Scepsis geen rem op Europese Studies

De interesse voor Europese Studies neemt nog steeds toe.

Om het blijvende belang van de EU, zeggen studenten, en het internationale aspect.

‘Studenten zijn niet eurofiel. Velen zijn zeer kritisch’. Foto Maarten van Haaff college europese studies, Universiteit van Amsterdam, 6 sept 2006, foto Maarten van Haaff
‘Studenten zijn niet eurofiel. Velen zijn zeer kritisch’. Foto Maarten van Haaff college europese studies, Universiteit van Amsterdam, 6 sept 2006, foto Maarten van Haaff Haaff, Maarten van

„Nou, nou, Europa, wat is dat nou?” is een van de opmerkingen die de 18-jarige Didie van Bommel hoorde toen ze mensen vertelde Europese Studies te gaan studeren aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). De welig tierende euroscepsis die ze in „allerlei kringen” bemerkt, maakt het volgens haar „lastig om positieve reacties” op haar studiekeuze te krijgen. Des te opmerkelijker is het dat ieder jaar weer meer aankomende studenten dit soort opmerkingen voor lief nemen.

Over de gehele linie genomen stijgt het aantal vooraanmeldingen voor Europese Studies bij universiteiten jaar op jaar. Zo zag de UvA het aantal aanmeldingen toenemen van 135 in 2004 via 165 in 2005 naar 182 deze zomer. De Universiteit Maastricht, die kampt met een verminderde populariteit, overweegt voor de master European Studies volgend jaar juist een numerus fixus in te voeren wegens de 18 procent groei dit jaar ten opzichte van 2005.

De Universiteit Twente (UT), die als enige te maken heeft met een daling van het aantal vooraanmeldingen voor de master European Studies, begint dit jaar wel een nieuw, drie jaar durend, Engelstalig bachelorprogramma in deze richting. „Op dinsdag mocht ik bij mijn introductiecollege vijftig nieuwe studenten verwelkomen. Helemaal niet slecht voor een nieuw programma”, zegt Ramses Wessel, opleidingsdirecteur European Studies aan de UT.

Behalve Nederlanders trekt de bachelor ook veel Duitsers. „De behoefte daar is groot en het aantal opleidingsplaatsen beperkt”, zegt Wessel. Volgens hem is het Engelstalige onderwijs ook voor Nederlandse studenten vooral een pre. „Er zijn steeds meer VWO’s met tweetalig onderwijs en er is een trend richting investeren in internationale vaardigheden.”

In tegenstelling tot Didie van Bommel spreekt Wessel niet van toenemende euroscepsis onder jongeren. „Je ziet juist een toenemende interesse in Europa na het referendum en het debat over de Europese Grondwet. Dat wil niet zeggen dat onze studenten eurofiel zijn. Velen zijn zeer kritisch. Maar ze realiseren zich dat hun toekomst ligt in een nog verder geïntegreerd Europa. Kennis van hoe de EU werkt is dan onontbeerlijk.”

Ook Didie van Bommel verklaart de toenemende interesse in Europese Studies uit haar constatering dat veel jongeren zich realiseren dat de EU hoe dan ook van belang blijft. „De Europese Unie ontwikkelt zich toch alleen maar verder en is daarom sowieso relevant. Ik denk trouwens ook dat de scepsis op den duur wel verdwijnt. Mensen gaan inzien dat samenwerking steeds belangrijker wordt.”

Een andere reden waarom scholieren voor Europese Studies kiezen is volgens haar het brede karakter van de opleiding. „Aan de UvA kan je de opleiding inrichten zoals je wilt. Ik wil bijvoorbeeld vooral talen leren. Anderen kiezen weer voor een meer juridische of economische invulling.” Wat mensen later met hun opleiding doen, loopt daardoor nogal uiteen. „Ik wil graag het onderwijs in, maar ik hoor ook mensen die op ambassades willen werken, of ‘Europadeskundige’ in de VS willen worden. Het is vooral het internationale wat veel mensen aanspreekt.”