Confronterende opera van Philip Glass

Scène uit ‘Waiting for the Barbarians’ van Philip Glass door Theater Erfurt Foto L. Edelhoff WAITING FOR THE BARBARIANS Oper von Philip Glass Uraufführung am 10. September 2005 Theater Erfurt Regie: Guy Montavon Bühne: George Tsypin Kostüme: Hank Irwin Kittel Lichtgestaltung: Thomas Hase
Scène uit ‘Waiting for the Barbarians’ van Philip Glass door Theater Erfurt Foto L. Edelhoff WAITING FOR THE BARBARIANS Oper von Philip Glass Uraufführung am 10. September 2005 Theater Erfurt Regie: Guy Montavon Bühne: George Tsypin Kostüme: Hank Irwin Kittel Lichtgestaltung: Thomas Hase Edelhoff, Lutz

Voorstelling: Waiting for the Barbarians van Philip Glass door Theater Erfurt O.L.V. Dennis Maxwell Davies. Gezien: 26/9 Muziektheater, Amsterdam. Herh.: 27, 28 en 30/9, aldaar. Res. (020) 6255455.

Er waait een lome, dreigende wind van verandering door de roman Waiting for the Barbarians van J.M. Coetzee (1980), geïnspireerd op het gedicht van Kafavis. Veel lijkt er niet te gebeuren, maar die stilstand maskeert en markeert dreiging, niet-kiezen dat óók kiezen blijkt, het bedrieglijk comfort van een bewegingloos bestaan.

Componist Philip Glass is als eigentijds operacomponist van een ongeslagen productiviteit. Toen regisseur Johan Simons van NTGent een toneelbewerking van Waiting for the Barbarians wilde maken, ving hij bot; Glass had de rechten opgekocht voor zijn 21ste, gelijknamige opera. De voorstelling was vorig jaar een succes tijdens de wereldpremière in Erfurt en wordt door dat gezelschap deze week viermaal gebracht in het Amsterdamse Muziektheater.

Het is niet verwonderlijk dat juist Glass zich aangetrokken voelde tot dit verhaal. Ontwikkeling versleuteld door schijnbare stilstand typeert immers zijn muzikaal idioom als een van de vaders van de minimal music of – zoals hij zelf liever zegt – repetative music. Waiting for the Barbarians markeert ook geen breuk met de eerdere Glass; orkestrale intervallen stromen en pulseren onder soms lyrisch breed, vaak meer in ‘spraakstijl’ gecomponeerde dialogen. Op zijn indringendst is de opera in de muzikale tussenspelen met koor, dat off stage ongrijpbaar aangrijpend weeklaagt, on stage dienstdoet als opruiende menigte.

Waiting for the Barbarians bleek gisteravond een actuele, politieke en – vooral in de tweede akte –_ confronterende opera, zoals ook Coetzee’s roman dat is. De magistraat in een non-descript rijk wordt opgeschrikt door een kolonel, die meent dat barbaren het rijk bedreigen. Hij spoort ze op en martelt ze. Ook de magistraat komt als verrader aan de beurt nadat hij een gewond barbarenmeisje heeft verzorgd en naar haar familie teruggebracht . Pas na een verloren veldslag tegen de steeds in de wildernis verdwijnende barbaren druipt het leger af. Alles lijkt bij het oude, maar een eind goed al goed betekent dat allerminst.

De parabel is niet los te zien van Coetzee’s ervaringen in Zuid-Afrika maar doet ook denken aan de speech van George W. Bush over het Amerikaans terrorismebeleid. Die actualiteit prikkelde ook Glass, maar de regie van Guy Montavon maakt de allusie nergens concreet. Het toneelbeeld van decorontwerper George Tsypin oogt net zo tijdloos mystiek als zijn decors voor de Amsterdamse productie van Wagners Der Ring des Nibelungen, zij het wat minder high tech. Glass’ klankgetijden krijgen visueel tegenspel in pulserende gaasdoeken, in een soort barbarenmummies die als even feeërieke als gruwelijke menselijke waarschuwingsbakens oplichten boven de handeling. Alleen waar Tsypins doeken de grenzen van de stad voorstellen, doet het decor wat bordkartonnig aan.

Librettist Christopher Hampton heeft Coetzee’s roman zeer trouw gevolgd – soms misschien iets te. Muziektheater eist geconcentreerdere actie dan een roman, en de door Richard Salter reliëfrijk ingevulde magistraat is hier een wel heel brave borst, in de Golgotheske folterscène zelfs een personage van messianistische proporties. Daar staat tegenover dat de vooral aanvankelijk wat te afstandelijk aandoende opera juist in dié scène betrokkenheid eist. Dat lijkt ook de boodschap van de boeddhist Glass. In Barbarentaal is het symbool voor oorlog hetzelfde als dat voor gerechtigheid, maar dan gekanteld. Waakzaamheid is geboden.