Verkiezingsprogramma’s vol financiële kunstjes

In hun verkiezingsprogramma’s halen de partijen slimme financiële trucs uit. Maar bijvoorbeeld een besparing van twee miljard bij de PvdA is bij voorbaat al verdampt.

En weer schuiven de politieke partijen met miljarden alsof het fiches in het casino zijn. De ontwerpverkiezingsprogramma’s die de partijen de afgelopen dagen hebben gepubliceerd, vertonen veel verschillen en één opmerkelijke gelijkenis: het recordbedrag aan ombuigingen van het kabinet-Balkenende II wordt de komende kabinetsperiode vrijwel zeker geëvenaard.

De verschuivingen vloeien voort uit prioriteiten en accenten. De ‘linkse’ partijen – PvdA, SP, GroenLinks – en de ChristenUnie bezuinigen aan de ene kant om aan de andere kant meer uit te geven aan nieuw beleid, zorg en sociale zekerheid. Ze leggen ook meer nadruk op draagkracht en herverdeling van inkomen. De VVD bezuinigt ten behoeve van lastenverlichting, D66 en de ChristenUnie in mindere mate eveneens. Het CDA belooft geen lastenverlichting, maar houdt alles zo veel mogelijk bij het oude.

Opmerkelijke verschillen zijn er wel bij de wijze van financiering van extra uitgaven. De voormalige coalitiepartijen CDA, VVD en D66 alsmede de ChristenUnie rekenen zich alvast rijk met 6,5 miljard euro, het bedrag dat volgens berekeningen van het Centraal Planbureau (CPB) bij ongewijzigd beleid tot 2011 automatisch beschikbaar komt dankzij de economische groei. Dit is bijvoorbeeld te danken aan oplopende belasting- en premie-inkomsten, omdat mensen met een stijgend inkomen in een hoger belastingtarief terecht komen of toeslagen kwijtraken.

Aanvankelijk had het CPB berekend dat dit bedrag van 6,5 miljard precies genoeg zou zijn om in 2011 de overheidsfinanciën in evenwicht te brengen. Maar het ziet er naar uit dat dit jaar het saldo van alle publieke uitgaven (rijksbegroting, sociale zekerheid en zorg) op nul en volgend jaar licht in de plus zal uitkomen. Daarom heeft het planbureau onlangs in een briefje aan de politieke partijen laten weten dat er extra financiële ruimte beschikbaar komt van enige miljarden.

CDA, VVD, D66 en ChristenUnie hebben de 6,5 miljard euro uit de autonome groei meteen in hun zak gestoken en ingeboekt voor de dekking van hun prioriteiten. Zo gebruiken het CDA en de ChristenUnie dit bedrag om de staatsschuld versneld af te lossen (en dus een hoger overschot op de overheidsfinanciën te bereiken in 2011) en gebruiken VVD en D66 een deel ervan voor extra aflossingen en extra lastenverlichting.

De PvdA en GroenLinks halen een ander financieel kunstje uit. Het CPB hanteert in het zogenoemde behoedzame scenario een gemiddelde groei van 1,75 procent voor de komende kabinetsperiode. Het is een stilzwijgende afspraak dat alle partijen uitgaan van dit groeipercentage anders zijn vergelijkingen lastig. Als de groei in de praktijk hoger uitvalt, kan het kabinet dan een ‘meevaller’ tegemoet zien. Zo heeft minister Zalm in het verleden vaak ‘meevallers’ geboekt omdat de groei hoger was dan het behoedzame CPB-scenario.

Dit was PvdA en GroenLinks een doorn in het oog en ze wijken van het behoedzame CPB-percentage af. Door van een kwart procentpunt hogere gemiddelde groei (2 procent) uit te gaan hebben deze partijen over de hele kabinetsperiode zo’n 5 miljard euro méér financiële ruimte. De PvdA gebruikt dit deels voor extra staatsschuldaflossing, bij GroenLinks gaat het naar extra uitgaven.

Aan de kant van de ‘ombuigingen’ doen zich ook opmerkelijke verschillen voor. ‘Links’ (PvdA, GroenLinks, SP) bezuinigt nauwelijks op de zorg en de sociale zekerheid. Die collectieve stelsels houden ze in stand. Des te meer geld halen ze weg bij andere collectieve uitgaven – variërend van minder geld voor defensie tot afschaffing van de waterschappen. Vaak ook volgens het ‘rechtse’ thema van minder bureaucratie.

Dat laatste is in het geval van de PvdA bijzonder: nog maar een half jaar geleden hield PvdA-leider Bos een pleidooi voor een ‘brede overheid’, een omvangrijk overheidsapparaat naar Scandinavisch model. Dit model heeft afgedaan bij de PvdA, de verwijzing naar de Scandinavische landen is uit de teksten verdwenen en de partij zet in op miljarden besparingen door afslanking van de overheidbureaucratie.

CDA en VVD bezuinigen minder op bestaand beleid en bureaucratie. Het CDA is sowieso het minst geneigd tot drastische maatregelen en verschilt bijvoorbeeld van de VVD wat betreft lastenverlichting. Het CDA trekt daar geen geld voor uit, terwijl de liberalen met een voorgestelde daling van alle tarieven in de loon- en inkomstenbelasting met 3 procentpunt (D66: 2 procentpunt) de kampioenen van de lastenverlichting zijn.

Bij de financiële dekking rekent de PvdA op een beperking van de (door het huidige kabinet) voorgestelde verlaging van de winstbelasting voor bedrijven. Hiermee bespaart de PvdA twee miljard euro. Maar de verlaging van de winstbelasting zal hoogstwaarschijnlijk vóór de verkiezingen door de Tweede Kamer zijn aangenomen en terugdraaiing is onwaarschijnlijk. Hiermee is deze besparing verdampt.