Noord-Europese landen nauwelijks nog producenten van schoenen zijn, maar wel importeurs en handelaren. Die zijn juist gebaat bij zo laag mogelijke prijzen. De maatregelen zullen twee jaar duren. De strafheffing voor leren schoenen uit China bedraagt 16,5 procent. Voor Vietnam gaat het om 10 procent.

Toevallig ook gisteren presenteerde Europees Commissaris Peter Mandelson (Handel) een nota over het toekomstige handelsbeleid van de EU. Daar staat in dat het huidige Europese beleid tegen dumping moet worden heroverwogen. Tijdelijke maatregelen kunnen nodig blijven, denkt Mandelson. Maar Europa moet zich afvragen of het huidige anti-dumpingbeleid wel effectief is, zo valt in de nota te lezen. Ook veel Europese bedrijven hebben immers een deel van hun productie naar Azië verplaatst, „omdat dat vaak het enige antwoord is op internationale concurrentie en om banen in Europa veilig te stellen”.