Sarkozy’s voorbeeld

Europa is afwezig in de Nederlandse verkiezingscampagne, die dit weekeinde is losgebarsten. De lijsttrekkers debatteren over van alles, maar mijden de Europese Unie en de hier gesneefde Grondwet voor Europa als de spreekwoordelijke pest. Het zijn onderwerpen die ten onrechte in de ban zijn gedaan uit vrees voor – ja, voor wat eigenlijk?

Vorig jaar hebben de Nederlanders net als de Fransen bij referendum ‘nee’ gezegd tegen het Europees grondwettelijk verdrag. Dat werd daarna enigszins prematuur doodverklaard. Europa raakte vervolgens als stembusthema besmet. Intussen breidt de Europese Unie verder uit. Ze moet bestuurd en gereorganiseerd worden. Dit veronderstelt een politieke visie. Maar als lijsttrekkers zwijgen, kunnen kiezers niet oordelen. Europa laat zich niet van de agenda schrappen. Het blijft hardnekkig aanwezig, en in toenemende mate als probleem. Als Nederlandse politici dit vraagstuk niet aankaarten, wordt het voor hen gedaan. Door de grote lidstaten bijvoorbeeld. Grote kans dat Nederland in zo’n geval met macht en invloed het nakijken heeft.

In een vraaggesprek met deze krant noemde afgelopen zaterdag de scheidend advocaat-generaal bij het Europese Hof van Justitie, Geelhoed, het afwezig zijn van Europa als thema van de Nederlandse verkiezingen heel juist ‘een gemiste kans’. Hij verwijt de politieke elite gebrek aan zelfvertrouwen. Nederland is deel van de Europese Unie. Deze context mag niet worden genegeerd, aldus Geelhoed, die vindt dat de politiek juist nu daarover met de kiezers in debat moet.

Frankrijk doet het anders – en beter. Daar is de Europese Grondwet vorig jaar net als in Nederland bij volksstemming afgewezen. Maar voor Franse politici, die zich warm lopen voor de presidentsverkiezingen van volgend jaar, is dat geen reden Europa als onderwerp uit de weg te gaan. Frankrijks minister van Binnenlandse Zaken Sarkozy, tevens kandidaat voor de opvolging van president Chirac, legt vandaag in een essay in de Europese editie van The Wall Street Journal een prikkelende Europese geloofsbelijdenis af, waarmee kiezers – ook de minder geïnteresseerde – hun voordeel kunnen doen.

Sarkozy’s stelling is dat de institutionele hervormingen die de Unie moet doorvoeren alleen tot stand kunnen worden gebracht als er een afgeslankte versie van de Europese Grondwet komt waarin met name afspraken staan over een soepeler manier van besluitvorming binnen de Unie: een miniverdrag waarin de belangrijke Europese verdragen van Nice en Amsterdam worden samengevoegd en aangepast. Duitsland zou als roulerend voorzitter van de EU meteen al begin volgend jaar de vraag aan de orde moeten stellen hoe Europa nu verder gaat. Zodat, aldus Sarkozy, het miniverdrag in 2007 in de grondverf staat.

Met zijn Agenda voor Europa steekt de Franse presidentskandidaat zijn nek uit. Hoe men er ook over denkt, zijn plan heeft als verdienste dat het uitgaat van mondige kiezers aan wie na de grondwetsafwijzingen in Frankrijk en Nederland opnieuw gevraagd dient te worden hoe zij zich de toekomst van de Europese Unie voorstellen. Sarkozy geeft hun een houvast, zoals het een politicus betaamt. Zijn voorbeeld verdient navolging – om te beginnen in Nederland.