Verzeker in de zorg ook preventie

Thuistests en gezondheidstips zijn cadeautjes voor zorgverzekeraars. Door preventie slimmer te benutten wordt de schadelast beperkt.

Prof. dr. P. Kooreman is hoogleraar Gezondheidseconomie aan de Universiteit van Tilburg.

De stormloop op de gratis ‘niercheck’ van de Nierstichting – een thuistest om schade aan de nieren vroeg op te sporen – bevat een belangrijk signaal: veel Nederlanders werken graag mee aan preventieve gezondheidszorg, mits de drempels daarvoor niet te hoog zijn. De toenemende aandacht voor preventie – de niercheck is één van de vele voorbeelden – illustreert het groeiende inzicht dat goed zorgbeleid is gebaseerd op een lange-termijn afweging van kosten en baten. Dat is winst, nadat het zorgbeleid jarenlang te sterk gericht was op kostenbeheersing. Ranglijstjes van zorginstellingen en QALY’s (Quality Adjusted Life Years) spelen bij deze ontwikkeling een nuttige rol bij het in kaart brengen van de resultaten van zorg.

De gratis niercheck en andere vroegdiagnostiek dienen niet alleen een algemeen belang, het zijn vaak ook kadootjes aan de zorgverzekeraars. Zo betekent vroegtijdige diagnose van nierschade immers minder toekomstige nierdialyses en dus een lagere schadelast. Ondanks het grote maatschappelijke belang van preventieve acties zoals de niercheck, tonen zorgverzekeraars – enkele pioniers daargelaten – weinig ambitie om preventie sterk te bevorderen en te financieren. De toegenomen marktwerking heeft de relatie tussen zorgverzekeraar en verzekerden vluchtiger gemaakt. Waarom zou je in preventie investeren als de verzekerde binnenkort wellicht overstapt naar een concurrent?

Maar in plaats van zich door dit prisoner’s dilemma te laten leiden, kunnen verzekeraars preventie juist aangrijpen om te werken aan een langjarig samenwerkingverband met de verzekerde, waarin gezondheid op de lange termijn centraal staat. Door direct en concreet te investeren in goede (en dus rendabele) preventie kan de verzekeraar zijn commitment tonen. Omgekeerd moet de verzekerde zich niet louter door premies laten leiden, maar ook goed kijken naar wat de verzekeraar op het gebied van preventie te bieden heeft.

Preventie toont de andere kant van de QALY-medaille. Terwijl enkele weken geleden de discussie – onder meer in deze krant – ging over situaties waarin één gewonnen jaar in goede gezondheid, één QALY dus, zeer kostbaar is (80.000 euro of meer), is bij preventie sprake van zeer goedkope QALY’s (enkele tientallen of honderden euro’s). De objectivering van de resultaten van preventieve zorg met behulp van QALY’s geeft verzekerden en patiëntenorganisaties sterke argumenten in handen om verzekeraars aan te sporen onderbenutting van preventie weg te werken.

Kleurige websites en tijdschriften van verzekeraars met gezondheidstips en -tests voor cliënten vormen een goed begin. Maar daarnaast kunnen andere hulpmiddelen op het gebied van elektronica en internet vaak beter worden benut. Recente experimenten in de VS laten zien dat draadloze communicatie bij bepaalde risicogroepen succesvol gebruikt kan worden voor het monitoren van gewicht, bloeddruk, bloedsuikerspiegel en hartslag. Hoogfrequente beschikbaarheid van dergelijke informatie maakt sneller en adequater ingrijpen mogelijk. Dat kan leiden tot een betere dosering van geneesmiddelen, minder ziekenhuisopnames en langere periodes tussen controles.

Meer initiatief en professionalisering van de zijde van zorgverzekeraars kan ook helpen de wildgroei aan gezondheidstests in te dammen. Veel tests dienen primair een marketingdoel, hebben een slecht onderscheidend vermogen en worden zonder tussenkomst van de huisarts toegepast. Een meer gestructureerde aanpak, gericht op de gehele mens in plaats van afzonderlijke organen, en met een centrale, coördinerende rol voor de huisarts moet mogelijk worden gemaakt.

Preventie dient niet alleen de gezondheid van verzekerden, maar meestal ook een bedrijfseconomisch langetermijnbelang van zorgverzekeraars. Zo kunnen zij zakelijke ambities en het nemen van maatschappelijke verantwoordelijkheid hand in hand laten gaan.

    • Peter Kooreman