Drie uur kun je je monnik voelen

Into the Great Silence. Regie: Philip Gröning. In: 14 bioscopen.

In deze krant hebben twee interviews gestaan met een vrouw die wel eens in een klooster wilde wonen. Voordat ze toetrad zei ze: „Ik vind dat monastieke leven zo mooi, en ik bewonder de mensen zo die het leiden.” Toen ze na drie jaar alweer uittrad zei ze: „Ik ben weer helemaal into de schoenen en jurkjes. Ik heb er de pest over in dat het zo is, maar ja. Je moet vrede hebben met je eigen tekortkomingen.”

Voor mensen die gefascineerd zijn door de rust en contemplatie die het kloosterleven belooft, is er nu een minder verstrekkende manier om kennis te maken met de kloosterwereld. Ze kunnen de drie uur durende documentaire Into the great silence ondergaan.

Stil is het zeker in het klooster der kartuizers in de bergen bij Grenoble. Het enige geluid dat je hoort is dat van de kerkklokken, het geschuifel van voeten door de gang, het ruisen van de pijen, het zoemen van de tondeuse en houten deuren die open en dicht gaan. Je kunt de sneeuw horen vallen.

De Duitse filmer Philip Gröning vroeg in 1984 of hij met de camera het klooster in mocht. Nog niet, was het antwoord, misschien over een jaar of twaalf. Zestien jaar later kreeg hij bericht dat het mocht. Hij filmde vier maanden lang de broeders die zichzelf „de nederigste dienaren van God” noemen voor zij de zwijggelofte afleggen en dan niet meer praten, behalve op hun zondagse wandelingetje na het noenmaal.

Het resultaat is een documentaire die volgens de publiciteitscampagne „een meditatie over het leven” is. We hoeven niet te weten wie kartuizers zijn. We moeten ons gedurende die drie uur zelf een beetje kartuizer gaan voelen. De herhaling brengt de handelingen dichtbij, het luiden van de klok, het uitdelen van voedselpannetjes, het scheren, het wassen van de pijen, houthakken – het voelt ten slotte alsof je zelf corvee hebt.

Het klopt dat de film je eigen gedachten in gang zet, in plaats van dat hij de gedachten van de regisseur opdringt. Dat is een verdienste en een tekortkoming. Gröning heeft weinig vorm aan zijn mooie beelden gegeven. Er is geen ander kader dan de muren van het klooster, maar goed, hij heeft dan ook geen andere bedoeling dan ‘stilte, repetitie, ritme’ te laten zien.

Ik kon bij het zien van de minutenlange shots van biddende of lezende monniken in hun houten cel, een associatie aan de huiskamerdevotie van de Hofstadgroep niet onderdrukken. Als die kale monnik met zijn grauwe pij en zijn bijbel een baardige jongen met een djellaba en de koran was geweest, had je dan ook een gevoel van verstilling ervaren? Of krijg je dan de neiging de AIVD te bellen?