Privé in de schijnwerper

Het is misleidend private equity, de nieuwe trend in de bedrijfsfinanciering, af te schilderen als de grote nieuwe bedreiging voor het bedrijfsleven. Maar de snel groeiende bedrijfstak, die zich concentreert op de overname van niet-beursgenoteerde bedrijven of het door overnames weghalen van bedrijven van de beurs, zal zelf meer moeten doen om zijn bedreigende imago van zich af te schudden. Het gaat hier overigens uitdrukkelijk om een bedrijfstak, want behalve de private equity-fondsen zelf, de voornaamste actoren in het spel, gaat het ook om de financiers op de achtergrond. Banken en pensioenfondsen spelen een belangrijke rol.

De Nederlandsche Bank, toezichthouder op zowel banken als pensioenfondsen, liet deze week weten zich zorgen te maken over de gevolgen van private equity voor de stabiliteit van het financiële systeem in Nederland. In groter verband leeft die zorg ook voor de eurozone, getuige het feit dat de Europese Centrale Bank zelf de ontwikkelingen op de voet volgt. Het gaat hier niet om de wenselijkheid of onwenselijkheid van deze manier van zakendoen. Van belang is de vraag of de financiële infrastructuur een calamiteit aankan die is gerelateerd aan private equity.

Het totaal beheerde vermogen van private equity-huizen in Nederland bedroeg vorig jaar ongeveer 14 miljard euro, zo citeert de centrale bank de Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen. Dit zal een onderschatting zijn, want buitenlandse partijen die hier actief zijn, worden niet of onvolledig meegeteld. Hoe dan ook, gezien het feit dat de sector dit vermogen vaak slechts voor een kwart of minder inzet en de rest door de overgenomen bedrijven laat lenen, is de financiële slagkracht van private equity waarschijnlijk veel groter dan de aangehaalde 14 miljard.

Het is de vraag hoe daarmee wordt omgegaan. Banken lenen de sector veel geld, en – naarmate de concurrentie toeneemt – tegen steeds makkelijker voorwaarden of lagere rentes. Die leningen worden vaak weer doorverkocht, waarna het steeds onduidelijker wordt wie in de financiële wereld nu precies aan welke risico’s blootstaat. De pensioensector behoeft hier kennelijk speciale aandacht: zij belegt in private equity-fondsen, maar ook in de bijbehorende leningen.

Het is terecht dat De Nederlandsche Bank hiervoor aandacht vraagt, hoewel verwacht mag worden dat juist aan de centrale bank deze informatie bekend zou zijn. Daarnaast speelt het probleem dat de private equity-fondsen zelf in de regel niet beursgenoteerd zijn en niet veel informatie hoeven prijs te geven. De bedrijven die worden overgenomen en van de beurs gehaald, onttrekken zich daarbij ook al aan de openbaarheid die bij een beursnotering hoort.

Al deze ontwikkelingen zijn inderdaad riskant voor het financiële systeem. Van alle deelnemers aan de private equity-sector zal meer openheid moeten worden geëist. Niet om bij hen in de keuken te kijken, maar omdat de financiële infrastructuur geen gevaar mag lopen. Dat is veel gevraagd van een bedrijfstak die het er deels om begonnen was uit de schijnwerpers te blijven. Maar naarmate private equity verder groeit en volwassen wordt, zal het niet anders kunnen.