‘Venetië sterft aan het toerisme’

Venetië beleeft zijn jaarlijkse topweek: filmfestival! Maar achter de façade van glamour en toerisme wordt de stad ernstig bedreigd door aanhoudende leegloop. ‘We lopen het risico een soort Disneyland te worden’, zucht wethouder Rumiz.

Het San Marco-plein in Venetië. Dagelijks trekt de stad vijftigduizend bezoekers. Foto Leo van Velzen, NRC Handelsblad
Het San Marco-plein in Venetië. Dagelijks trekt de stad vijftigduizend bezoekers. Foto Leo van Velzen, NRC Handelsblad Velzen, Leo van

Catherine Deneuve, Paul Verhoeven, Meryl Streep en Sting warmen zich aan flitslichten langs de rode loper van het filmfestival. De bruggen, kades en balkons aan Canal Grande stromen vol voor de historische regatta, de race tussen gondeliers. De Architectuur Biennale en een groot aantal nieuwe kunsttentoonstellingen openen hun deuren. Het is weer begin september. Venetië beleeft zijn jaarlijkse topweek.

Maar toch luidt wethouder Mara Rumiz van Volkshuisvesting de noodklok. Venetië, de stad die jaarlijks 18 miljoen toeristen ontvangt (50.000 per dag), loopt leeg! Waren er tijdens de grote overstroming van 1966 nog 121.000 inwoners, nu slechts de helft: 62.000. Alleen al in 2005 verlieten 1.918 Venetianen de oude stad. „Het aftellen is begonnen. Als het zo doorgaat, kan de laatste inwoner in 2030 het licht uit doen”, zo citeerde dagblad la Repubblica twee weken geleden een gemeenteambtenaar.

Wanneer de dagtoeristen ’s avonds de trein of bus weer nemen, blijft een stad achter waar nog maar weinig ramen verlicht zijn. Wethouder Rumiz spreekt zelfs van een „noodtoestand”, als ze ontvangt in het stadhuis dat al net zo’n labyrint is als Venetië zelf: „We willen niet enkel een kunststad zijn, een stad die het risico loopt een soort Disneyland te worden. Maar nu al hebben we eigenlijk te weinig inwoners om Venetië nog een normale stad te noemen.”

Het huidige aantal Venetianen geeft de stad volgens haar „te weinig kritische massa” om de buurtwinkels, maar ook de scholen, kades, vuilnisdiensten en andere publieke voorzieningen in stand te houden. „Groenteboeren, bakkers, slagers, en ambachtelijke winkels sluiten en worden heropend als souvenirwinkels waar maskers en gondels worden verkocht die niet eens in Venetië worden gemaakt. Woningen gaan over in handen van buitenlanders en rijke Italianen die er maar vijftien dagen per jaar zijn. Steeds meer appartementen worden verhuurd aan toeristen, terwijl gewone Venetianen de huur niet meer kunnen opbrengen, geen huis meer kunnen kopen of het zat zijn om tussen de toeristen te wonen.”

Rumiz wil op zoek naar nieuwe bewoners die het hele jaar in Venetië willen wonen. „Dat is ook in het belang van de toeristen. Die willen behalve de musea, de grachten en de mooie façades ook het echte leven zien.”

Wie je er op de vaporetto, de waterbus, ook naar vraagt, het probleem leeft alom, zo blijkt. Een gemeenteambtenaar klaagt dat zijn huisbaas na acht jaar de huur heeft opgezegd, omdat hij het huis aan toeristen wil verhuren. Een ondernemer vertelt dat het allemaal de schuld is van de gemeente zelf, die de verhuur van appartementen aan toeristen enkele jaren geleden heeft vrijgegeven. Hierdoor verdubbelde de waarde van de huizen in vier jaar.”

Groenteboer Matteo in de volkswijk Castello wil blijven, maar veel van zijn vrienden zagen zich gedwongen te vertrekken naar het ‘vasteland’, de stad Mestre die ook deel uitmaakt van Venetië, en waar huur- en koopwoningen half zo duur zijn. „Ze wilden niet weg uit Venetië, maar ze konden het gewoon niet betalen.”

Uit een net gepubliceerd rapport van de afdeling Volkshuisvesting van de gemeente blijkt dat de gemiddelde huur op de vrije markt in Venetië in vijf jaar 45 procent is gestegen en al 1.500 euro per maand bedraagt. Wie een appartement van 80 vierkante meter wil kopen moet al gauw 400.000 euro neertellen en in de buurt van het San Marco-plein zelfs meer dan 700.000 euro.

„Een onderwijzer of ambtenaar kan hier geen huis meer kopen”, zegt wethouder Rumiz. Venetië dreigt volgens haar een stad te worden voor de extreem rijken en voor de armen die door de gemeente worden beschermd met goedkope volkswoningen. Ze erkent dat alle steden te maken hebben met leegloop van hun centra, „maar Venetië is één groot centrum – als dat leegloopt verliest de stad haar karakter’’.

Behalve de hoge prijzen is ook de alles platwalsende stroom toeristen voor sommigen een reden om te vertrekken. Zelfs buitenlanders die twintig jaar geleden in Venetië kwamen wonen, vinden dat het de laatste vijf jaar onverdraaglijk is geworden. De Amerikaanse schrijfster Donna Leon zegt dat veel van haar vrienden na half elf ’s ochtends de stad niet meer ingaan en zich in hun huizen opsluiten tot na tien uur ’s avonds. „We worden hier een soort Dracula’s die ’s nachts uit hun kisten komen als de toeristen op bed liggen of alweer de trein hebben genomen naar een volgende bestemming. Ik begrijp de mensen niet die nu nog een huis in Venetië willen kopen.”

Toch blijft de stad in trek. Italiaanse sterren, maar ook Elton John hebben er een pand en naar verluidt zou Madonna op zoek zijn. In de afgelopen vijf jaar groeide het aantal buitenlandse inwoners van vijf- naar vijftienduizend, maar zij verblijven er maar weinig.

Wie in Venetië wil overleven moet geld en tijd hebben en accepteren dat hij geen auto kan rijden. Volgens de uitbaatster van familiehotel Locanda Sant’Anna willen jongeren tegenwoordig meer comfort, zoals een auto voor hun deur. „Daarom zijn ze naar Mestre en elders in Noord-Italië vertrokken.”

Wethouder Rumiz ziet dit ook. En dat terwijl alle grote steden het concept Venetië kopiëren. Hier zijn we alles te voet blijven doen. Elders creëert men voetgangersgebieden. Hier ontmoeten we elkaar op de campi, de pleinen, elders haalt men auto’s van de pleinen af om hetzelfde te realiseren.”

Op zoek naar geld om de stad levend te houden en mensen uit de middenklassen naar Venetië te lokken, oordeelt Rumiz kritisch over de aanleg van de bijna vier miljard euro kostende grote mobiele dam voor Venetië, die de langzaam zakkende stad tegen het stijgende water moet gaan beschermen. De regering-Berlusconi besloot tot de aanleg, maar schrapte de fondsen die de stad zelf jaarlijks kreeg voor het restaureren en beschermen van huizen en kades en het verbeteren van de waterkwaliteit. Rumiz: „We kregen tot 2003 jaarlijks 120 miljoen euro. In 2006 is daar niets meer van over. Het huidige gemeentebestuur wil dat de regering opnieuw onderzoekt of echt alle alternatieven voor die dure dam goed zijn gewogen.”

Venetië lijkt in het zwaard te vallen, waarmee het de teloorgang van de cultuurschatten wilde bestrijden: het toerisme, zo erkent de wethouder. Rumiz: „Je kunt sterven aan het toerisme, dat risico lopen we. Belangrijk is dat de stad ook andere inkomstenbronnen creëert. Anders verliest Venetië zijn karakter.”