Terugkeerwet voor Antillianen ‘deugt niet’

Het wetsvoorstel van minister Verdonk (Vreemdelingenzaken, VVD) om Antilliaanse jongeren gedwongen terug te sturen, is in strijd met Europese regelgeving en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Dat concludeert de Raad van State.

De Raad van State, die advies uitbrengt over wetsvoorstellen, raadt het kabinet dringend aan dit voorstel niet in deze vorm naar de Tweede Kamer te sturen.

Behalve dat de wet in strijd is met Europese regels, wordt er volgens de raad ten onrechte onderscheid gemaakt tussen autochtone Nederlanders en Antilliaanse en Arubaanse burgers met de Nederlandse nationaliteit. Bij invoering van de wet zou ook een verschil ontstaan tussen Antillianen en niet-Nederlanders uit andere EU-landen of vreemdelingen met een legale verblijfsstatus. Zij kunnen niet worden teruggestuurd.

Volgens de raad is het terugkeerbeleid bovendien nauwelijks effectief, omdat teruggezonden Antillianen zonder problemen kunnen terugkeren naar Nederland via een andere lidstaat van de Europese Unie; Nederland mag „volgens ongeschreven volkenrecht” eigen burgers aan de grens niet weigeren.

Het wetsvoorstel voorziet in de mogelijkheid om na een verwijderingsbesluit verblijf in Nederland strafbaar te stellen. Maar volgens de raad heeft het kabinet in 2003 afgezien van algemene wetgeving die illegaliteit strafbaar maakt. Het wetsvoorstel biedt volgens de raad onvoldoende rechtvaardiging waarom dat voor Antillianen en Arubanen wél zou gelden.

Ook de in het wetsvoorstel opgenomen inburgeringsplicht voor Antillianen en Arubanen leidt tot verschil in behandeling tussen Nederlanders onderling en andere niet-Nederlandse EU-burgers.