Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

Wat nou genocide

Drie van oorsprong Turkse kandidaten voor de Tweede Kamer zijn deze week van de kandidaatlijsten verwijderd wegens hun standpunt over de Armeense genocide. Maar Nebahat Albayrak staat nog altijd op nummer twee van de lijst van de PvdA. Toch noemt ook zij de bronnen over de Armenische genocide ‘vervuild’. „Iedereen mag vragen hebben”, zegt PvdA-voorzitter Michiel van Hulten hierover.

Slachtoffers van de Armeense genocide in 1915 (Foto Ullstein) Mord/Zwangsumsiedlung von Armeniern: Leichen von Armeniern, die bei den Gewaltm„rschen ums Leben gekommen sind. ohne weitere Angaben 1915/16
Slachtoffers van de Armeense genocide in 1915 (Foto Ullstein) Mord/Zwangsumsiedlung von Armeniern: Leichen von Armeniern, die bei den Gewaltm„rschen ums Leben gekommen sind. ohne weitere Angaben 1915/16 ullstein - Archiv Gerstenberg

Hollanda’da oykirim!, was donderdag de kop van de Turkse liberale krant Milliyet op zijn website. Het was een woordspeling. Genocide, volkerenmoord, is ‘soykirim’ in het Turks. Oykirim betekent zoiets als verkiezingsmoord. Als gevolg van een ‘Hollandse soap’ werden drie van oorsprong Turkse kandidaat-Tweede Kamerleden door hun partijen geslachtofferd, vindt de krant.

De Turkse pers en politiek zijn woedend over de politieke rel die het CDA en de PvdA de afgelopen twee weken heeft beziggehouden. Drie van oorsprong Turkse kandidaten voor de Tweede Kamer zijn deze week van de concept-kandidatenlijst van hun partij gehaald. De CDA’ers Ayhan Tonca (plaats 35) en Osman Elmaci (56) weigerden te erkennen dat Turkije in 1915 een genocide op de Armeense bevolking heeft uitgevoerd. De PvdA’er Erdinç Saçan (plaats 53) bleek een website te beheren waar Turks-Nederlandse politici regelmatig discussiëren over de Armeense genocide. Ze zijn het er over eens dat die nooit heeft plaatsgevonden.

Hoe kon de mislukte kandidaatstelling van drie Turkse aspirant-politici zoveel losmaken in Nederland én Turkije?

„Iedere Turk wordt opgevoed met een mythe over het ontstaan van de Turkse republiek”, zegt Europarlementariër Joost Lagendijk (Groenlinks). Lagendijk is Turkije-rapporteur van het Europees Parlement. „Ze leren op school dat Turkije in die jaren een allesbeslissende oorlog voerde. En waar gehakt wordt, vallen spaanders, is de gangbare opvatting.”

„Als de Turkse staat de zogenoemde genocide ontkent, kun je van Turken niet verwachten dat ze die wel erkennen”, zegt de Turkse journalist en columnist Ilhan Karacay. Hij publiceert in de krant Dünya, die ook wekelijks in Nederland verschijnt. Volgens Karacay, die zegt de mening van veel Turken te vertolken, „weten” de meeste Turken dat er geen sprake is geweest van een doelbewuste uitroeiing van Armeniërs.

Karacay „betreurt het feit dat er veel slachtoffers zijn gevallen, aan beide kanten”. ‘Armeniër’, weet ook Karacay, is voor veel mensen in delen van Anatolië een scheldwoord. Onbetrouwbare types, oplichters en huichelaars worden als Armeniër neergezet. Karacay ziet daar geen kwaad in. „Wat zegt dat nou? Turk is toch ook een scheldwoord in Nederland. Zoek maar op in Van Dale. Daar staat in: zo vies als een Turk.”

De Leidse professor Eric-Jan Zürcher, turkoloog en kenner van de Ottomaanse geschiedenis: „De Armeense kwestie is een gevoelige kwestie, ook voor Nederlandse politici van Turkse komaf, zoals Tonca. Tonca voelt zich erg Turks. Hij is jarenlang voorzitter geweest van de Turkse islamitische culturele federatie, een verlengstuk van het Turkse directoraat voor religieuze zaken Diyanet. Tonca heeft zich ook fel verzet tegen de komst van het Armeense monument in Assen in 2002.”

Volgens Ilhan Karacay worden de Turken in Nederland niet door de Turkse staat of de ambassade in Den Haag geïnstrueerd over de Armeense kwestie. „Dat is ook niet nodig”, zegt de journalist. „Misschien hebben wij de Turkse versie onderwezen gekregen en de Nederlanders hun eigen versie, maar de Armeense kwestie is door geen enkele rechtbank of tribunaal als genocide beschouwd. Talloze Amerikaanse en Britse historici ontkennen ook dat er sprake is van een volkerenmoord op de Armeniërs, dus waar hebben we het over!” (Zie kader)

Zeki Arslan, onderwijsdeskundige en voorzitter van de Samenwerkende Turkse organisaties in Overijssel, is een van de weinige Turken die de volkerenmoord op de Armeniërs erkennen. „De emoties die opkomen binnen de Turkse gemeenschap als het daar om gaat, zijn gigantisch. Je bent een verrader als je er een debat over wilt voeren”, zegt hij.

In april van dit jaar wilde Zeki Arslan een studieavond over massamoorden bijwonen in Enschede. Het moest gaan over, onder meer, de Armeense kwestie. Arslan zou het woord voeren over de ontkenning in de Turkse gemeenschap. In de krant van Ilhan Karacay, die hoofdredacteur is van de Nederlandstalige pagina’s, werd Arslan een „verrader” en een „theoreticus van een terreurorganisatie” genoemd door een columnist. De hoofdredacteur zou later zeggen dat hij de columnist niet kent. Ook kreeg Arslan bedreigingen via e-mail. „Ik stond onder enorme druk, zoals iedereen die de Armeense moorden aan de orde stelt.” Hij besloot zich terug te trekken, het symposium werd afgelast.

Zeki Arslan, die in 1980 naar Nederland kwam, woonde tot zijn 22ste in Turkije. In zijn Turkse schoolboeken zag hij geen woord over de kwestie. Maar onderhuids, zegt hij, borrelt de emotie. „De Armeense moorden van 1915 gijzelen de Turken nog altijd, ook in Nederland.” Nederlanders kunnen dat maar moeilijk begrijpen, zegt hij. Er is hier een debatcultuur, meent Arslan. „Maar Turkije is eerst en vooral een nationalistische samenleving, waar de overheid bang is dat de eenheidsstaat uit elkaar zal vallen als gevoelige onderwerpen als de genocide worden besproken.”

Holocaust

Een paar weken nadat Arslan afzegde voor de debatavond in Enschede, diende Tweede Kamerlid Tineke Huizinga-Heringa (ChristenUnie) een initiatiefwetsvoorstel in dat nog in behandeling moet worden genomen. Een storm van reacties kreeg ze. „Het leek op een soort actie, zo veel mails kreeg ik.” Huizinga-Heringa wil dat het ontkennen van genocide strafbaar wordt. Dat wil zeggen: als de ontkenning bewust beledigend is of aanzet tot haat of geweld. Nu kan alleen het ontkennen van de holocaust via ingewikkelde jurisprudentie strafrechtelijk vervolgd worden. Maar bij andere „breed erkende” massamoorden in de geschiedenis kan dat nog niet, zo staat in het voorstel:. „Denk aan de Armeense genocide, de omvang en ernst van de slavernij, of het goedpraten van misdrijven tegen de bevolking door communistische regimes.”

Via een motie van de ChristenUnie riep de Tweede Kamer de regering in 2004 op de genocide bij de Turkse regering aan de orde te blijven stellen. Een goede ontwikkeling, vindt Ton Zwaan, universitair docent aan de Universiteit van Amsterdam en onderzoeker bij het Centrum voor Holocaust- en Genocidestudies. „Historisch mag er dan weinig tot geen discussie zijn over de genocide, de meeste westerse landen durven nog altijd niet te erkennen dat de genocide heeft plaatsgevonden.”

Ook de Nederlandse regering spreekt nog altijd niet van genocide. Uit documenten van het ministerie van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking blijkt dat de massamoord van 1915 nergens genocide wordt genoemd. In ambtsberichten staat het woord tussen aanhalingstekens. Een woordvoerder van minister Bot (Buitenlandse Zaken, CDA) zegt dat vaststaat dat er „verschrikkelijke dingen” zijn gebeurd. „Maar dat betekent niet dat je dat genocide kunt noemen. Dat is niet een taak voor de Nederlandse regering. Daarover moeten Turken en Armeniërs met elkaar in overleg.”

Ton Zwaan is hier niet door verrast. Het Europees Parlement heeft de genocide wel erkend, maar maakte deze week Turkse erkenning van de genocide definitief geen voorwaarde voor toetreding tot de Europese Unie. In de oorspronkelijke tekst van het rapport van de commissie-Eurlings stond dat het „onontbeerlijk” is dat „een land dat op weg is naar het lidmaatschap zijn geschiedenis verwerkt en onder ogen ziet”. Het parlement besloot – met 311 tegen 292 stemmen – deze voorwaarde te laten varen.

De Verenigde Staten en Groot-Brittannië hebben, net als Nederland, nooit de genocide erkend. Een minderheid van Europese landen, waaronder Frankrijk, Polen, Zweden, België en Italië, heeft dit wel gedaan. Zwaan: „De internationale gemeenschap houdt zich op de vlakte. De Armeniërs zijn sindsdien in de steek gelaten. Nu nog laten overheden zich intimideren door Turkse nationalisten en de overheid, en wordt er uit diplomatiek oogpunt alleen maar opgeroepen tot debat en verder onderzoek.”

Wordt dan niet het onmogelijke gevraagd van Turkse politici? Ze moeten van hun partij de genocide erkennen, maar zelfs de Nederlandse regering doet dat niet. Zeki Arslan zegt dat de drie voormalige kandidaten de afgelopen week „moesten kiezen tussen het zwaard en de galg”. Arslan: „Stel dat ze echt in het openbaar hadden toegegeven dat er een Armeense genocide heeft plaatsgevonden. Dan is de kans groot dat ze in Turkije voor de rechter gedaagd worden. Nu ze dat weigerden, is hun rol in de Nederlandse politiek uitgespeeld.” Arslan zou willen dat ontkenners en erkenners eens met elkaar in gesprek zouden gaan.

Erdinc Saçan, tot dinsdag kandidaat-Kamerlid voor de PvdA, vindt dat zijn partij met twee maten heeft gemeten. Dinsdagochtend kreeg hij een sms van partijvoorzitter Michiel van Hulten: „1. Steun je het standpunt van de tweede kamerfractie dat in Armenië een genocide heeft plaatsgevonden? 2. Zul je dat bevestigen als de pers ernaar vraagt?” Saçan weigerde en werd van de kandidatenlijst gehaald.

Diezelfde ochtend verscheen in Trouw een interview met de nummer twee van de concept-kandidatenlijst van de PvdA, de Turkse Nebahat Albayrak. Saçan vindt precies wat Albayrak óók vindt, zegt hij. Albayrak zegt in het interview dat ze niet twijfelt aan de aard van de gebeurtenissen in 1915. Er zijn waarschijnlijk zevenhonderdduizend Armeniërs omgekomen in 1915. Albayrak: „Dat aantal is niet het belangrijkste. Zijn vijfhonderdduizend doden soms minder erg dan anderhalf miljoen?”

Maar Albayrak zegt ook dat ze twijfelt over de toedracht van de moord. „Ik moet toegeven dat ik er bar weinig van afwist. Maar toen ik me erin verdiepte, stuitte ik op een probleem. Alle bronnen bleken te zijn bevuild. Alles wat Armeniërs zeggen, wordt door Turken ontkend en omgekeerd. De luiken zijn omlaag. Er is geen gesprek mogelijk.” Albayrak pleit voor een onderzoek naar de toedracht, zodat duidelijk wordt of er echt sprake was van een vooropgezet plan van de Turkse overheid.

Dit is een typisch antwoord van iemand die een relatief nieuwe stroming binnen het Turkse ‘negationisme’ aanhangt, zegt Ton Zwaan. „Vroeger was de mening gangbaar dat er niets is gebeurd in 1915. Toen dat niet langer houdbaar bleek, kwam de mening op dat er alleen Armeniërs zijn omgekomen van de honger en de kou. Nu wordt, sinds een jaar of tien, beweerd dat niet precies meer is na te gaan wat er is gebeurd. En dat terwijl alle bronnen al decennia gewoon op tafel liggen.”

Osman Elmaci, die deze week van de CDA-lijst werd afgehaald, kan meer als vertegenwoordiger van de oude stroming worden beschouwd: er is niets gebeurd. Tussen de tientallen boze e-mails die Kamerlid Tineke Huizinga-Heringa kreeg sinds zij genocide-ontkenningen strafbaar wil stellen, zat er een van hem. Het was een brief die al langer op discussiefora op internet circuleerde. De brief, gericht aan de Tweede Kamer, herinnert „aan het feit dat Nederland meer dan 300.000 inwoners heeft die van Turkse komaf zijn en die, op een paar uitzonderingen na, van mening zijn dat de Armeense genocide nooit heeft plaatsgevonden.” Er staat ook: „Het aantal omgekomen Armeniërs (anderhalf miljoen) is sterk overdreven.”

De brief leidde nooit tot ophef. Evenmin stelde iemand binnen het CDA vragen over Ayhan Tonca, die in interviews nooit een geheim maakte van zijn opvatting dat er helemaal geen genocide heeft plaatsgevonden. Op 8 september eiste I. Drost namens het Armeense 24 april Comité – genoemd naar de datum waarop de Armeense slachtoffers worden herdacht – en de overkoepelende FOAN opheldering over de kandidatuur van Ayhan Tonca. Tonca „vertolkt en verdedigt” „in de kwestie van de Armeense genocide” het officiële standpunt van Turkije, meende Drost in de brief aan het CDA-bestuur. Drost kreeg geen reactie van het CDA. Pas toen het tv-programma Nova er vorige week aandacht aan besteedde, ging de zaak rollen.

Het CDA eiste na de uitzending en publicatie in Trouw heldere standpunten overeenkomstig de partijlijn van de kandidaat-Kamerleden Tonca en Elmaci. Daarop zegden Tonca en Elmaci toe een verklaring te ondertekenen dat ze, als ze Kamerlid waren geweest, voor de motie zouden hebben gestemd van de ChristenUnie waarin de regering wordt opgeroepen de „erkenning van de Armeense genocide” bij Turkije „voortdurend en nadrukkelijk” aan de orde te stellen.

Daarmee leek de kou uit de lucht. Tot de nationalistische Turkse advocaat Kemal Kerincsiz zich ging mengen in de ‘Haagse commotie’, die langzamerhand de vormen van een affaire begon te krijgen. Een dag na de verklaring van de kandidaat-Kamerleden kondigde de advocaat vanuit Istanbul aan dat hij de uitspraken van Tonca en Elmaci over de Armeense kwestie zou onderzoeken. Als die strijdig zijn met de Turkse wet, dan zou de advocaat hen aanklagen wegens schending van artikel 301 van de Turkse strafwet. Kerincsiz sleepte eerder de schrijvers Orhan Pamuk en Elif Shafak voor de rechter. Pamuk erkende in de Duitse media de genocide, in een roman van Shafak liet een Armeense personage zich negatief uit over Turken. De strafzaken tegen Pamuk en Shafak zijn door de Turkse justitie niet voortgezet.

Een dag na de onheilspellende woorden van Kerncsiz belegden Tonca en Elmaci in allerijl een persconferentie voor de vertegenwoordigers van de Turkse pers in Nederland. Ze zeiden dat zij nooit een verklaring zouden ondertekenen waarin de genocide erkend zou worden. Daarna was hun positie onhoudbaar.

Hollandse soap

Het vertrek van de drie politici heeft de onrust in de Nederlandse politiek over de genocide nog niet doen verdwijnen. De Federatie van Armeense Organisaties in Nederland, die de kwestie van de CDA’ers aankaartte, wil ook alle Turkse zittende en kandidaat-Kamerleden verantwoording laten afleggen. En binnen het CDA klinkt gemor over de nummer 19 van de lijst, Coskun Cörüz. De Beweging Christelijke Koers CDA, een conservatieve richting in de partij, vindt dat ook hij van de lijst gehaald moet worden.

Albayrak, die zich sinds haar interview in Trouw onbereikbaar houdt voor de pers, staat nog steeds op plaats 2 op de PvdA-lijst. Ook Coskun Cörüz, zittend Kamerlid voor het CDA en 19de op de kandidatenlijst, is dagenlang niet bereikbaar.

Ondertussen blijft ook Turkije zich mengen in de ‘Hollandse soap’, zoals sommige kranten daar de commotie rondom de kandidaat-Kamerleden bestempelen. De voorzitter van het Turkse parlement, Bülent Arinc, belde afgelopen donderdag met de PvdA’er Saçan om hem een hart onder de riem te steken. Volgens de Turkse pers heeft Arinc tegen Saçan gezegd dat Turkije zo nodig diplomatieke stappen tegen Nederland zal nemen. Een woordvoerder van het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken categoriseerde het schrappen van de namen van de drie Turkse kandidaten van de lijsten als onacceptabel.

Partijvoorzitter Michiel van Hulten van de PvdA begrijpt dat Turkse politici in Nederland in een moeilijke situatie zitten. Hij haalde Erdinc Saçan van de concept-kandidatenlijst. „Ze zijn jarenlang gehersenspoeld door de Turkse overheid.” De partij heeft een sterke basis onder de Turkse gemeenschap. Meer dan 80 procent van de Turkse kiezers stemde bij de gemeenteraadsverkiezingen op de PvdA. Volgens Van Hulten is er sprake van ‘achterstallig onderhoud’: „In het verleden hebben we te weinig gekeken naar de politieke bagage die politici uit andere landen met zich meebrengen. We moeten weten of die zich verhoudt tot de gangbare opvattingen hier. Het standpunt van Saçan was onacceptabel.”

En dat van Nebahat Albayrak?

„Dat ligt heel anders. Zij heeft de motie gesteund van de ChristenUnie en daarmee heeft ze de genocide erkend.”

Maar ze zet vraagtekens bij de toedracht van de moorden. Dat is volgens, bijvoorbeeld, Ton Zwaan óók een vorm van ontkenning.

„Dat ze de bronnen over de kwestie ter discussie stelt, is geoorloofd. Iedereen mag bovendien vragen hebben. Dat is een gezonde opstelling. Zelfs een gerenommeerd historicus als Zürcher zegt dat wat er precies gebeurd is, nog altijd onduidelijk is.”

Erdinc Saçan zegt dat hij het volledig eens is met Albayrak. Toch moest hij weg, zij niet.

„Erdinc bleef onduidelijk over zijn standpunt. Hij liet in het midden of er echt zoveel moorden hadden plaatsgevonden. Het standpunt van Nebahat is glashelder.”

En toch wilt u dat er een debat over ontstaat. Waarom?

„Willen partijen tot elkaar komen, dan is het noodzakelijk dat we het debat aangaan. Met kandidaat-politici uit andere culturen, en met Turkse volksvertegenwoordigers in de partij. Er wordt nu eindelijk over gepraat, dat is winst. Maar er is grote bezorgdheid in die gemeenschap, en het is mijn taak op te passen dat het geen heksenjacht wordt.”