Nederland wil zijn bodem zelf besturen

Nederland voelt niets voor een Brusselse richtlijn ter bescherming van de bodem.

Na de problemen met de luchtkwaliteit komen kabinet en parlement nu snel in actie.

Wilmer Heck

„Er komt geen Europees bodembeleid. Dit kunnen we prima zelf regelen”, zegt Paul de Krom, namens de VVD lid van de Tweede Kamer-commissie voor milieu. „Als er iets nationaal is, dan is het de bodem wel. We moeten voorkomen dat ook hiervoor bureaucratische EU-regels gaan gelden”, zegt zijn CDA-collega Ger Koopmans.

Nederland verzet zich op diverse fronten tegen de aangekondigde Europese ‘bodemrichtlijn’. Zowel de Tweede Kamer als het kabinet vrezen, dat na strenge normen voor luchtvervuiling, ook voor bescherming van de bodem dure en moeilijk uitvoerbare Europese regels worden ingevoerd.

De plannen voor een Europese ‘bodemstrategie’, waar de richtlijn onderdeel van uitmaakt, werden onlangs gepresenteerd door de Europese Commissie. Vervolgens ging de commissie subsidiariteitstoets van de Eerste en Tweede Kamer ermee aan de slag. Deze beoordeelt sinds maart of ‘Brussel’ volgens het EU-verdrag bevoegd is bepaalde voorstellen te doen. Dinsdag besloot deze commissie dat dit bij de bodemrichtlijn het geval is. Om te beoordelen of een Europese richtlijn niet een te zwaar middel is, wordt voor een zwaarwegend advies de specialistische kennis van de Kamercommissie voor milieu ingeroepen. Deze keert zich tegen de richtlijn. De Kamer schaart zich hiermee achter het kabinet dat recent aankondigde medestanders onder EU-lidstaten te willen zoeken om de bodemrichtlijn te blokkeren. Dat zal nog niet meevallen, want vijftien landen drongen recent in Brussel juist aan op versnelde presentatie van de bodemstrategie.

Verstoring van de interne markt noemt de Europese Commissie als een van de redenen voor een rol van de EU bij bescherming van de bodem. Als ondernemers in het ene land met eisen voor bodembescherming te maken krijgen en in het andere land niet, leidt dat tot concurrentievervalsing, zo is de gedachte.

Volgens bodemdeskundige André Smits van de provincie Drenthe, die door de Commissie als expert is geraadpleegd, leveren de huidige voorstellen weinig problemen op voor Nederland. „Het enige dat gevoelig ligt, is de eis dat bij verkoop van grond een verontreinigingsrapport wordt opgesteld. Dat betekent extra administratieve rompslomp”, aldus Smits. Maar het gevaar is volgens hem dat bij behandeling van het voorstel door het Europees Parlement en de Europese Raad van Ministers begin volgend jaar „alsnog bindende normen worden doorgevoerd”. Vooral omdat diverse lidstaten die geen beschermingsmaatregelen voor de bodem kennen, dit op Europees niveau willen regelen.

Landbouworganisatie LTO betitelt de bodemrichtlijn als ‘een schoolvoorbeeld van overbodige Brusselse regelgeving’. De vrees voor een Nederlands debacle zoals bij de luchtvervuilingsnormen, waardoor diverse bouwprojecten stil liggen, is groot. Volgens werkgeversorganisatie VNO-NCW dreigt de Europese bodemaanpak ‘de duurste richtlijn’ tot nu toe te worden. De werkgevers vrezen dat gesaneerde gronden opnieuw op de schop moeten als ‘Europa’ strengere normen tegen vervuiling oplegt dan al in Nederland gelden.

De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) lobbyt bij het Europees Parlement om de richtlijn te blokkeren. Europarlementariër Dorette Corbey (PvdA) verwacht dat de meeste Nederlanders daar tegen zullen stemmen. „Maar veel collega’s uit landen zonder eigen bodembeleid zijn wel voor.”

    • Wilmer Heck