Spastisch en ambitieus

Uitkeringsinstituut UWV zegt groeiende groep jonge arbeidsongeschikten aan werk te willen helpen.

Ik, gehandicapt, heb geen vertrouwen in dat plan.

Vallen (bij Spastisch en ambitieus 08-09-06)
Vallen (bij Spastisch en ambitieus 08-09-06) Koscielniak, Cyprian

Het aantal jonge, gehandicapte arbeidsongeschikten stijgt gestaag, maakte het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) kortgeleden bekend. Het gaat om mensen van wie voor hun achttiende levensjaar al wordt verondersteld dat ze niet kunnen werken en die meestal hun hele leven lang niet aan de slag kunnen. Omdat het er nu wel erg veel worden (ruim 150.000), gaat het UWV hen extra ondersteunen om toch werk te vinden.

Ik geloof er niets van dat het UWV zich nu ineens wel zal inzetten voor jonge arbeidsongeschikten. Bovendien moet het onderwijs voor gehandicapte kinderen een flinke verandering ondergaan als we willen dat zij ooit aan het werk komen.

Ik ben sinds mijn geboorte tamelijk zwaar spastisch en ik hoor dus bij de groep mensen over wie het gaat, al ben ik inmiddels wat ouder. Net als de meeste kinderen met een handicap heb ik tot mijn achttiende op scholen voor speciaal onderwijs gezeten. Toen ik daar van afkwam had ik officieel een mavo-diploma, maar mijn niveau was aanzienlijk lager en ik had geen ambities om betaald te werken. Op school werd er überhaupt nooit over werken gepraat en tussen de regels door begreep ik dat een baan niet voor mij was weggelegd. Daar was ik in gaan geloven.

Desondanks wilde ik wel iets gaan betekenen voor de samenleving. Daarvoor had ik meer scholing nodig. Ik volgde avondonderwijs tot en met het vwo en kreeg van het UWV (toen nog de GMD) een taxikostenvergoeding om naar school te gaan. Voor de hbo-opleiding die ik vervolgens ging doen, kreeg ik die vergoeding niet meer. De arbeidsdeskundige vond dat ik wel genoeg geleerd had en niet naar het hbo hoefde.

Natuurlijk ben ik toch gegaan. Daarna heb ik twee keer een betaald dienstverband gehad. Nu werk ik alweer een tijd als zelfstandige. Van ondersteuning door het UWV is nauwelijks sprake geweest. Integendeel. Bij mijn tweede werkgever zijn UWV-medewerkers zelfs meermalen komen kijken, omdat ze niet konden geloven dat iemand met mijn handicap zo’n goede baan kon hebben. Nu ik als zelfstandige werk, moet ik jaarlijks mijn inkomsten aan het UWV opgeven. In hun brief staat steevast dat ze dat nodig hebben om te berekenen of ze mij niet te veel hebben uitbetaald. Ze beseffen niet eens dat mijn uitkering al jaren niet meer wordt uitgekeerd omdat ik te veel verdien. Voor het UWV blijf ik iemand die een uitkering nodig heeft.

Dat steekt mij zeer. Niet omdat ik tegen het ontvangen van een uitkering ben, maar omdat ze het feit dat ik mijn eigen kostje verdien steeds weer bagatelliseren.

Mijn verhaal staat niet op zich. Er zijn veel mensen met een handicap die – eerder ondanks dan dankzij het UWV – betaald werken. En er zijn er nog veel meer die niet werken omdat ze totaal niet worden gestimuleerd, noch op school, noch door het UWV. Jammer genoeg geldt dat ook voor de jongere generatie. Dat is niet alleen beroerd voor henzelf maar ook voor de samenleving, die een groot potentieel aan arbeidskrachten misloopt.

Het wordt tijd dat de politiek jonge ‘arbeidsongeschikten’ weer als arbeidspotentieel gaat zien en er flink de schouders onder zet om hen een fatsoenlijke kans op de arbeidsmarkt te geven. Niet door op uitkeringen te korten, maar door hen goed onderwijs te garanderen en door het UWV te verplichten hen echt te ondersteunen bij het vinden van een baan.

Yvette den Brok is zelfstandig ondernemer.