Kandidaat Royal doet niet aan richtingenstrijd

Nadat Jack Lang zich gisteren terugtrok, zijn er nog drie socialistische kandidaten over voor de presidentsverkiezingen van volgend jaar. Ségolène Royal is veruit de populairste, maar ook de meest omstreden.

Laurent Fabius (rechter foto) (Foto AFP) This combo of recent pictures shows Socialist Party presidential potential candidates (LtoR) Dominique Strauss-Kahn, Jack Lang, Segolene Royal and Laurent Fabius. Segolene Royal, the socialist frontrunner for France's presidential election, received a new boost to her campaign 28 September 2006 when her nearest rival for the party nomination -- former Prime minister Lionel Jospin -- withdrew from the race. AFP PHOTO AFP

Ségolène Royal, Dominique Strauss-Kahn of Laurent Fabius: uit die drie ex-ministers zullen de leden van de Franse socialistische partij hun kandidaat kiezen voor de nationale presidentsverkiezingen in voorjaar 2007.

Dat is duidelijk geworden nu gisteravond de laatste andere mogelijke kandidaat zich terugtrok, ex-minister Jack Lang. Hij was door partijsecretaris François Hollande, die zelf dit weekeinde afzag van zijn kandidatuur, gevraagd niet nog meer „verdeeldheid toe te voegen aan de verdeeldheid”, vertelde Lang in het tv-journaal van TF1. Waarna hij herformuleerde: „en niet nog meer verwarring aan de verscheurdheid.”

Daarmee is de stemming in de grootste partij op Frans links, die een van de twee belangrijkste kandidaten zal leveren om volgend jaar Jacques Chirac op te volgen in het Elysée, wel getekend. In feite is er in de PS één duidelijke favoriet voor de kandidatuur, die ook meteen verreweg de meest omstreden persoon in het partijapparaat is.

Dat is Ségolène Royal, publiekslieveling in de wekelijkse opiniepeilingen en fervent pleitbezorger van een vorm van politiek bedrijven die breekt met de klassieke partijcultuur. Ze associeert zich liever met dagelijkse ervaringen van kiezers dan met abstracte sociaal-democratische opvattingen over sociale rechtvaardigheid. Liever wat meer vrije schoolkeuze, bijvoorbeeld, dan dogmatisch vasthouden aan het leerstuk dat verplichte keuze voor openbare wijkscholen tot sociale menging leidt. Zelfs voor het woord ‘socialisme’ heeft Royal haar eigen alternatief: het ‘ségolisme’.

Die eigenzinnigheid boezemt haar concurrenten en andere partijprominenten wantrouwen en afkeer in. Royal wordt minachting voor de partij verweten en een overdadige neiging tot ‘jouer perso’: politiek pingelen zonder overspelen. „Een kandidaat moet hebben deelgenomen aan de richtinggevende gevechten binnen de partij”, zei oud-premier Jospin vorige week, toen hij uitlegde waarom Royal „niet mijn keuze” zal worden bij de partijverkiezingen.

Maar hoe de krachtsverhoudingen momenteel liggen, werd treffend geïllustreerd door Jospin zelf. Tegelijk maakte hij namelijk bekend zelf af te zien van een nieuwe, derde gooi naar de kandidatuur, omdat hij op een verkennende campagne daarvoor naar eigen mening niet voldoende enthousiasme in de partij had losgemaakt. In feite was Jospin volgens peilingen populairder dan alle andere mogelijke kandidaten, behalve één: zijn steun onder de leden werd meer dan twintig procentpunt lager geschat dan die voor Royal.

De ‘gewone’ leden van de PS lijken juist te waarderen dat Royal, ondanks een lange geschiedenis in de PS (ze begon in 1981 bij president Mitterrand), niet steunt op de gevestigde partijcultuur. Peilingen onder die leden wijzen er zelfs op dat de vraag vooral wordt of Royal al aan één ronde, op 16 november, genoeg zal hebben om aangewezen te worden. Ongeveer 49 procent van de stemgerechtigden zou van plan zijn op haar te stemmen. Als de meerderheid voor Royal uitblijft, dan volgt een tweede ronde een week later. De twee overgebleven kandidaten, Laurent Fabius en Dominique Strauss-Kahn, voeren hun strijd daarom met een zekere moed der wanhoop, die ze soms niet kunnen verbergen. Strauss-Kahn vergeleek de campagne dit weekeinde met paardenrennen. „Wekenlang zette iedereen in op een overwinning van een paard uit Japan”, analyseerde hij de laatste koersen in Parijs. „Maar kijk, het Japanse paard heeft niet gewonnen.” Het paard op kop kan struikelen, bijvoorbeeld.

Fabius en Strauss-Kahn zijn er beiden van overtuigd dat de komende weken diepere krachten in hun partij los zullen komen die het debat terugbrengen naar hun vertrouwde terrein: dat van de ideologische richtingenstrijd. Ex-minister van Financiën Strauss-Kahn is een sociaal-democraat, die een voorzichtige verzoening met de markteconomie voorstaat en de Franse PS dichter bij de Europese zusterpartijen wil brengen. Fabius was midden jaren tachtig de ‘sociaal-liberale’ premier van president Mitterrand, maar staat nu aan de andere kant van het spectrum. Hij meent dat een alliantie met extreem-links de overwinning zal brengen en heeft zich na zijn nee tegen de Europese grondwet – met succes – ingespannen om het PS-programma op sociaal-economisch gebied linkser te maken, met hogere uitkeringen en meer staatsingrijpen.

Aan dat soort richtingstrijd doet Royal eigenlijk nauwelijks mee. Wel wekt zij af en toe verrassing met haar ideeën. Zo verklaarde zij dit weekeinde bij haar officiële kandidaatstelling zich te zullen baseren op de verbinding tussen het ‘nationale’ en het ‘sociale’, die volgens haar in Frankrijk onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Strauss-Kahn en Fabius in verwarring: Royal was toch pro-Europees? En hadden zij als socialisten het niet liever over de Republiek dan over de natie?

Verwijten aan Royal over gebrek aan consistentie en politieke inhoud zullen de komende weken vaker klinken. De eerste eis die de Franse sociaal-democraten aan hun kandidaat stellen is immers dat deze minister van Binnenlandse Zaken Sarkozy kan verslaan – geïnteresseerd volger van het voorgevecht van Strauss-Kahn en Fabius met Royal.