Ouderwetse fondsen tillen Dow Jones naar record

Beursgraadmeter Dow Jones heeft een nieuw record bereikt en is hoger gesloten dan tijdens de internethausse van 2000.

Precies een half uur nadat de Dow Jones-index gistermiddag op het hoogste punt in zijn 110-jarige bestaan is gesloten, klimt topman John Thain van de New York Stock Exchange op een podium. Hij spreekt over een „waarachtig historische dag”. Gisterochtend bereikte de Dow Jones een nieuw record, aan het einde van de middag sloot de graadmeter iets lager, maar wel op een nieuw hoogtepunt: 11.727 punten.

„Dit geeft een signaal over de kracht van de Amerikaanse economie, over de resultaten van ondernemingen en over het optimisme van de wereldeconomie.” Beurzen kijken vooruit, redeneert Thain, zelf oud-bankier bij Goldman Sachs, „ze anticiperen op de toekomst”.

De Dow Jones kwam van ver. Het vorige record lag vijf punten lager en werd bijna zeven jaar geleden behaald, in het hart van de hausse rond de internetfondsen. Sinds die januaridagen van 2000 bleek internet op de beurs een zeepbel, stortte de aandelenhandel in, vocht de Amerikaanse economie zich door een recessie heen, volgden de naweeën van de aanslagen van 11 september 2001 en beschadigden boekhoudschandalen zoals bij Enron het imago van de Amerikaanse zakenwereld. Het laagste punt, 7.286 punten, was ruim eenderde lager dan het vorige record en werd bereikt in oktober 2002.

Tijdens de vorige hausse op de beurs was de zogeheten ‘nieuwe economie’ de grote katalysator. Aandelen van technologiebedrijven die soms zelfs nog nooit winst hadden gemaakt stuwden beursindices op tot ongekende hoogtes. Dit keer is de aanjager van de groei traditioneler: de Amerikaanse economie groeit gestaag en de inflatie is relatief beperkt.

De Dow Jones-index heeft de laatste weken vaker tegen het hoogste punt aangezeten. Dalende energieprijzen en daarmee afnemende onkosten voor ondernemingen zorgen voor koerswinsten. Gisteren werd het record bereikt dankzij een daling van de olieprijs. Voor het eerst sinds afgelopen maart kostte een vat minder dan 59 dollar. Eén uitleg klinkt zo: de economie komt tot stilstand, de vraag naar olie neemt af. Gevaarlijk. Maar beleggers zien het liever positief: de oliezorgen van de afgelopen maanden – angst voor orkanen in de Golf van Mexico, onrust in het Midden-Oosten en beperkte voorraden – zijn verdwenen en de economie komt met de schrik vrij.

Een ander fenomeen dat de koersen onder druk hield is ook verdwenen. Sinds juni 2004 heeft de Amerikaanse centrale bank zeventien keer op rij de rente verhoogd. Dat is bedoeld om de inflatie te beteugelen, maar zwakt ook de economische groei af. Nu de Federal Reserve, het stelsel van Amerikaanse centrale banken, de reeks verhogingen heeft doorbroken, hopen beleggers dat de inflatie is afgezwakt zonder een recessie uit te lokken. Het eerste kwartaal van dit jaar groeide de Amerikaanse economie met 5,6 procent, het tweede kwartaal met een als gezonder beschouwde 2,6 procent.

Critici wijzen op de Amerikaanse huizenmarkt. Die staat er ongekend slecht voor. Vorige week werd bekend dat de huizenprijs in de VS voor het eerst in tien jaar daalt. Dat kan leiden tot afnemende consumentenbestedingen. „Er is nogal wat zorg dat de afkoelende huizenmarkt de rest van de economie beïnvloedt”, zegt analist Jane Caron in Amerikaanse media. „Maar de aandelenmarkten lijken te denken dat alles oké is. Iets klopt er niet.”

De Dow Jones ging in 2000 als eerste onderuit. Twee maanden later volgden de andere invloedrijke New Yorkse beursindices Standard & Poor’s 500 en technologiebeurs Nasdaq. Die zijn nu nog ver van hun recordhoogtes verwijderd, respectievelijk 12 en 55 procent. De technologie is nog lang niet terug.

‘De Dow’ bestaat uit dertig verschillende fondsen waaronder supermarkt Wal-Mart, farmaceut Merck en restaurantketen McDonald’s. Slechts tien van de dertig zijn nu meer waard dan tijdens de recorddagen van 2000. Welke dat zijn? Altria (van sigarettenfabrikant Philip Morris), vliegtuigbouwer Boeing, bank JP Morgan Chase en olieconcern ExxonMobil. Oude, tastbare, economie.

„Het klinkt natuurlijk als een cliché”, zegt Michael Driscoll van zakenbank Bear Sterns in de Amerikaanse media, „maar de generaals lopen hier voor de troepen uit. De grote lelijke Dow-fondsen gaan in de strijd vooruit, zetten nieuwe records. En de rest van de markt probeert dat bij te houden.”