Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Boeken

Stop met lezen, ga tellen!

De literatuurwetenschapper Franco Moretti doet baanbrekend onderzoek naar de globalisering van de literatuur – door kaarten en grafieken te tekenen en heel veel te tellen. Bestaat er zoiets als een ‘wereldliteratuur’ ? Computers kunnen misschien het antwoord geven.

Onbekende man in een archief Foto Jupiterimages Man Stuffing Files into Overflowing Shelves
Onbekende man in een archief Foto Jupiterimages Man Stuffing Files into Overflowing Shelves Jupiterimages

Franco Moretti (red.): The Novel. Twee delen. Princeton University Press, 916 en 950 blz. € 108,55 per deel

Franco Moretti: Graphs, Maps, Trees. Abstract Models for a Literary History. Verso, 119 blz. € 37,50

Franco Moretti: Atlas of the European Novel 1800-1900. Verso, 206 blz. € 18,50

Wereldliteratuur: wat is dat eigenlijk? Het is een betiteling voor romans die uitgevers graag gebruiken in hun aanbiedingsfolders, en het klinkt dan ook heel weids, maar wat moet je je er bij voorstellen? Soms lijkt het, net als ‘wereldmuziek’, niet meer dan een ander woord voor het exotische: voor derde-wereldliteratuur. Andere keren verwijst de term alleen naar het internationale van de boekenmarkt. Een bestseller die in 23 talen verschijnt, wordt vanzelf ook ‘wereldliteratuur’.

Maar bestaat er werkelijk een samenhangende wereldliteratuur die de nationale culturen overstijgt? Lezend in The Novel zou je denken van wel. Het is een enorm tweedelig werk (de oorspronkelijke Italiaanse versie, Il romanzo bestond zelfs uit vijf delen) met artikelen van honderd literatuurwetenschappers uit de hele wereld, die de roman vanuit wereldwijd perspectief beschouwen. Het project is een initiatief van de spraakmakende Italiaanse literatuurwetenschapper Franco Moretti.

Sommige romans blijken zozeer ‘wereldliteratuur’ te zijn, dat ze in hun eigen land niet worden gelezen. Vandaar dat Eileen Julien het in haar artikel heeft over de ‘extroverte’ Afrikaanse roman. Ze komt daarin tot de onverwachte conclusie dat de beroemdste Afrikaanse romans niet werden gelezen, geschreven of zelfs maar uitgegeven in Afrika. Auteurs als Chinua Achebe of Ben Okri waren vooral populair vanuit Europees perspectief. Lokaal las men eerder op de markt gestencilde detectives of liefdesverhalen, maar vanuit ons ‘esthetisch eurocentrisme’ zijn die niet van belang. Dat blijkt, schrijft Meenakshi Mukherjee in een ander essay in The Novel, nu nog steeds te gelden voor Indiase romans. Alleen de auteurs die in het Engels schrijven hebben succes op de wereldmarkt, die in de Indiase talen zijn geschreven, halen die markt zelden.

Julien en Mukherjee zijn niet de enigen die het tegen wil en dank toch over Europa hebben, terwijl hun onderwerp elders lag. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor een mooi stuk van Abdelfattah Kilito over de eerste moderne Arabische roman, Al-Saq ‘ala al-saq fim a huwa al-Faryaq. De auteur van deze roman waarvan de titel onvertaalbaar zou zijn, de Libanese dichter Shidyaq, ondernam een dappere maar mislukte poging tot het leggen van een contact tussen twee culturen. Hij kwam naar Europa en schreef daar klassieke islamitische lofdichten, op koningin Victoria, en daarna nog twee op Napoleon III. Noch door het hof van Londen, noch door dat van Parijs, werd hij beloond. Hij werd zelfs niet bedankt. In Europa richtte men zich niet meer op de vorst, maar op de lezer. Aan dat debacle hebben we wel de eerste moderne Arabische roman te danken, die Shidyaq toen maar ging schrijven. Ook zijn roman blijkt op de moderne Europese romanvorm geïnspireerd, volgens Kilito omdat de schrijver alleen zo over de verhouding tot Europa kon spreken. Dus ook hier komt een van de artikelen die literatuur moeten benadrukken als ‘global literary system’ weer uit bij Europa.

Het is dat eurocentrisme waar The Novel juist vanaf wil: hier gaat het over wereldliteratuur en dus staan er ook artikelen in over romans uit de hele wereld: van Guadeloupe tot Japan. Ook de Max Havelaar wordt besproken (door Benedict Anderson). Overigens is de Nederlandse literatuur niet de enige die hier door een Amerikaan wordt besproken. Ook andere bijdragen over nationale culturen komen meestal uit de Verenigde Staten, zoals die over China, Japan, Nigeria of Rusland. De ironie wil dat uit de oorspronkelijke, Italiaanse uitgave van The Novel vooral de internationale bijdragen werden weggelaten door de Amerikaanse uitgever. Het Amerikaanse idee van wereldliteratuur is blijkbaar net zo eenzijdig als het Amerikaanse idee van wereldvrede.

Madame Bovary

Franco Moretti heeft het in zijn eigen bijdrage aan The Novel over ‘fillers’: elementen van het verhaal die geen cruciale wending geven, maar gewoon het leven van alledag beschrijven. Het nieuwe aan de 19de- eeuwse roman is volgens Moretti dat deze fillers steeds meer ruimte kregen: ‘De achtergrond verovert de voorgrond’. Zo wordt, bijvoorbeeld in Madame Bovary, de afwezigheid van gebeurtenissen tot het onderwerp, namelijk hoe evenementloos en grauw het leven is. Fillers en beschrijvingen wonnen aan belang omdat het doel van de roman volgens Moretti was: ‘de geschiedenis pas op de plaats te laten maken’. Dat was weer een poging om een compromis te zoeken tussen de twee elkaar beconcurrerende ideologieën van die eeuw: het dynamische liberalisme van de bourgeoisie en het conservatisme.

Uitgangspunt van The Novel is dat de roman niet alleen een kunstwerk is, maar ook een handelsartikel. Die gedachte is niet bepaald nieuw, maar wat wel nieuw is dat beide benaderingswijzen van literatuur in één boek een plaats krijgen. Al zijn ze twee benaderingen van literatuur hier nog wel verdeeld over twee verschillende banden: het eerste deel van The Novel gaat over ‘buitenkant’ van de roman (‘geschiedenis, geografie en cultuur’), het tweede behandelt de ‘binnenkant’ van de roman (‘vormen en thema’s’). De kracht schuilt in de dubbele benadering, het samengaan van ‘distant’ en ‘close’ reading, van externe, maatschappelijke factoren en interne, literaire criteria.

Moretti, die de redactie voerde over dit project, is een Italiaanse literatuurwetenschapper die al jaren aan universiteiten in de Verenigde Staten werkt. Door provocerende uitspraken op weblogs en in interviews, heeft Moretti de nodige aandacht op zich weten te vestigen. Individuele teksten lezen is volgens Moretti net zo irrelevant voor de literatuurwetenschap, als het bestuderen van een baksteen is voor het beschrijven van een gebouw.

Waar het hem om gaat is kwantitatieve analyse in plaats van kwalitatieve. Tellen in plaats van interpreteren. Hoe hij dat voor zich ziet, bewijst een stuk in The Novel van Nathalie Ferrand over SATOR, een wereldwijde database van klassieke romantopoi, begonnen in Parijs lang vóór het internettijdperk maar inmiddels online beschikbaar voor iedereen. Wie bijvoorbeeld wil weten in welke romans een topos als ‘het afluisteren van een gesprek’ voorkomt, hoeft maar te zoeken op www.satorbase.org. Die database benadert het ideaal dat Moretti voor ogen heeft: internationale samenwerking, een onderwerp dat tegelijk kleiner én groter is dan de individuele tekst of de nationale literatuur, en als resultaat ‘een grote massa feiten’, beschikbaar voor iedere onderzoeker. Gelukkig moet je, om zulke gemeenschappelijke romankenmerken op het spoor te komen, wel degelijk eerst goed lezen en interpreteren. Zonder bakstenen ten slotte geen gebouw.

Sherlock Holmes

Maar het is wel de vraag of je door het op die manier isoleren en internationaliseren van romankenmerken niet teveel abstraheert van het unieke van ieder literair werk. Om nog maar te zwijgen van de sociologische benadering, waarin romans ‘boeken’ worden als alle anderen. Dat het ‘unieke’ geen factor is die je kan negeren in de literatuurwetenschap, bewijst Moretti's eigen poging om het succes van Sherlock Holmes te verklaren. Waarom overleefden de Sherlock Holmes-romans de tijd wél en andere detectives niet? Moretti zoekt de verklaring bij een ‘mechanisme’; in dit geval het vernuftige gebruik dat Doyle maakte van ‘clues’ om het verhaal voort te stuwen. Maar erg bevredigend is die verklaring niet. Er is in de literatuur nu eenmaal een je-ne-sais-quoi, een ‘literairheid’ die geen plaats krijgt in Moretti’s wijze van literatuurwetenschap bedrijven.

Moretti’s meest recente boek, Graphs, Maps, Trees (waarin ook het Sherlock Holmes-voorbeeld voorkomt) valt te lezen als een manifest waarin hij de literatuurwetenschap een nieuwe wending wil geven. Die moet ‘rationeler’ worden. Moretti wil uitzoomen, weg van de individuele tekst, weg zelfs van de nationale literatuur, en gebruik maken van ‘Relaties. Structuren. Vormen. Modellen’.

Dat doet het ergste vrezen, maar uit de concrete voorbeelden blijkt dat het reuze meevalt. De literaire tekst speelt nog wel degelijk een rol in Moretti’s aanpak. Hij blijkt zelfs een gedreven en deskundige lezer van 19de-eeuwse auteurs als Dickens, Austen en Balzac. Het verschil is dat hij deze boeken niet leest op het niveau van het verhaal of de stijl, maar op geografisch en sociaal niveau, en dat hij daarbij uitgaat van kaarten. Zo gebruikte hij in een eerder boek, de Atlas of the European Novel, de kaart van Engeland om meer zicht te krijgen op de sociale patronen in de romans van Jane Austen. Op één kaartje tekende hij bijvoorbeeld waar die romans beginnen en eindigen. De conclusie luidt dat het huwelijk bij Austen gelijkstaat aan ‘sociale mobiliteit’: leden van lokale families gaan door te trouwen deel uitmaken van een nationale elite. Zo onthult de kaart een verband tussen het verhaal en ‘de geo-politieke werkelijkheid van de natie-staat’, en blijkt Austens kracht gedeeltelijk te schuilen in het feit dat zij de natie ‘ontdekte’ als romanruimte. Weer een andere kaart demonstreert dat alle slechteriken in Britse romans uit het buitenland komen, en dan vooral uit Frankrijk: ‘het epicentrum van het kwaad’.

Voor Franco Moretti, die achttien was in het revolutionaire jaar 1968, en wiens opleiding is gedrenkt in marxistische literatuurtheorie, is er altijd een verband tussen de innerlijke, tekstuele factoren van een boek en de externe, maatschappelijke factoren: ‘Dat is het gebruikelijke, en uiteindelijk enige onderwerp van literatuurgeschiedenis: maatschappij, retorica, en hun interactie’. Moretti’s kaarten, grafieken en diagrammen hebben dan ook veelal betrekking op de sociale functie van literatuur. Balzacs Comédie Humaine bijvoorbeeld en de complexe sociale verhoudingen daarin, staan in nauw verband met de bewegingen van zijn personages door de stad Parijs. In plaats van de ‘binaire’ tegenstellingen (arm-rijk) in het Londen van Dickens, valt er van Balzacs Parijs een ‘poly-centrische’ kaart te tekenen, en dat is de kracht van zijn romans.

Wanneer je Moretti leest, gaan je vingers jeuken om zelf aan de slag te gaan met dergelijke kaartjes. Klopt het ook voor Nederland dat ieder genre een eigen ruimte heeft, zoals Moretti claimt? Spelen onze historische romans zich ook ver van het centrum af? Het voorbeeld van Van Lennep, dat Moretti noemt, doet denken van wel. En wat zou er bijvoorbeeld gebeuren als je alle locaties van Van der Heijdens De tandeloze tijd zou optekenen in een kaart van Nederland? Zou je lijnen blootleggen tussen de steden en de personages die daarin wonen, die je al lezend over het hoofd ziet?

Balzac

Dat laatste is natuurlijk de vraag. Voegen de kaartjes van Moretti wel iets toe? Kunnen zijn analyses van de sociale patronen bij Balzac of Austen het niet zonder kaarten stellen? Een béétje literatuurwetenschapper trekt de lijnen door Parijs of Londen die Moretti optekent, ook wel in zijn hoofd. Dat bezwaar geldt nog sterker waar het niet gaat om de ruimte van de roman, maar ‘de roman in de ruimte’, zoals Moretti de tweede tak van zijn onderzoek noemt. Daarbij gaat het hem om de plaats die de roman inneemt in de wereld. Hoe is het gesteld met de concrete verspreiding van literatuur? Welke boeken bezaten de 19de-eeuwse plattelandsbibliotheken bijvoorbeeld? Het is leuk dat Moretti kaarten, grafieken en diagrammen gebruikt bij dit onderzoek, maar dat maakt de vragen die hij stelt niet nieuw. Hij bouwt veelal voort op bestaand literatuursociologsich onderzoek

Wat wel nieuw is, is de schwung waarmee Moretti zijn ideeën brengt en de manier waarop hij onderzoeksresultaten van over de hele wereld samenbrengt. Die synthese levert echt iets op, bijvoorbeeld waar hij de groei van de roman in Engeland, Japan, Italië, Spanje en Nigeria vergelijkt. De toename van het aantal nieuwe romans blijkt in al die landen een exact gelijke curve te vertonen. Daarmee blijkt dat het bestaan van wereldliteratuur misschien moeilijk te bewijzen is, maar dat een wereldboekenmarkt allang een feit is.

Overigens verhult Moretti bij dit soort voorbeelden niet dat hij voor de gegevens afhankelijk is van onderzoek van anderen. Aan dat ploeterwerk, vaak op de vierkante millimeter gaf Moretti de ruimte in zijn mammoetproject The Novel, waarin naast veelomvattende essays minutieuze statistische analyses zijn opgenomen. Het motto van The Novel is dat ‘plezier en kritiek samen moeten gaan’, en dat is wonderbaarlijk goed gelukt. Het boek is niet alleen een studie van de roman geworden, maar haast een viering ervan. Misschien nog niet helemaal over wereldliteratuur, maar wel over literatuur uit de hele wereld.