Van de jungle en de tijger

scene uit de film I don't Want to Sleep Alone Oorspronkelijke titel: Hei Yanquan
scene uit de film I don't Want to Sleep Alone Oorspronkelijke titel: Hei Yanquan

Als je in Venetië een regisseur interviewt, krijg je er vaak ter plekke een acteur bij cadeau. Wie Darren Aranofsky wil spreken, moet ook wat aan Rachel Weisz vragen, wie Alfonso Cuarón aan tafel krijgt, wordt eerst getrakteerd op Clive Owen. In het pakket van I Don’t Want To Sleep Alone zat behalve regisseur Tsai Ming-Liang ook acteur Norman. Norman, die van de organisatie geen achternaam krijgt, bleek niet zomaar een acteur. Tot voor kort was hij zelfs helemaal geen acteur. Norman verkoopt cake op straat in Kuala Lumpur en Tsai Ming-Liang kocht wel eens een cakeje bij hem. En terwijl hij zo’n cakeje kocht, vroeg de regisseur hem voor een rol in I Don’t Want To Sleep Alone.

Het kan dus toch nog. Het romantische idee van ontdekt te worden terwijl je in de rij staat bij de bakker hoeft nog niet helemaal naar het rijk der fabelen te worden verwezen. Van de armoede rechtstreeks naar de glamour. Norman heeft geen idee waarom ‘regisseur Tsai’ juist hem verkoos boven alle andere straatverkopers in Kuala Lumpur. Nu is hij voor het eerst in het buitenland. Alles is anders in Italië, vindt Norman. De mensen en het eten. Op de vraag wat voor cakejes Norman precies verkoopt in Kuala Lumpur geeft hij geen antwoord, of wil de vertaler geen antwoord geven. Gewoon, Maleisische cakejes. Norman vertelt liever over wat hij deed voor hij cakejes verkocht. Hij was samen met zijn vader in de jungle om rotan te kappen. Af en toe zag hij een tijger.

Uit alles blijkt dat Norman dit verhaal vaker heeft verteld, dat van de jungle en van de tijger. De reactie van zijn gehoor lijkt hem nog steeds te plezieren. Goh, een tijger. En dan nu helemaal in Venetië, waar ze geen tijgers hebben en geen Maleisische cakejes. Zelfs de vertaler lijkt Norman enigszins als een curiositeit te behandelen. De journalisten weten niet goed raad met hem, gewend als ze zijn aan acteurs die sterren zijn, geen cakeverkopers. In zijn privéleven stelt niemand belang. Het is alsof de grens tussen een acteur en zijn rol daardoor nog scherper wordt. Want in I Don’t Want To Sleep Alone hebben we Norman nogal intiem bezig gezien, in de tederste en de heftigste momenten. We hebben hem zien slapen, we hebben hem zien strelen, zien moorden. Maar terwijl mensen in de donkere zaal wel met zijn personage mee kunnen leven, kunnen ze dat in het echt niet. De behandeling van Norman op het festival werpt een vals licht op films met een sociale agenda. Kennelijk gaat het gevoel voor de medemens, bij wie je in films zo dichtbij kunt komen, niet verder dan de deur van de zaal. Het maakt daarbij niet uit hoe goed zo’n film is, dat is juist het hopeloze van de zaak. „Ik wist niet dat film een eenzame ziel zo kon raken’’, zegt Norman. Tijdens de première heeft hij gehuild. Dat is het mooie van film. Maar ook het uitzichtloze. Kunst gaat de grens over, en er is geen weg terug.