Siemens heeft last van BenQ’s problemen

De verkoop van de productie van mobiele telefoons aan de Taiwanese mobieltjesfabrikant BenQ is voor het Duitse elektronicaconcern Siemens ontaard in een drama. De nieuwe eigenaar forceerde vorige week, amper anderhalf jaar na de overname, een surseance bij de Duitse dochterbedrijven, waardoor 3.000 Duitse arbeidsplaatsen bedreigd worden. Volgens veel Duitsers is Siemens hier medeverantwoordelijk voor.

Het personeel was verbijsterd. De bonden waren ziedend. Had Siemens het vuile werk overgelaten aan een buitenlandse onderneming? Politici van CDU en SPD eisten een onderzoek naar de vraag of het Duitse concern zich op slinkse wijze had ontdaan van verplichtingen die voortvloeien uit het Duitse arbeidsrecht. De bruidsschat die Siemens zijn bedrijfsonderdelen had meegegeven, 413 miljoen euro, werd door de ondernemingsraad gezien als een „slooppremie”.

Gisteren ging Siemens in de tegenaanval. „De bewering dat we het faillissement van BenQ Mobile goedkeurend geaccepteerd hebben, is ongehoorde kwaadsprekerij”, aldus Siemens-topman Kleinfeld in een verklaring.

Siemens zei zelf ook verbaasd te zijn over de beslissing van het Taiwanese hoofdkantoor om de betalingen aan de Duitse dochter, die produceert onder de naam BenQ Siemens, onmiddellijk stop te zetten. „We vinden de handelwijze van BenQ verwerpelijk”, aldus Kleinfeld.

Siemens verklaarde ook dat het destijds eenvoudiger was geweest de bedrijven – een kantoor in München en twee fabrieken in Noordrijn-Westfalen – te sluiten. „De verkoop was vergeleken met sluiting duidelijk duurder.”

Bondskanselier Merkel en SPD-voorzitter Beck deden dit weekeinde telefonisch een beroep op Kleinfeld om de voormalige werknemers te ondersteunen. Siemens luisterde. Het bedrijf wil 30 miljoen euro storten in een sociaal fonds ten behoeve van voormalige personeelsleden en de raad van bestuur ziet dit jaar af van een salarisverhoging van 30 procent.

Ook dat geld, ongeveer 5 miljoen euro, komt nu ten goede aan het voormalige personeel. Daarnaast heeft Siemens beloofd het personeel desnoods te assisteren bij het vinden van een nieuwe baan, eventueel bij Siemens in Duitsland. De bewindvoerder gaat ervan uit dat de productie in elk geval tot het einde van het jaar wordt voortgezet.