‘Typetjes zijn niet interessant’

Actrice Johanna ter Steege, eregast op het Nederlands Film Festival, volgt een masterclass van de Amerikaanse acteercoach Judith Weston.

Ter Steege tijdens de masterclass (Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold) utrecht johanna ter steege masterclass foto rien zilvold Zilvold, Rien

Utrecht, 3 Okt. - Johanna ter Steege en Tamar van den Dop zitten tegen over elkaar midden in een zaaltje van hotel Karel V in Utrecht. Ze praten over hun haar. „Mijn haar zit alleen goed als ik er net met mijn handen doorheen ben gegaan”, zegt Ter Steege. „Jouw haar is prachtig. Mag ik er aan voelen?” Dan neemt Judith Weston het woord. „Begin nu maar.” En de twee actrices praten door, maar nu zeggen ze tekst uit het toneelstuk Angels in America van Tony Kushner.

Actrice Johanna ter Steege (Wierden, 1961) is gast van het jaar op het Nederlands Film Festival. In een retrospectief op haar carrière worden 22 films waarin ze speelde vertoond, van haar droomdebuut in George Sluizers Spoorloos in 1988 tot de korte film Magic Paris van de jonge Franse regisseur Alice Winocour, die net klaar is. Van alle Nederlandse actrices die in de vorige eeuw over de grenzen speelde, is Ter Steege de meest Europese. Ze speelde in Belgische, Duitse, Hongaarse, Franse en Britse films, met in haar hele wezen die weifeling tussen wulps en stuurs die haar ook zo voor Hollandse heldin geschikt maakt.

De eregast mag tijdens het festival altijd iets bijzonders doen. Acteur Jan Decleir nam bijvoorbeeld een film op, regisseur Jean van de Velde gaf een cursus scenarioschrijven, Renee Soutendijk een masterclass acteren. Johanna ter Steege geeft geen les, ze volgt lessen. „Ik wilde weer iets leren”, zegt ze na afloop van de eerste dag van de workshop. „Bij film is er meestal weinig tijd voor repetitie en dus bestaat de kans dat je jezelf gaat herhalen. Je krijgt nauwelijks feedback.” De actrice nodigde de Amerikaanse acteercoach Judith Weston uit om een workshop te geven. Weston stond Renee Soutendijk al terzijde op het festival in 2001. „Toen ik door het festival gevraagd werd, wist ik meteen dat ik Weston wilde”, zegt Ter Steege. „Zij is echt een van de besten. Als ik zelf een workshop acteren geef, gebruik ik ook altijd haar boeken. Weston maakt alles persoonlijk. De tekst die je uitspreekt moet je altijd verbinden met jezelf.”

In de scène uit Angels in America moet Ter Steege een Mormoonse vrouw spelen die in New York haar zoon komt opzoeken maar verdwaalt. Ze vraagt de weg aan een dakloze. „De opdracht die ik van Weston kreeg was de scène zo te spelen alsof mijn personage ook dakloos was. Ik bedacht toen dat ik mijn kind had verloren en daarna alles kwijt was geraakt. Dat gegeven gebruik ik onder elke zin. Maar morgen is dit idee misschien al weer uitgewerkt en moet ik weer iets anders verzinnen.”

Weston stelt meer vragen dan dat ze opdrachten geeft. Af en toe verduidelijkt ze een Amerikaanse uitdrukking of verwijzing in de tekst. „Ze maakt acteren heel praktisch. Met haar werken is echt een buitenkans.” Ter Steege vroeg een aantal gevestigde en aankomende acteurs om aan de workshop deel te nemen, onder wie Tamar van den Dop, Marcel Hensema en Micha Hulshof. Steeds spelen twee acteurs een scène, en het is spannend om die onder leiding van Weston tot leven te zien komen. Soms plaats ze een algemene opmerking. „Haal nooit regieaanwijzingen uit de dialogen. Als je moet zeggen dat je treurig bent, betekent dat niet dat je treurig moet kijken.” Westons specialisme is het werken met filmregisseurs. Ze gaf onder meer adviezen aan Alejandro Gonzalez Inarritu (Amores perros) en David Chase (The Sopranos). Achter de acteurs in Karel V zit een aantal regisseurs met wie Ter Steege heeft gewerkt of gaat werken, onder wie de Nederlandse Nanouk Leopold, de Hongaar Balint Kenyeres en de Japanner Danyael Sugawara. Over hen geen kwaad woord. Maar in het algemeen vindt Ter Steege: „Soms kom je regisseurs tegen die niet goed weten hoe ze acteurs moeten regisseren. Ze beseffen niet dat een acteur elk woord dat hij uitspreekt tot het zijne moet maken. Of ze vinden dat persoonlijke een beetje eng, terwijl het persoonlijke de rijkdom van de acteur is; dat is zijn unieke bagage waar hij gebruik van kan maken. Typetjes zijn niet interessant. Ook heeft elke acteur zijn eigen aanpak nodig. Ik gedij bijvoorbeeld het best als ik vriendelijk doch streng bij de hand wordt genomen. Je moet tegen mij niet gaan schreeuwen. Dan word ik bang en sla ik dicht.” De masterclass was niet openbaar toegankelijk. „Dat kon niet anders. Een vertrouwde atmosfeer is noodzakelijk om acteurs te laten experimenteren.”