Huilende kinderen leveren goed geld op

In de film Ober van Alex van Warmerdam, nu in de bioscoop, gaat een personage zich bij zijn schrijver beklagen. Dat doen personages in kunstwerken wel eens vaker; ze laten er mee zien dat ze weten dat ze in een verbeeldingswereld leven, en de schepper van die wereld laat zien dat hij er is. Meestal blijkt dat de schepper niet veel voor het personage kan doen – als hij het geschapen heeft, is het niet meer helemaal van hem.

Kijkend naar De gouden kooi van Talpa, het televisieprogramma dat nu al tot politiek protest heeft geleid, vraag je je af hoe lang deze personages het zullen volhouden om net te doen of ze geen idee hebben dat er scheppers zitten achter hun verblijf in de heel dure, heel smakeloze villa die ze kunnen winnen door zich er eindeloos in op te laten sluiten, of zijzelf echte vrije mensen zijn in plaats van verzinsels van John de Mol en consorten, die zich maar weer eens afvragen: wat kun je mensen laten doen voor geld? Het is geen nieuwe vraag en het antwoord kennen we al. Wie buigt voor geld, verliest juist die eigenschappen die we in mensen op prijs stellen.

In villa ‘De gouden kooi’ zitten tien mensen, door het programma consequent ‘de miljonairs’ genoemd, die allemaal rijk willen worden. Onder hen zijn ouders, en zelfs iemand met kleine kinderen, die de scheppers slim in beeld hebben gebracht toen ze huilden omdat hun moeder wegging. Dat was een besluit van die moeder, maar ook van de makers. Zij zijn bereid een moeder een jaar lang van haar kleine kinderen af te houden om er zelf geld aan te verdienen, omdat wij dan ontzet denken: „Oh wat erg” en gaan kijken of er nog meer ergs te zien is. De boze reacties van de PvdA en de kinderbescherming doen zowel hypocriet als onnozel aan. De kinderen van de schijnheilige schreeuwlelijk Natasia zitten niet zo lang in een vuilnisbak, er is een vader bij ze die voor ze zorgt, er is contact mogelijk tussen moeder en kinderen, zelfs waren ze een keer in de villa op bezoek. Een van de mannen heeft ook een kind, maar daar is hij van gescheiden. Daar hoor je niemand over brullen. Die dingen gebeuren, we hoeven ze niet toe te juichen, maar om te doen alsof het nog nooit vertoond is, is lichtelijke onzin. Wat de PvdA waarschijnlijk schokt, is dat deze moeder voor géld haar kinderen laat huilen. „Ik doe het voor jullie”, huichelt ze daarbij. Eerder heeft ze onbeschaamd gezegd dat ze het tijd vindt om eens even aan zichzelf te denken. En wat de socialisten ongetwijfeld ook niet lekker zit, is dat John de Mol geld verdient aan deze moeder en haar ongelukkige kinderen. Tja. Dat is de wereld zoals we die hebben laten worden. Immoreel, zeker, maar verbieden zal niet gaan.

Intussen is het de bedoeling dat je ook daadwerkelijk naar deze personages kijkt. Leuke mensen zijn het niet, dan gingen ze niet een jaar met negen andere onleuke mensen in een protserige villa zitten met niets om handen dan zichzelf uit de doeken te doen en over elkaar te roddelen. Voor ieder normaal mens is dat de hel, geleend van Sartres Huis clos : „L’enfer, c’est les autres.”

Maar deze mensen wrijven zich in de handen en babbelen levenlustig: „Ik denk ook wel zeg maar dat jij een persoon bent die zeg maar...” of komen tot komische uitspraken als: „Jij wil je gezicht weer even goed uit de verf halen” als ze bedoelen dat iemand zich wil revancheren. Schattig, maar interessant is het niet, en de kijkcijfers lopen dan ook per dag flink terug. Wie houdt langer vol, de bewoners of de kijkers? En is het voor de bewoners nog wel interessant om zo’n oerdom leven te leiden als er niemand meer naar ze kijkt?

Lees de rubriek Met de ogen van op www.nrc.nl/ogen

    • Marjoleine de Vos