Weekboek 36

Uitgevers krijgen Arabische boeken niet vertaald

Al maanden zoekt uitgeverij De Geus naar vertalers voor een tweetal Arabische boeken, Erfgoed van Sahar Khalifa en Afwezig van Betool Khedairi. Tevergeefs. Vertalers Arabisch kunnen niet rondkomen en gaan ander werk zoeken. Uitgever/directeur Eric Visser van de Geus: „Het is een taal waar weinig vraag naar is. Voor vertalers Arabisch is in andere circuits is wel een goede boterham te verdienen, zoals justitie of onderwijs.” Djûke Poppinga, veel gevraagd vertaler Arabisch, werkt drie dagen in de week op een school om rond te komen. „Arabisch vergt veel van een vertaler. De ene keer vertaal ik een Libanees boek, de andere keer een Egyptisch.” Volgens haar leidt het onzekere bestaan van vertalers tot ‘boekenverarming’. „Uitgevers kunnen de taal niet lezen, om te besluiten welke boeken ze willen uitgeven. En mij ontbreekt het aan tijd om te lezen, om te speuren naar goede nieuwe boeken. Ondertussen wordt aan de Nederlandse universiteiten geen aandacht besteed aan moderne Arabische literatuur. Zo blijven we altijd in dezelfde pot roeren.” Joost van Schendel van uitgeverij Bulaaq, gespecialiseerd in Arabische boeken: „In de jaren ’70 en ’80 zijn uitgevers systematisch Latijns-Amerikaanse literatuur gaan vertalen. Die heeft nu een vanzelfsprekende positie verworven. Dat is met de Arabische literatuur helaas niet gebeurd.”

De verarming is niet alleen een probleem bij de Arabische boeken. Elbrich Fennema, journalist en vertaler Japans, is samen met Jacques Westerhoven de vaste vertaler van Haruki Murakami voor uitgeverij Atlas. „De meeste Japanse boeken komen via het Engels naar het Nederlands. Toevallig eist Murakami via zijn contracten dat hij direct wordt vertaald.”

Volgens Van Schendel gloort er hoop: het Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds (NLPVF) heeft de opdracht gekregen literatuur uit landen van minderheden te subsidiëren.

Vogelaars Kleine kampbibliotheek blijft klein

Deze week werd bekend dat schrijver en criticus Jacq Vogelaar op 14 december de Jan Campert-prijs voor zijn gehele oeuvre krijgt. Vogelaar wordt alom geprezen voor zijn super-essay Over kampliteratuur (De Bezige Bij), een uitgebreide zoektocht naar de literaire verwerking van Duitse en Russische kampervaringen. Over kampliteratuur was aanvankelijk bedoeld als begeleidend stuk bij een reeks boeken uit Vogelaars ‘kleine kampbibliotheek’, waarvan hij vond dat ze in Nederland gelezen moesten worden. In een interview met het Eindhovens Dagblad meldde Vogelaar dat De Bezige Bij die reeks inmiddels „om duistere redenen had stopgezet”.

Volgens een woordvoerder van De Bezige Bij is er sprake van een misverstand: de uitgeverij was nooit van plan om de reeks stop te zetten. Maar de aanvankelijke doelstelling van meerdere boeken per jaar bleek te ambitieus. „Het zijn titels voor een klein publiek, waarvan je er niet al te veel per jaar kunt uitgeven.” Er zal vanaf nu slechts één titel per jaar uitkomen. Over vier weken verschijnt De handschoen en andere verhalen van Varlam Sjalamov. Vorig jaar bracht de uitgeverij Een wereld apart van Gustav Herling uit. Vogelaar laat per email weten: „In een bescheiden tempo is er een reeks die voortgaat, daarmee is alles gezegd.”