In spoed bijeen over de shari’a

De Kamer debatteerde vanochtend met minister Donner over de shari’a. „U maakt er een theoretisch debat van. Daar begrijpen mensen op straat niets van.”

In de Somalische hoofdstad Mogadishu krijgt een man in het openbaar veertig zweepslagen, omdat hij alcohol gedronken heeft. De shari’a wordt in islamitische landen heel verschillend geïnterpreteerd. Foto Reuters A man accused in the Northern Mogadishu Sharia court of drinking is given 40 lashes by a judge Jan l5 while passersby look on. Sharia law, implemented in certain parts of Mogadishu, has served to bring down levels of lawlessness in a country which collapsed into anarchy four years ago
In de Somalische hoofdstad Mogadishu krijgt een man in het openbaar veertig zweepslagen, omdat hij alcohol gedronken heeft. De shari’a wordt in islamitische landen heel verschillend geïnterpreteerd. Foto Reuters A man accused in the Northern Mogadishu Sharia court of drinking is given 40 lashes by a judge Jan l5 while passersby look on. Sharia law, implemented in certain parts of Mogadishu, has served to bring down levels of lawlessness in a country which collapsed into anarchy four years ago REUTERS

Den Haag, 14 sept. - Het debat over de islam leek even van de politieke agenda verdwenen. De polarisatie was weg, voorspelde socioloog Dick Pels dit weekend nog in deze krant. „Je moet met een lampje zoeken om het woord islam te vinden.”

Maar vijf dagen later was de radicale islam weer onderwerp van een fel debat in de Tweede Kamer met minister Piet Hein Donner (Justitie, CDA). De Kamer riep Donner vandaag ter verantwoording over zijn uitlatingen in het boek Het land van haat en nijd van Max van Weezel en Margalith Kleijwegt. Zo zie je maar weer, zei Boris van der Ham (D66). „De crisistoon in het integratiedebat is zo weer terug.”

Donner had in het boek geopperd dat, als tweederde van de bevolking dat wil, de islamitische shari’a in Nederland ingevoerd zou kunnen worden. Dat is, zo zei Donner in het boek, „de essentie van democratie”. De uitspraak leidde tot grote onrust. Donner kreeg, zo zei hij, talloze woedende e-mails in bewoordingen waarmee vergeleken de de termen die „wij in de Tweede Kamer” gebruiken ‘zacht uitgedrukt’ zouden worden genoemd.

Maar ook in de Kamer was veel zware kritiek. Het debat over de shari’a werd een debat over de grenzen van democratie, en over het verschil tussen een minister en een staatsrechtgeleerde. Geert Wilders eiste van Donner dat hij zijn uitspraken terugnam. Hij „viel van zijn stoel van verbijstering”. „De shari’a betekent het einde van de democratie, ook als elf miljoen mensen dat willen.” Een meerderheid van de Kamer deelde de ergernis van Wilders.

Donner verdedigde zich door een verschil te maken tussen de politieke en de maatschappelijke onrust na zijn uitspraken. Dat mensen boos zijn, „betreurde” hij. Woorden „zijn nooit onschuldig”. Maar in tegenstelling tot geschrokken burgers kan de Kamer weinig tegen zijn uitspraken hebben. Die vindt zelf immers óók dat partijen die onvermijdelijk leiden tot het rechtvaardigen van nu strafbare feiten niet strafbaar zijn. De CDA-fractie had dit vorig jaar in een notitie bepleit, maar het plan kreeg geen weerklank in de Kamer.

„U maakt er een theoretisch debat van. Daar begrijpen de mensen op straat niets van”, zei Kamerlid Anouchka van Miltenburg. Haar collega Mat Herben (LPF): „In de krant staat: Donner vindt dat shari’a moet kunnen. De krantenkoppen blijven hangen.” En Wilders, die het debat had aangevraagd, noemde het „onbegrijpelijk” dat Donner „nog steeds niet het einde van het democratisch proces uitsluit”. Hij dreigde het vertrouwen in de minister op te zeggen.

Donner verweerde zich door te zeggen dat hij „vertrouwen heeft in het gezond verstand van mensen”. „Na 1945 hebben we tientallen jaren geleefd met een communistische partij. We geloofden ook dat als die aan de macht kwamen, dat het einde van onze democratie zou betekenen. En toch hebben we die partij niet verboden.” De democratie is, zo wilde hij zeggen, sterk genoeg om een plek te geven aan radicale partijen.

Donner had al laten weten dat zijn uitlating ‘een louter theoretische gedachteoefening’ betrof. Hij betreurde misverstanden daarover. Hij herhaalde dat vandaag in de Kamer. Sybrand Van Haersma Buma (CDA) nam afstand van zijn partijgenoot. [Vervolg SHARI'A pagina 3]

SHARI'A

‘Donner is beetje wild gaan brainstormen’

[Vervolg van pagina 1] Volgens hem is er „in onze samenleving geen plaats voor partijen waarvan de ideeën onvermijdelijk leiden tot strafbare feiten of ertoe leiden dat onze democratische rechtsorde terzijde wordt geschoven”. Van Haersma Buma bepleitte nogmaals een verbod op politieke partijen die shari’a-wetgeving bepleiten, of op bijvoorbeeld de Partij voor Naastenliefde, Vrijheid en Diversiteit, ook wel de pedopartij genoemd. Maar het CDA kreeg die meerderheid opnieuw niet achter zich.

Woordvoerders van PvdA, D66, VVD, SP en ChristenUnie lieten meteen weten dat zij er niets voor voelen om nu over dergelijke vergaande maatregelen te beslissen. „Een defaitistische houding”, noemde Anouchka Van Miltenburg (VVD) dat pleidooi. „Denken dat je het geregeld hebt als het maar in de wet hebt staan.”

„Loze woorden”, aldus fractievoorzitter Rouvoet (ChristenUnie). „Zo spreken we te gemakkelijk over het ontnemen van grondrechten. Ik wil best op zoek naar grenzen van wat wel of niet mogelijk is, maar niet op deze manier en op stel en sprong. Want waar leg je de grenzen van wat wel of niet aantasting van de rechtsorde is?” En Boris van der Ham (D66) verwees naar de Belgische praktijk, waar het Vlaams Blok verboden werd, maar onder een andere naam weer een machtsfactor van betekenis is. „Het effect is omgekeerd, je moet opvattingen bestrijden, niet onder tegels willen leggen.”

Gisteren veroordeelden alle fracties de uitlating van Donner, constateerde Van Haersma Buma. „Maar vandaag wordt die opvatting door fracties die tegen het CDA-voorstel zijn, onuitgesproken gedeeld.” Dat bleek niet uit de bijdragen van fracties die het CDA-voorstel afwezen. Donner heeft de toch al levende spanningen in de samenleving aangewakkerd, betoogde Jeroen Dijsselbloem (PvdA) „De overgrote meerderheid van de moslims in Nederland willen de shari’a helemaal niet invoeren, maar worden nu wel in de positie gebracht dat zij zich moeten verdedigen.” Van der Ham: „De minister is een beetje wild aan het brainstormen geslagen.”

Rouvoet, vaak een bondgenoot van Donner in staatsrechtelijke kwesties, zei dat hij „de minister de laatste tijd een beetje kwijtgeraakt is”. Hij bekritiseerde Donner over zijn opvatting dat als een meerderheid ergens voorstander van is, zij dan ook gelijk krijgt. „Meerderheidsbesluitvorming is een aspect van het democratisch proces, maar niet de essentie.” Wilders eiste dat Donner zijn uitlatingen intrekt. „Invoering van de shari’a is geen onderdeel van de democratie, maar het einde ervan.”