Het nieuws van 23 september 2006

De kloof 4

In de bijlage W&O van 9 september staat een informatief artikel (`De Kloof`) over het OESO-onderzoek over de prestaties van allochtone leerlingen in een groot aantal landen, gebaseerd op de PISA-scores van 2003. De auteur suggereert dat de grote kloof tussen de scores van Nederlande allochtone en autochtone scholieren hoofdzakelijk te wijten is aan het Nederlandse onderwijs. De vraag is of dat zo is. Want niet alleen zijn de PISA-scores van allochtonen absoluut en relatief (een 6e plaats op 17 landen) heel behoorlijk, veel ander onderzoek laat zien dat de achterstand van allochtone leerlingen ten aanzien van autochtone leerlingen kleiner wordt. Dit geldt met name voor het basisonderwijs. Zo hebben volgens het SCP Turkse en Marokkaanse leerlingen de afgelopen 15 jaar een derde van hun taalachterstand en bijna de helft van hun rekenachterstand goedgemaakt. Zwarte scholen hebben ten opzichte van witte scholen sinds 1990 de helft van de taalachterstanden en driekwart van hun rekenachterstanden teruggedrongen. Ook in de laatste Periodieke Peiling naar het rekenonderwijs van het CITO wordt geconstateerd dat de achterstand in rekenprestaties van allochtone leerlingen halverwege de basisschool duidelijk kleiner wordt. Daarbij is het percentage Turkse en Marokkaanse leerlingen dat hoger onderwijs volgt de laatste tien jaar verdubbeld. Dit laat natuurlijk onverlet dat de achterstanden nog steeds groot zijn. Uitbouw van de succesvolle methoden in het voorschoolse onderwijs die zijn gericht op taalbeheersing voor allochtone kinderen en hun moeders, betere scholing van onderwijzers in het basisonderwijs, en ruim baan voor stapelaars in het voortgezet onderwijs kunnen de voorzichtig-positieve trend van betere allochtone prestaties versterken. Het is daarom verheugend dat de PvdA in zijn nieuwe verkiezingsprogramma het stapelen in ere herstelt en daarmee begint terug te komen van de onderwijsdwalingen uit de jaren negentig.

De laatste lynx 2

Het artikel `De laatste lynx` schetst met recht een somber beeld van de situatie waarin deze zeer bedreigde Europese katachtige zich bevindt. De soort komt nog maar in twee gebieden voor in het Spaanse Andalusië: Cota Doñana (24-33 volwassen dieren) en in de Sierra Morena bij Andújar (60-110 dieren). Het artikel gaat helaas voorbij aan de grote inspanning die wordt gepleegd om verdere achteruitgang te stoppen - met al de eerste positieve resultaten. In Spanje zet het Wereld Natuur Fonds zich in voor herstel van de lynxpopulatie door samenwerking met landeigenaren, overheden en lokale NGO`s. De prioriteit ligt bij maatregelen die op korte termijn effect kunnen hebben: herstel van konijnenpopulaties (hoofdprooi van de Iberisch lynx) en tegengaan van stroperij. Hoopgevend resultaat is dat er een licht herstel optreedt in Andújar, met nieuwe bezette plekken en succesvolle voortplanting. Hoewel de populatie nog klein en kwetsbaar is, laat dit zien dat herstel mogelijk is. In Doñana is de situatie anders: lynxen trekken weg uit dit gebied bij gebrek aan prooi en worden vervolgens doodgereden. Ook hier is WNF gestart om de konijnenstand op peil te brengen, met hopelijk eenzelfde resultaat. Daarnaast wordt gewerkt aan maatregelen die over langere tijd pas effect kunnen sorteren, zoals het opheffen van barrières (wegen, spoorlijnen), het verbinden van leefgebieden, fok in gevangenschap en uiteindelijk, het weer uitzetten van lynxen in nieuwe leefgebieden. Ook hoopgevend: de EU heeft recent een voorstel voor een Iberische lynx-programma in Spanje goedgekeurd met infrastructuur-aanpassingen waardoor het aantal verkeersslachtoffers onder de lynx moet afnemen. Kortom, de Iberische lynx is nog niet opgegeven!