Onderwijsgeld in dertig jaar fors gedaald

Het budget voor onderwijs wordt in Nederland relatief steeds kleiner. In 1975 besteedde de overheid 6,9 procent van het bruto binnenlands product (bbp) aan onderwijs, nu is dat nog maar 5,2 procent.

Dat stelt de Algemene Onderwijsbond (AOb) op basis van een onderzoek van de Universiteit Maastricht. Het omgekeerde is zichtbaar bij de uitgaven voor de zorg. Het aandeel daarvan is volgens de bond in dezelfde periode verdubbeld.

Minister Van der Hoeven (Onderwijs, CDA) reageerde vanmiddag tijdens een overleg met de Kamer terughoudend. „Ik wil eerst wel eens vernemen wat het bbp was in 1975. We moeten we niet vergeten dat het aantal leerlingen met een kwart gedaald is ten opzichte van de jaren zeventig.”

Voorzitter Walter Dresscher van de AOb vertelt dat het Nederlands onderwijs nu nog redelijk goed presteert in internationale vergelijkende studies. Maar die scores zijn volgens hem een gevolg van de hoge onderwijsuitgaven in de jaren zeventig. „Maar de goedopgeleide docenten uit die tijd gaan nu met pensioen. Ik ben bang dat als we niet snel meer investeren in onderwijs die hoge prestaties onhoudbaar zijn.”

Als de overheid net zoveel zou investeren in het onderwijs als in de jaren zeventig, kregen de scholen er volgens de onderwijsbond in totaal acht miljard per jaar bij. Dat bedrag heeft geen enkele partij in het verkiezingsprogramma opgenomen, aldus de bond.

De AOb heeft 1975 in het onderzoek als startpunt genomen omdat dat het jaar was dat Nederland het meest investeerde in onderwijs. Bovendien bereikte het leerlingenaantal in die tijd in het voortgezet onderwijs zijn hoogtepunt en was dit het beginpunt van de verder groei van studentenaantallen bij mbo, hbo en universiteiten. Volgens de onderwijsbond heeft het onderwijs de meeste klappen gehad in de jaren tachtig. Die bezuinigingen (bijvoorbeeld op salarissen) werkten tot ver in de jaren negentig door.