Toerleider Michail Saakasjvili

sak.jpgGisteravond arriveerde ik met een groep journalisten in de zuidelijke havenstad Batoemi voor een onderhoud met de Georgische president Saakasjvili. Een spionageschandaal, Rusland dat Georgië een terroristische staat noemt en dreigt met oorlog: genoeg om over te praten.

Meer daarover in de papieren krant en wellicht de webzijde. Maar de wijze waarop de onverbetelijke showman Saakasjvili ons inpakte en toonde dat het goed ging met Batoemi, was hartverwarmend in al zijn naïviteit.

Eerst, om tien uur ‘s avonds, reden de Georgiërs ons naar een kermis in niemandsland. Die opende Saakasjvili in augustus als zichtbaar teken van de wederopleving van deze eens glorieuze badplaats, twee jaar terug nog een moeras van verval, corruptie en smokkel. Neon schitterde, bezoekers ontbraken, een draaimolen draaide eenzaan zijn rondjes in de nacht. Misschien dat Saakasjvili zich hier liet interviewen, hoopten wij: op een draaimolenpaard, een zwaard in de ene, een ramshoorn gevuld met rode wijn in de andere hand?

Helaas niet, maar daarna draaiden we menig rondje door Batoemi, feeëriek verlicht door blauwe, oranje en witte schijnwerpers. De bus stond vijf minuten stil bij een soort waterorgel dat onder de opruiende klanten van Wagners ‘Walküre’ gekleurd water de lucht inspoot. Om half drie ‘s nachts, na een urenlang interview met Saakasjvili, moesten  we nog zo’n fontein bekijken. Die spoot kleurwater op het ritme van de song ‘Kalsjnikov’ van Goran Bregovic. ‘Heeft u ze gezien, die prachtige fonteinen?’, zei Saakasjvili bijna kinderlijk enthousiast. ‘En dat mozaiek met alle vlaggen van de Europese Unie?’

Nu wel ja. Het gaat dus goed met Batoemi. Binnenkort open een zestigtal marmeren hotels tussen de bouwvallen, dan zitten de kiezelstranden vol Turkse, Armeense en, wie weet, Russische toeristen. Maar op dit moment zit ik in het enige vijf sterrenhotel dat het badplaatsje telt om te kijken of de fonteinen ook spuiten als de rest van de pers weer is vertrokken.

 

    • Coen van Zwol