Nederlanders hebben ‘toch wel’ Talibaan gedood

Wat is er de afgelopen week gebeurd in en rondom de Nederlandse missie in Afghanistan? Australië komt ISAF versterken.

Voor de tweede keer zijn er in Uruzgan doden gevallen door vuur van Nederlandse ISAF-militairen. Vorige week zondag werd een patrouille van Nederlandse commando’s en Afghaanse en Amerikaanse militairen aangevallen ten oosten van Deh Rawood, waar de kleinste van de twee Nederlandse bases ligt. Twee Nederlandse pelotons kwamen te hulp en leverden een gevecht dat uren duurde. Van de twintig doden aan vijandige zijde vielen er vijf door Nederlands vuur, werd vrijdag bekend.

Vorige week maandag meldde Defensie dat de Nederlandse militairen geen tegenstanders hadden gedood. Een vergissing, bleek later, gemaakt omdat nog niet alle rapporten bij het ministerie binnen waren. „Bij operaties in den vreemde is soms niet alles meteen duidelijk”, aldus een woordvoerder. „Je kunt wel allerlei smoesjes verzinnen, maar wij hebben het netjes gecorrigeerd.”

Amerikaanse militairen die voor de antiterreuroperatie Enduring Freedom zijn gelegerd op de basis Cobra, een kleine twintig kilometer ten noorden van Deh Rawood, voerden voorafgaand aan het incident vorige week zondag samen met Afghaanse strijdkrachten, strijd met vermoedelijke Talibaan-strijders in het gebied tussen Cobra en Deh Rawood. Die hadden een doorwaadbare plaats in de Helmand-rivier bezet en verhinderden zo de toegang tot Cobra.

Of de hinderlaag waarin de patrouille die zondag liep, een indirect gevolg was van de strijd om de Cutu-crossing laat zich raden. Wel is duidelijk dat de inktvlek die de Nederlandse militairen via hun hearts-and-minds-strategie rond de basis willen laten uitvloeien, na twee maanden nog niet zodanig is gegroeid dat het gebied tussen de twee bases onder controle is. De basis rond Deh Rawood is volgens Defensie „een groter aandachtspunt” dan die in Tarin Kowt. Afgelopen vrijdag werden daar de laatste gepantserde slaapcontainers afgeleverd. In Tarin Kowt zal dat begin volgend jaar zijn. Gisteren keerden overigens de Nederlanders die de basis Martello in Kandahar hadden overgenomen ter ondersteuning van operatie Medusa, terug in Tarin Kowt.

Deze week werd ook bekend dat een Nederlandse patrouille begin september in het dorp Shingulla het aan een boom gehangen lichaam van een Afghaanse jongen vond. Volgens de lokale bevolking was hij door Talibaan gemarteld en doodgeschoten omdat hij op Cobra werkte.

Dat een volledige militaire controle onmogelijk is, zelfs in de grotere plaatsen waar de NAVO-stabilisatiemacht ISAF haar bases heeft, werd deze week duidelijk door (zelfmoord)aanslagen in Lashkar Gah (Helmand), Kandahar-stad en Kabul. In Lashkar Gah vielen zeventien doden bij een voor het kantoor van de gouverneur; in Kabul vielen zaterdag twaalf doden door een zelfmoordaanslag voor het ministerie van Binnenlandse Zaken. Dinsdag kwamen een Italiaanse officier en een kind om bij een aanslag op een konvooi even ten zuiden van de hoofdstad. In Kandahar kwam woensdag alleen de dader om bij een zelfmoordaanslag op een ISAF-patrouille. Een Canadese militair kwam vrijdag om toen hij in het Panjwayi-district in Kandahar, waar operatie Medusa plaatsvond, op een bom stapte.

Tussen al dit geweld kwam deze week het nieuws dat Australië zijn 200 special forces die voor Enduring Freedom in Uruzgan hebben gevochten, terugtrekt. Ongeveer 400 Australische militairen zullen de NAVO-missie ISAF in Uruzgan versterken. Maarschalk Angus Houston verklaarde woensdag in Canberra tijdens een zeldzame persconferentie over de activiteiten van de special forces, dat „de soldaten [..] hebben ervaren dat de voortdurende slagveld-stress en gewapende opstand ongeëvenaard is sinds die in Vietnam in de jaren zeventig”. Hij voegde toe dat het niet ondenkbaar is dat ze ooit teruggaan, maar dat „ze rust nodig hebben. Er is „a hell of a lot” van ze gevraagd. „Het gevaar bestaat de we onze special forces te zwaar belasten”, verklaarde premier John Howard de terugkeer voor de Australische radio.

Volgens commandant generaal-majoor Mike Hindmarsh hebben de elitetroepen het afgelopen jaar 139 confrontaties met de vijand gehad, die varieerden van „korte schermutselingen” tot gevechten „die uren konden duren”. Van de 395 dagen van hun missie waren de commando’s 306 dagen weg van hun basis, soms wekenlang, om diep het Talibaan-achterland in te dringen. „Het was als met een stok in een mierenhoop poken”, omschreef hij. Elf militairen zijn gewond geraakt.

De terugtrekking komt ondanks de oproep van Australië om de militaire macht in het zuiden uit te breiden. De Australische minister van Buitenlandse Zaken Alexander Downer riep dinsdag bij een bezoek aan Helsinki een aantal Europese landen op troepen uit het rustiger noorden en zuiden beschikbaar te stellen voor de strijd in het zuiden. Onder andere Italië, Spanje en Duitsland staan al enkele weken onder druk om hun caveats (beperkende voorwaarden) die inzet buiten de huidige regio’s uitsluiten, te versoepelen. „Er kan moeilijk verwacht worden dat de Amerikanen, de Britten, wij en de Canadezen al het zware werk in het zuiden doen”, zei Downer donderdag na een ontmoeting met zijn Italiaanse ambtgenoot Massimo D’Alema. Die oproep was aan dovemansoren gericht. „We voorzien in dit stadium geen verandering, in welke richting dan ook”, reageerde D'Alema.

    • Hanneke Chin-A-Fo