Koninkrijkje bouwen

Sinds Ben Pon, binnenkort 70, zich liet uitkopen uit het Nederlandse autobedrijf van zijn familie werkt hij aan zijn eigen imperium in Californië. Portret van een eigenzinnig ondernemer.

Zijn mooiste Bordeaux heeft Pons tweede voornaam Marinus meegekregen en de Pinot noir en Chardonnay zijn naar zijn Zweedse vrouw Ingrid genoemd. Linksboven Ben Pon. Foto’s Claudia van Rouendal 'Ingrid's Vineyard' - genoemd naar z'n vrouw - een deel van de wijngaard van Ben Pon te Carmel Valley, Californi‘ foto: Claudia van Rouendal
Zijn mooiste Bordeaux heeft Pons tweede voornaam Marinus meegekregen en de Pinot noir en Chardonnay zijn naar zijn Zweedse vrouw Ingrid genoemd. Linksboven Ben Pon. Foto’s Claudia van Rouendal 'Ingrid's Vineyard' - genoemd naar z'n vrouw - een deel van de wijngaard van Ben Pon te Carmel Valley, Californi‘ foto: Claudia van Rouendal Rouendal, Claudia van

Stel de Nederlandse wijnboer Ben Pon tijdens een lunch van „topwijn en topvoer” op zijn landgoed in Californië een vraag over zijn ondernemingen en je krijgt een antwoord over zijn „vriendjes”.

Hoe groot is zijn winst? „Groot genoeg om mijn vriendjes gerust te stellen dat ze gerust nog een fles wijn van me mogen opentrekken.”

Wat is de relatie tussen schaalgrootte en de veelgeprezen kwaliteit van zijn wijn? „Weet je, het plan was eerst om het klein te houden. Om 500 kisten, misschien 1.000 per jaar te maken. Voor mezelf, voor mijn vriendjes.”

Bij de wijngaard is nu ook een gastenverblijf. Waarom deze uitbreiding? „Het is vooral leuk om mijn vriendjes hier te ontvangen. Kijk maar naar die vent in de hoek. Hij komt hier altijd en is al 52 keer op Hawaii geweest.” „53 keer”, verbetert de man.

Pas wanneer Pon gevraagd wordt of een eigen wijngaard opzetten aan te raden is voor Nederlanders die door een nazomer geïnspireerd raken, wordt hij stellig over de bedrijfsmatige kant van zijn onderneming. „Als je van verlies maken houdt, moet je dat zeker doen.”

Volgens Pon wordt al snel gedacht dat met „een beetje grond, wat stokken erin en een beetje ploegen alles vanzelf gaat”. Dus niet. „Niets gaat ooit vanzelf.”

Pon heeft dit zelf moeten ondervinden. Hij begon zijn zeven magere jaren in 1991. „Mijn financiële mensen begonnen op me in te praten: stop toch, stop. Maar ik zei: ‘ik zet door. Ik geloof er heilig in’.” Pas vanaf 1998 werd de grond rendabel. Nu staan er 75.000 wijnranken op en komen er 600.000 flessen per jaar vanaf.

Carmel Valley, 200 kilometer ten zuiden van San Francisco, is bekend van de glooiende heuvels, het wijnbouwvriendelijke klimaat, de nabijheid van de oceaan en van Clint Eastwood, die hier ooit eens burgemeester was. De acteur woont nog steeds in de buurt, komt weleens langs. Is een vriendje. Net zoals prins Bernhard dat was.

Pons dikdoenerij hoort een beetje bij de streek. Californiërs vinden het geen opschepperij, zien het liever als trots op de eigen prestaties. Bij Pon is dat niet geheel onterecht. Zijn wijnen worden gerespecteerd door vinologen en vakbladen en zelfs de wijnkelner van het Witte Huis heeft van de Marinus-bordeaux een paar flessen in de kelder liggen. Niet dat die door de president geconsumeerd wordt, Bush heeft de drank al jaren geleden afgezworen.

Als de aanlooptijd van een wijngaard door de nodige groei van de struiken zo zwaar is, waarom begon Pon er dan aan? Daarvoor moet hij terug naar zijn afkomst. Zijn vader was al net zo’n kleurrijke man. Ben Pon senior wist vlak voor de Tweede Wereldoorlog de importrechten van Volkswagen veilig te stellen, maar de oorlog stelde de daadwerkelijke invoer uit. In 1947 kwamen de eerste auto’s uit het verslagen Duitsland naar Nederland en langzamerhand wist Pon een Nederlands auto-imperium op te bouwen. Nog steeds is Pon Holdings de importeur van Volkswagen, Audi en Porsche – en naar verluidt een van de minst transparante grotere ondernemingen van Nederland.

Terwijl het bedrijf groeide, toonde Ben junior zich een lastige zoon. Hij werd naar het vermaarde internaat Hommes gestuurd, en vloog in 1962 tijdens de Formule I in Zandvoort uit de bocht. „Echt een gigantische crash hoor. Mega. Daar eindigde ik dan tussen de struiken.” Hij racete nooit meer. „Ik deed allemaal dingen die niet goed voor me waren.”

Toen maar kleiduivenschieten. Hij wist er de Olympische Spelen in München van 1972 mee te bereiken. Al die tijd werkte hij in het familiebedrijf. In 1989 was het mooi geweest, hij liet zich uitkopen. „De rest van mijn leven wilde ik alleen maar leuke dingen doen.” Auto’s waren hem gaan vervelen. „Een beetje staal, meer is het niet. Ik ben wel een automan hoor, maar na een paar jaar neem je er toch weer afscheid van. Wijn is een mooier product om te maken. Het leeft.”

Dit jaar wordt Pon zeventig. Zijn eigen imperium lijkt er redelijk voor te staan. Hij heeft acht verschillende wijnen die tot in de betere Nederlandse restaurants te krijgen zijn, een omzet van 15 miljoen dollar (12 miljoen euro) waarvan eenderde met de wijn behaald wordt, het vakantieoord in Californië, een paar kilometer verderop nog een café-restaurant, een safarionderneming in Tanzania. En ook al wil hij niets zeggen over de winstgevendheid van zijn ondernemingen – hij kan zich een luxueuze levensstijl veroorloven. Een maand per jaar woont hij in Afrika, drie maanden per jaar is hij in Engeland om te jagen, soms verblijft hij in Nederland en de rest van de tijd is het Carmel Valley, Californië.

Het bevalt hier beter dan in Nederland, vertelt hij terwijl hij rondloopt over het terrein. „Dit hoef ik niet te delen, hier hoef ik niet uit te kijken. Hier ben ik vrij –” hij onderbreekt zichzelf en wijst naar twee dames van zijn leeftijd in het bubbelbad: „– mooi hè, die oude wijven.”

Ondernemen wil hij het niet echt te noemen, wat Pon de laatste jaren heeft gedaan. De dagelijkse gang van zaken heeft hij uitbesteed. Het is meer koninkrijkje bouwen wat hij deed. Zijn mooiste Bordeaux heeft Pons tweede naam Marinus meegekregen en de Pinot noir en Chardonnay zijn naar zijn Zweedse vrouw Ingrid genoemd. Pons zes Amerikaanse auto’s hebben allemaal persoonlijk aangepaste kentekenplaten en hij liet een eigen wapen ontwerpen voor op het etiket van zijn wijnflessen. „Ik zeg weleens dat dit mijn familiewapen is. Amerikanen geloven toch alles, joh.”

In stoppen heeft hij geen zin, ook al zijn er voortekenen dat hij ouder begint te worden. Hij ontvangt een maandelijkse Nederlandse AOW-uitkering, het glas in zijn handen trilt zichtbaar en zijn rug is kapot. „Dus dan laat ik er met lange naalden een cocktail van botox en nog wat gemeen spul inspuiten.” In Nederland zou het niet kunnen, het is wat experimenteel, geeft Pon toe. „Maar als het niet werkt houd ik er in ieder geval een gladde rug aan over.”